Onderwijs is meer dan het leren van letters, cijfers en feiten. Het is de sleutel tot persoonlijke groei, maatschappelijke vooruitgang en nationale ontwikkeling. Het vormt het fundament waarop mensen hun talenten ontdekken, kritisch leren denken en actief deelnemen aan de samenleving. Voor landen betekent investeren in onderwijs investeren in de toekomst: een goed opgeleide bevolking staat garant voor innovatie, economische groei en sociale stabiliteit.

Veel ouders en kinderen begrijpen dit belang maar al te goed. Ze koesteren de hoop dat onderwijs hun leven zal veranderen en kansen biedt waar eerder barrières waren. Zelf herinner ik me nog hoe mijn ouders, die zelf de lagere school niet afmaakten, alles deden om ervoor te zorgen dat hun kinderen middelbaar en hoger onderwijs konden volgen. Regen of zon, mijn vader bracht me op zijn Zundapp van noord naar zuid, naar de onderwijsbibliotheek, om boeken te halen voor schoolopdrachten. Hij hielp ons met het knippen en plakken van werkstukken, vroeg collega's om informatie en gaf suggesties. Voor hen was onderwijs het beste geschenk dat ze ons konden geven en was voor school geen job te zwaar.

Toch lijkt dit besef bij beleidsmakers vaak te ontbreken. In plaats van te kiezen voor structurele investeringen in scholen, leraren en leermiddelen, zien we een zorgwekkende tendens: de focus verschuift naar kortetermijnpopulisme. Populaire, vaak oppervlakkige maatregelen winnen het van duurzame plannen die het onderwijs wérkelijk versterken. Het is herhaaldelijk gezegd: ons onderwijs zit vast in een maalstroom van probeersels. Het frustreert niet alleen de leerkrachten, maar ook de leerlingen. We hebben geen plan waar we naar toe koersen, geen planning waar we willen zijn over een x-aantal jaren. 

Deze trend is gevaarlijk en kortzichtig. Door onderwijs niet de prioriteit te geven die het verdient, ondermijnen we niet alleen de toekomst van onze jeugd, maar ook die van ons land. Populisme mag dan stemmen opleveren, maar het lost geen fundamentele problemen op. Integendeel, het leidt tot achterstand en groeiende ongelijkheid.

Ook de rol van leerkrachten verdient aandacht. Natuurlijk zijn er toegewijde docenten, maar helaas lijkt het er steeds vaker op dat het financiële aspect zwaarder weegt dan de passie voor het vak en de vorming van de leerling. Veel leerkrachten voelen zich gedemotiveerd en investeren minder in zichzelf en hun leerlingen dan nodig is. Het hart lijkt elders te liggen.

Niemand is dom; ieder mens heeft unieke talenten en vaardigheden. Om die tot bloei te brengen, moeten de structuren op orde zijn. En hier ligt de verantwoordelijkheid van beleidsmakers: zij moeten beleid maken dat studeren voor iedereen prettig en motiverend maakt. Innovatie in het onderwijs is essentieel. Niet alleen theoretisch leren, maar ook het creëren van mogelijkheden om in de praktijk te leren, bijvoorbeeld via bedrijfsbezoeken of musea.

Geen enkele ouder wil minder voor zijn kind dan wat hij zelf heeft gehad. Niet elk kind kan studeren in het buitenland of een beurs krijgen. Het merendeel moet het zelf zien te klaren. Als het onderwijssysteem dan ook tekortschiet en zowel kinderen als leerkrachten ontmoedigd raken, is de toekomst van onze samenleving in gevaar.

Het is hoog tijd dat beleidsmakers hun verantwoordelijkheid nemen en onderwijs de plek geven die het verdient: bovenaan de agenda, als onmisbare bouwsteen voor mens en natie.

Indra Toelsie