De kraters die achterblijven na het mijnen van goud. (Foto: Ranu Abhelakh)
Waarom lukt het al tientallen jaren niet om de goudsector daadwerkelijk te ordenen? Aan kennis ontbreekt het niet. We weten waar de illegale goudwinning plaatsvindt. We weten dat rivieren met kwik worden vervuild, bossen verdwijnen en beschermde natuurgebieden worden aangetast. We weten dat de Staat jaarlijks grote inkomsten misloopt. We weten dat in de goudvelden ook mensenrechtenvraagstukken spelen, zoals kinderarbeid, uitbuiting en mensenhandel.

Toch verandert er opmerkelijk weinig. Misschien is dat wel de grootste paradox van de Surinaamse goudsector. Niet dat de problemen onbekend zijn, maar dat zij juist al zo lang bekend zijn. Al jarenlang wordt gesproken over ordening, handhaving, inventarisatie en samenwerking. Er worden commissies ingesteld, plannen aangekondigd en nieuwe maatregelen beloofd, maar er gebeurt bitter weinig. 

Opvallend is dat ook vanuit de politiek steeds vaker wordt erkend dat de oplossingen niet ontbreken. BEP-voorzitter Ronny Asabina stelt terecht dat de regering beschikt over voldoende wetgeving en bevoegdheden om de sector te reguleren. Volgens hem ligt het probleem niet bij de regels, maar bij de handhaving. Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen maakte tijdens de behandeling van de begroting een opmerking die serieuze aandacht verdient. Hij onthulde dat "toppers van alle partijen" direct of indirect belangen hebben in de mijnbouwsector.

Wanneer invloedrijke personen uit verschillende politieke stromingen belangen hebben in een sector die tegelijkertijd door de overheid moet worden gereguleerd, ontstaat onvermijdelijk de vraag hoe onafhankelijk en daadkrachtig beleid nog kan worden uitgevoerd. Dat is geen beschuldiging, maar wel een realiteit die vraagt om maximale transparantie.

Ondertussen stapelen de gevolgen zich op. De ecologische schade wordt steeds zichtbaarder. Langs de Marowijnerivier gaat de illegale goudwinning door, terwijl het in 2021 ondertekende grensprotocol met Frans-Guyana nog altijd wacht op ratificatie. DNA neemt dit protocol vandaag eindelijk weer in behandeling. 

President Jennifer Simons wees er onlangs op dat bijna veertig bedrijven beschikken over een vergunning, terwijl slechts enkele daadwerkelijk goud exporteren. Dat gegeven alleen al rechtvaardigt een fundamenteel debat over de werking van het huidige vergunningenstelsel. Hoe groot is de smokkel werkelijk? Hoeveel belastinginkomsten loopt de staat jaarlijks mis? Hoeveel concessies worden daadwerkelijk benut en hoeveel dienen vooral als handelsobject? En hoeveel van de rijkdom die uit de bodem wordt gehaald, vloeit uiteindelijk terug naar de samenleving?

Het zijn geen eenvoudige vragen. Maar het zijn wel de vragen die beantwoord zullen moeten worden voor een duurzame en transparante goudsector. Deze discussie gaat allang niet meer alleen over goud. Zij gaat over bestuur, geloofwaardigheid en transparantie. En uiteindelijk over de vraag of de rechtsstaat in staat is zijn eigen regels consequent toe te passen. Daar ligt de kern van het probleem. Ook sociaal en economisch groeit de druk. De goudsector is niet alleen desastreus voor het milieu, maar ook de volksgezondheid, de leefbaarheid van binnenlandgemeenschappen en de staatsfinanciën.

Niet dat autoriteiten niet weten wat er moet gebeuren. Maar dat tussen weten en doen al jarenlang een hardnekkige kloof bestaat. Die kloof kost het land inkomsten. Zij kost het milieu. Zij tast het vertrouwen in de overheid aan. En uiteindelijk zet zij ook het gezag van de rechtsstaat onder druk. De goudsector behoort tot de belangrijkste economische pijlers van het land. Juist daarom verdient zij meer dan nieuwe plannen, nieuwe commissies en nieuwe beloften.

President Jennifer Simons heeft aangekondigd dat de goudsector geordend zal worden. Die belofte zal uiteindelijk niet worden beoordeeld op woorden, maar op daden. En juist daar ligt misschien wel de grootste uitdaging. Want als de regering werkelijk bereid is de sector te ordenen, dan zal zij ook moeilijke keuzes moeten maken. Dan zal zij bereid moeten zijn op te treden waar de wet wordt overtreden, ongeacht wie daarbij betrokken is en ongeacht waar politieke of economische belangen liggen.

Dat zal ongetwijfeld ook betekenen dat keuzes moeten worden gemaakt die binnen de eigen politieke achterban of ook binnen de eigen coalitie gevoelig liggen. De geschiedenis zal de regering niet beoordelen op de belofte dat de goudsector geordend zou worden. Zij zal worden beoordeeld op de vraag of zij bereid was de wet zonder aanzien des persoons toe te passen. Want uiteindelijk ontbreken de wetten niet. Nu moet blijken -zoals beloofd - of de politieke wil sterk genoeg is om ze ook daadwerkelijk uit te voeren.

Nita Ramcharan 

Lees ook:
Gouddossier 1: Actie tegen Chinese werknemers Sarakreek slechts deel van thriller 
Column: De goudsector zonder gezag, de les van Sarakreek
Gouddossier 2; Asabina: Regering weet wat misgaat in goudsector, maar grijpt niet in
Gouddossier 3: Een jaar na de belofte: waar staat de goudsector?
Gouddossier 4: Grensakkoord nog in de ijskast, ecologische ramp langs Marowijnerivier
● Gouddossier 5: Matawai slaat alarm over aangevoerd materiaal voor goudwinning