Wie dacht dat het aanpassen van wetten rond de rechterlijke macht een eenvoudige klus zou zijn, heeft de Surinaamse politiek nog helemaal niet doorgrond. Op papier lijkt alles immers geregeld. De coalitie beschikt in De Nationale Assemblee over 34 zetels – ruim voldoende voor de tweederdemeerderheid die nodig is om de grondwet te wijzigen en onder meer cassatierechtspraak in Suriname mogelijk te maken. Maar politiek is geen rekensom. En wetgeving al helemaal niet.

De bedoeling was om de behandeling van vier wetten rond de rechterlijke macht voort te zetten. Maar zover kwam het niet eens. De vergadering werd maandag verdaagd, simpelweg omdat er nog te veel verschillen van inzicht bestaan. En dat speelt niet alleen bij de oppositie. Ook binnen de coalitie zelf zijn er nog vragen en twijfels.  

Dat is misschien ook niet zo vreemd. Deze coalitie bestaat formeel uit zes partijen, zonder de ‘aanhangsels’ meegerekend. In een politieke constellatie waar elke zetel telt, wordt iedereen met zijden handschoenen aangepakt. Niemand wil de indruk wekken dat een coalitiepartner wordt gepasseerd.

Over één punt lijkt men inmiddels wel op één lijn te zitten – zelfs met de VHP: het plan voor een college van procureurs-generaal is van tafel. In plaats daarvan komt er een college van bestuur van het Openbaar Ministerie, met één procureur-generaal en meerdere advocaten-generaal. De pg blijft daarbij de hoogste autoriteit binnen het OM. Maar daarmee zijn de moeilijkste discussies nog lang niet achter de rug.

Tot nu toe wordt een pg voor het leven benoemd. In het nieuwe wetsvoorstel staat dat een pg voortaan voor vijf jaar benoemd zou moeten worden. En precies daar beginnen de wenkbrauwen omhoog te gaan. Critici waarschuwen dat een termijn van vijf jaar ook politieke invloed dichterbij kan brengen. Elke nieuwe benoeming zou immers weer onderwerp kunnen worden van politieke onderhandelingen. Voor een ambt dat juist onafhankelijk moet zijn, is dat een gevoelig punt.

Daar komt nog een tweede discussie bij. In het voorstel wordt de pensioengerechtigde leeftijd van de pg verlaagd naar 65 jaar, terwijl rechters tot hun zeventigste mogen blijven functioneren. Ook dat roept vragen op. Waarom zou de hoogste functionaris van het Openbaar Ministerie eerder moeten vertrekken dan de rechters?

Het zijn precies dit soort vraagstukken die wetgeving ingewikkeld maken. Zeker wanneer het niet om één wet gaat, maar om vier wetten die samen het functioneren van de rechterlijke macht raken – en waar bovendien een grondwetswijziging aan gekoppeld is. Een systeem dat jarenlang heeft gefunctioneerd, verander je niet zomaar in één keer, zonder alle gevolgen goed te overzien.

De coalitie heeft de stemmen om dit alles door het parlement te krijgen. Maar dat betekent nog niet dat iedereen het ook eens is met de teksten zoals die nu op tafel liggen. En dat is ook precies hoe het hoort bij wetgeving die de fundamenten van de rechtsstaat raakt: niet snel, niet makkelijk en zeker niet zonder discussie. Want wetten voor de rechterlijke macht schrijf je niet alleen met een meerderheid. Dat is nu duidelijk gebleken. Bij deze discussie tellen alle partijen keihard mee. 

Nita Ramcharan