Toen ik als kind naar school ging, was onderwijs voor mijn ouders geen vanzelfsprekendheid. Elk schooljaar was opnieuw een strijd om het schoolgeld, boeken, schriften, kleding, schoenen en andere schoolbenodigdheden voor vier schoolgaande kinderen bijeen te brengen.

Ik herinner mij nog hoe ik soms hetzelfde paar schoenen, nadat het door een schoenmaker was gerepareerd, het volgende schooljaar opnieuw droeg omdat mijn ouders geen geld hadden voor nieuwe schoenen. Soms moesten een jonge stier of enkele geiten worden verkocht om het schoolgeld en de boekenhuur te kunnen betalen. Toch deden mijn ouders dat, vanuit de overtuiging dat hun kinderen onderwijs moesten krijgen, ook al betekende dat grote offers.

In die tijd bestonden er nauwelijks sociale beschermingsmaatregelen. Arme gezinnen konden soms gebruikmaken van een Geneeskundige Hulpkaart of ontvingen af en toe wat bakkeljauw of zoutvlees via de bedeling. Structurele ondersteuning om kinderen succesvol naar school te laten gaan, bestond nauwelijks.

Ruim zestig jaar later leven wij in een andere tijd. Gelukkig weten wij vandaag veel meer over wat kinderen nodig hebben om zich gezond te ontwikkelen.

Onderzoek laat zien dat vroege investeringen in kinderen zich later terugbetalen, doordat de behoefte aan kostbare zorg, jeugdhulp, sociale voorzieningen en justitiële interventies afneemt.

UNICEF benadrukt wereldwijd dat kinderen die opgroeien in armoede een grotere kans hebben op leerachterstanden, schooluitval en een slechtere gezondheid. Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) wijst er bovendien op dat investeren in onderwijs, gezondheid en sociale bescherming de basis vormt voor duurzame economische groei en maatschappelijke stabiliteit.

Ook internationaal onderzoek laat steeds opnieuw zien dat schooluitval samenhangt met armoede, voedselonzekerheid, huiselijk geweld, gezondheidsproblemen en een gebrek aan ondersteuning. Wanneer kinderen vroegtijdig uitvallen, neemt de kans toe dat zij later moeilijk werk vinden, langdurig afhankelijk worden van sociale voorzieningen of in aanraking komen met politie en justitie. Preventie is daarom niet alleen menselijker, maar ook veel goedkoper dan achteraf ingrijpen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) laat bovendien zien dat een veilige, gezonde en stimulerende omgeving in de eerste levensjaren bepalend is voor de lichamelijke, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen.

Volgens UNICEF Data (schatting 2025) bestaat ongeveer 31% van de bevolking van Suriname uit kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar. Van hen is ongeveer 27% jonger dan vijf jaar.

Voor een klein land als Suriname, met een geschatte bevolking van 640.000 inwoners, is elk kind van onschatbare waarde.

De meest recente internationaal vergelijkbare gegevens over de situatie van kinderen in Suriname zijn afkomstig uit de Multiple Indicator Cluster Survey (MICS) 2018 van de overheid van Suriname en UNICEF. Hoewel deze gegevens enkele jaren oud zijn, vormen zij nog steeds de belangrijkste nationale databron over de ontwikkeling van kinderen.

De MICS 2018 laat zien dat 6,6% van de jongeren in de leeftijd voor het lager secundair onderwijs niet naar school ging, tegenover 24,2% van de jongeren in de leeftijd voor het hoger secundair onderwijs. Daarnaast behaalde slechts 29,7% van de leerlingen in leerjaar 2 en 3 van de basisschool de minimale leesvaardigheid.

Recentere schattingen van UNICEF Data laten zien dat ongeveer 86% van de kinderen het basisonderwijs voltooit, terwijl dit voor het lager secundair onderwijs rond de 56% ligt en voor het hoger secundair onderwijs rond de 30% (2020).

Belangrijker nog is de vraag wat deze cijfers betekenen voor het beleid. Wat gebeurt er met de jongeren die uitvallen uit het onderwijs? Wat zijn de oorzaken van die schooluitval? En hoe kunnen wij kinderen die risico lopen, beter ondersteunen?

Suriname kent gelukkig steeds meer initiatieven om kinderen te ondersteunen, maar de uitdagingen blijven groot. Veel gezinnen ervaren nog steeds financiële druk wanneer een nieuw schooljaar begint. Schoolbenodigdheden, vervoer, digitale hulpmiddelen en gezonde voeding zijn voor veel ouders geen vanzelfsprekendheid.

In onze buurlanden zien wij dat overheden bewust investeren in schoolgaande kinderen. Guyana heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om gezinnen financieel te ondersteunen, onder meer via uitkeringen en tegemoetkomingen voor schoolgaande kinderen. Zulke investeringen zijn geen kostenpost, maar investeringen in menselijk kapitaal en economische ontwikkeling.

Wanneer wij werkelijk een welvarend Suriname willen opbouwen, moeten kinderen centraal staan in ons beleid. Niet alleen tijdens verkiezingen, maar iedere dag. Dat betekent investeren in goede gezondheidszorg, kwalitatief onderwijs, gezonde voeding, veilige buurten, ondersteuning van ouders en tijdige hulp wanneer problemen ontstaan.

Een samenleving wordt niet rijk door alleen haar natuurlijke hulpbronnen te benutten. Zij wordt werkelijk rijk wanneer zij haar kinderen de kans geeft hun talenten volledig te ontwikkelen.

Kinderen zijn niet alleen de werknemers van morgen. Zij zijn de toekomstige artsen, leerkrachten, technici, juristen, ingenieurs, bestuurders, zorgverleners en maatschappelijke leiders van ons land.

Kinderen zijn geen kostenpost. Zij zijn de belangrijkste investering die een land kan doen. Wie vandaag investeert in kinderen, voorkomt morgen schooluitval, jeugdcriminaliteit, armoede en sociale uitsluiting. Zo bouwen wij aan een samenleving waarin ieder kind de kans krijgt zijn of haar talenten volledig te ontwikkelen.


Anneke Matil, Stichting Kinderen Centraal

Bronnen
UNICEF Data – Suriname (SDG Country Indicators).
UNICEF Guyana & Suriname – informatie over leesvaardigheid en de Multiple Indicator Cluster Survey (MICS) 2018.
Government of Suriname & UNICEF – Suriname Multiple Indicator Cluster Survey 2018: Survey Findings Report.
UNDP – Strategy for Inclusive and Sustainable Growth.
WHO – Early Childhood Development.
WHO – Guideline: Improving Early Childhood Development.
NJi (Nederlands Jeugdinstituut) – Schooluitval.
European Education Area – Schooluitval 2022.