Minister Partrick Brunings
Hoewel minister Patrick Brunings dinsdag in De Nationale Assemblee (DNA) verantwoording aflegde over de massale vissterfte in de Saramaccarivier, zijn de milieutaken formeel nog altijd niet aan zijn ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) toegewezen. Dat bevestigde de minister tijdens het debat, nadat vanuit het parlement vragen waren gesteld over zijn wettelijke bevoegdheden. Deze kwestie die tijdens de begrotingsbehandeling aan de orde was gesteld door NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo, werd gisteren opnieuw aangekaart door de Assembleeleden Ivanildo Plein (NPS) en Marciano Dasai (VHP). 

Opgemerkt werd dat Brunings wel naar DNA was geroepen als verantwoordelijke voor het milieubeleid, terwijl het staatsbesluit dat de milieutaken officieel onder zijn ministerie brengt nog niet is vastgesteld. De minister erkende dat die formele regeling nog steeds ontbreekt.
"Er is nog steeds geen nieuw staatsbesluit," zei Brunings. Desondanks treedt hij in de praktijk op als minister belast met milieuzaken. "Ik handel als minister van Milieu. Ik kan niets anders zeggen. Ik neem de verantwoordelijkheid op mij." Daarbij gaf hij aan zich bewust te zijn van de bestuurlijke onzekerheid die daardoor ontstaat.

Volgens Brunings heeft hij de president herhaaldelijk gevraagd de situatie recht te trekken. "Ik vraag dat elke keer aan de president om dit recht te trekken," zei hij. De minister merkte daarbij op dat hij formeel eigenlijk niet degene had hoeven zijn die in DNA verantwoording aflegde over de vissterfte, maar dat hij die verantwoordelijkheid desondanks op zich neemt.

Tijdens het debat benadrukten assembleeleden dat juist bij omvangrijke milieukwesties duidelijk moet zijn welke minister bestuurlijk verantwoordelijk is. De discussie ontstond tegen de achtergrond van de aanhoudende onderzoeken naar de oorzaak van de vissterfte in de Saramaccarivier en de coördinatie van de overheidsaanpak.

Ondanks het ontbreken van de formele bevoegdheid heeft Brunings de afgelopen weken de coördinatie op zich genomen van de betrokken ministeries en instanties, waaronder de Nationale Milieu Autoriteit, het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing en de Environmental Crime Unit van het Openbaar Ministerie, die onderzoek doet naar de mogelijke oorzaak van de vervuiling.