Een man vervoert grondstoffen op een kar door een straat in Havana, Cuba. (Foto: AFP)
De Verenigde Staten  (VS) heeft donderdag een nieuwe reeks sancties aangekondigd gericht op Cuba, als onderdeel van een maandenlange drukcampagne tegen het eiland. De maatregelen kwamen enkele uren nadat onafhankelijke experts van de Verenigde Naties (VN) de Amerikaanse brandstofblokkade tegen Cuba bestempelden als een vorm van “energiesterfte” die de fundamentele mensenrechten ernstig schaadt.

De sancties richten zich onder meer op Grupo de Administracion Empresarial SA (GAESA), een conglomeraat onder controle van het Cubaanse leger dat vrijwel alle economische sectoren beheerst. Ook Ania Guillermina Lastres Morera, president van GAESA en Moa Nickel SA (MNSA) – een joint venture tussen het Canadese Sherritt International en Cuba’s staatsbedrijf in de nikkelsector – worden getroffen. Sherritt kondigde donderdag aan haar activiteiten in Cuba tijdelijk te hebben opgeschort.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verklaarde via het sociale medium X dat de sancties laten zien dat de Trump-regering niet zal toestaan dat het  regime op Cuba de nationale veiligheid in het Amerikaanse continent bedreigt. “We blijven actie ondernemen totdat het regime de noodzakelijke politieke en economische hervormingen doorvoert,” aldus Rubio.

De Cubaanse regering reageerde niet direct op de nieuwe sancties, maar veroordeelde eerder deze week al de Amerikaanse maatregelen als “unilaterale dwangmiddelen” en “collectieve bestraffing van het Cubaanse volk”.

De druk van Washington op Havana is sinds begin dit jaar aanzienlijk opgevoerd, mede na de ontvoering van de Venezolaanse leider Nicolas Maduro op 3 januari. De VS heedt sindsdien de olievoorziening uit Venezuela aan Cuba stilgelegd en via een uitvoerend bevel ook sancties aangekondigd tegen landen die Cuba van brandstof voorzien, wat neerkomt op een effectieve blokkade. President Trump herhaalde herhaaldelijk zijn dreiging met militaire actie om de Cubaanse regering ten val te brengen.

Ondertussen verklaarden drie VN-speciale rapporteurs donderdag dat de “onwettige blokkade” niet alleen het dagelijks leven verstoort, maar ook de uitoefening van fundamentele mensenrechten ondermijnt. Zij omschrijven “energiesterfte” als een situatie waarin het gebrek aan brandstof essentiële diensten lamlegt die nodig zijn voor een menswaardig bestaan.

De experts wijzen erop dat in de afgelopen maanden slechts één Russische olietanker Cuba heeft bereikt, wat de al bestaande energiecrisis door economische stagnatie verergert. Brandstoftekorten belemmeren volgens rapporten dat mensen ziekenhuizen kunnen bereiken en dat kinderen naar school kunnen gaan. Het Cubaanse gezondheidssysteem kampt met een achterstand van ruim 96.000 operaties, waaronder 11.000 voor kinderen.

“Energiesterfte als dwangmiddel is onverenigbaar met internationale mensenrechtennormen,” waarschuwen de VN-rapporteurs.