(Knipoog naar het broodje met peper en zuur)

"Maar even, Tanja. Voor we verder gaan, heb ik een prangende vraag. Wat is de reden dat jij juist nu, terwijl je zelf bijna zestig bent, wilt praten over een boek van zestig jaar geleden?" Die vraag stelt Roshnie Phoelsingh mij. Ik heb haar uitgenodigd om samen met Guus Pengel en mijn vader, Carlo Jadnanansing, te lunchen en te reflecteren. Het boek Strafhok van Bea Vianen staat op deze zonovergoten dag in een Amsterdams restaurant centraal op ons menu.

Inderdaad: dit boek is zestig jaar geleden geschreven. Een boek dat velen in Suriname kennen. Misschien omdat je het op de middelbare school verplicht moest lezen. Misschien omdat je het ooit uit een boekenkast hebt gehaald. Of omdat je de naam Bea Vianen kent, maar het boek al jaren niet meer hebt opengeslagen.

De thema's die in dit boek worden beschreven, zijn actueler dan ooit. Over etnisch denken, maar vooral over denken in hokjes. Over sociale ongelijkheid. Over hoe mensen zich gedragen onder druk. En vooral over hoe machtsverhoudingen ons vormen: thuis, op school, op straat én in gesprekken tussen groepen. Machtsverhoudingen die we soms zelf in stand houden. 

Een paar weken geleden heb ik, na acht jaar, met een dankbaar hart afscheid genomen van mijn functie als stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Zuidoost. Bijna honderdduizend mensen uit alle windstreken hebben hier hun hoopvolle koffers neergezet. Dagelijks op de fiets door Zuidoost leerde ik de realiteit kennen van samenleven met verschillen. Dat kan ontzettend rijk zijn. Tegelijkertijd ontstaat er soms spanning wanneer niemand durft door te vragen. Terwijl juist doorvragen een belangrijk ingrediënt is om elkaar beter te begrijpen en uit de hokjes van ongelijkheid te komen. Strafhok biedt ons richting om de weg naar dat pittige gesprek te vinden.

In deze Surinaamse klassieker ondergaan Nohar, Raymond en Roebia een steeds heftigere machtsdynamiek. Ze worden gedwongen zich aan te passen om te overleven. Hun onderlinge spanningen worden langzaam maar onmiskenbaar zichtbaar. De taal blijft sober en beklemmend, zoals dat vaak gebeurt in samenlevingen waar men zegt: "We moeten vooral rustig blijven en geduld hebben", maar ondertussen niet openlijk durft te spreken. De vraag van Roshnie zet me aan het denken. Ik wil het nú over Strafhok hebben, omdat het tijd is voor peper én zoet. Voor pittige gesprekken die ons helpen samen te groeien naar een beter verhaal.

In Amsterdam Zuidoost ben ik de leider geworden die ik altijd al wilde zijn. Een leider die staat voor haar roots, haar verhalen en ook haar accenten – letterlijk. Mijn Surinaamse accent heb ik omarmd, samen met mijn familiegeschiedenis uit Suriname en Aruba. Door die stevige omhelzing heb ik mijzelf toestemming gegeven om te groeien naar de meest authentieke en excellente versie van mijzelf, en van niemand anders.

Strafhok laat zien hoe mensen in een patroon worden geduwd: "Die is zus, die is zo." Dan lijkt alles vanzelf te kloppen. Maar zo ontstaat een samenleving die niet vrij is, die gevangen blijft in verwachtingen. Die inzichten geven hoop op een vrijheid die verder reikt dan 25 november 1975. Vrijheid is ook mentaal: de moed om verder te kijken dan etnische en andere beperkende kaders. De moed om voorbij etiketten te durven gaan. Verschillen mogen en moeten er zijn, maar ze hoeven niet als wapen te worden gebruikt.

Er is een ander verhaal. Een verhaal van rijkdom. Van cultuur en wijsheid die uit verschillende werelddelen is meegebracht. Een rijkdom die nog onvoldoende wordt benut. Wat dit boek doet, is ons wakker schudden. En het is nog steeds grenzeloos actueel, ook anno 2026. Het maakt duidelijk dat het tijd is om die koloniale bagage achter ons te laten. Niet alleen in woorden, maar ook in ons denken.

Bob Marley leerde ons: Emancipate yourselves from mental slavery. Onze mentale programmering van wij tegenover zij moet worden doorbroken. We moeten loskomen van die oude reflex om te verdelen. Want zolang we in hokjes blijven denken, blijft het gemakkelijker om macht uit te oefenen. Elkaar durven tegenspreken zonder hooghartigheid. Luisteren zonder meteen te oordelen. Investeren in goede gesprekken. Sommige inzichten worden pas zichtbaar wanneer je het lef hebt om voorbij het hokje te luisteren.

Roshnie, Guus, mijn vader en ik vertegenwoordigen drie verschillende generaties aan één lunchtafel, met Strafhok op het menu. We herkenden veel, maar werden het niet over alles eens. Dat hoeft ook niet. Wat blijft, is de wil om met elkaar te blijven praten en denken. Om te blijven leren. Om jezelf te blijven ontwikkelen. En elkaar te blijven ontmoeten in menselijkheid. Dat geldt voor school, voor sociale media en voor dorps- en stadsdiscussies. Begrip groeit wanneer ontmoeting en gesprek voorrang krijgen boven etikettering en wantrouwen. Boeken als Strafhok inspireren juist daarom. Ze stellen vragen aan ieder van ons. Hoe wil ik door het leven gaan? Welke mensen en verhalen laat ik binnen? Met welke blik kijk ik naar de ander? Welke taal gebruik ik wanneer ik met de ander spreek?

Bea Vianen laat zien hoe gedrag, schaamte en gehoorzaamheid ons kunnen vormen. Tegelijkertijd geeft zij een wake-upcall: het kan beter, als we durven te investeren in het rauwe gesprek. Een gesprek waarin iedereen verantwoordelijkheid neemt. Niet het theater van "iedereen heeft gelijk" om een schijnvrede in stand te houden. Onze kinderen, aan beide kanten van de oceaan, verdienen het dat wij het voorbeeld geven – met ons gedrag. En daarom is Strafhok voor mij meer dan een verhaal. Het is een uitnodiging tot echt leiderschap. Leiderschap dat durft te luisteren naar vragen. Leiderschap dat zichzelf kritisch durft te bekijken. Leiderschap met peper en zoet is net zo smakelijk als een pittige ketjap manis!

Tanja Jadnanansing
Bestuurder en toezichthouder