Phagwá Milan brengt veel mensen op de been. (Foto's: Ranu Abhelakh)
De Phagwá Milan op het Lalla Rookh Complex trok ook zondag weer veel publiek. Voorzitter Radjen Baldew van Organisatie Hindoe Media (OHM), medeorganisator van het evenement, vertelt dat de jaarlijkse activiteit steeds verder groeit. Het hoogtepunt blijft het cautál-optreden – dit keer met vier groepen. Cautál is een traditionele zangvorm die nauw verbonden is met het Phagwá-festival. Wat ooit begon als een traditie die van huis tot huis trok, is inmiddels uitgegroeid tot een grootschalig platform dat generaties en culturen verbindt, aldus Baldew. “Cautál is een emotie,” en die emotie is springlevend in Suriname.

Een van de grootste successen van de afgelopen achttien jaar is volgens Baldew het tegengaan van de vergrijzing binnen de cautál-groepen. Dit werd bereikt door een competitief element toe te voegen, wat “uitzonderlijk goed heeft gewerkt”. “We hebben de mensen de ogen geopend dat er getraind moet worden vanuit de Bhajan Samaj en Kirtan Samaj om niet alleen te blijven hangen bij traditionele bhajans, maar zeker ook rond het Phagwá-gebeuren cautál op te pakken.”


Het resultaat was zichtbaar op het podium: jongeren zaten zij aan zij met ervaren zangers van boven de zeventig jaar. De teksten van de cautál-liederen dragen een diepe spirituele betekenis. In veel liederen komt het verhaal terug van de overwinning van het goede op het kwade, zoals het verhaal van Prahlad, die “beschermd werd door zijn krachtige geloof in Vishnu Bhagwan”, terwijl Holiká “door haar slechte inborst door het vuur werd verteerd”.

Vandaag vieren enkele scholen het Phagwá-feest, met eten, drinken, muziek en het besprenkelen van elkaar met kleurpoeder. In de avonduren vinden op meer dan dertig locaties in Paramaribo en de districten de traditionele Holiká Dahan (verbranding) plaats, gevolgd door een cultureel programma. De feestdag zelf start weer bij de veraste brandstapel. Eerst wordt er gebeden en soms worden toespraken gehouden, waarna de besprenkelde as van de Holiká-verbranding, gemengd met melk, in de lucht wordt gegooid. De aanwezigen geven zo het startsein en wensen elkaar “Shubh Holi”, terwijl zij met een beetje as – symbool voor nieuw leven en een nieuw begin – een tilak (stip) op elkaars voorhoofd plaatsen. Een teken van eerbied en respect voor Moeder Aarde. Vanaf dat moment begint het kleurrijke feest.


Op het achterterras van het Lalla Rookh Complex zit de 83-jarige Naraindat Gangaram Panday met zijn familie. Hij vertelt dat de verschillende kleuren poeder symbool staan voor de nieuwe kleuren van de natuur. “Dit kleurrijke feest hebben onze voorouders meegenomen uit India. Daar is de grauwe, koele winter voorbij en is de lente aangebroken. De bomen krijgen nieuwe blaadjes, planten bloeien weer en zo ontstaan allerlei kleuren in de natuur. Daarom vieren mensen dit lentefeest. De mens staat niet los van de natuur.”

Op de uitnodiging voor de Phagwá Milan gingen zes senioren- en kindertehuizen in. Zij genoten zichtbaar en enkele senioren lieten zelfs hun danspassen zien. In de zaal stonden verschillende informatiestands waar het publiek gratis bloeddrukmetingen kon laten doen en informatie kon krijgen over (mentale) gezondheid, cultuur, spiritualiteit en religie.

Voor Gangaram Panday maken de aanwezige informatiestands, waar uitleg wordt gegeven over wetenschap, gezondheid, religie en kunst- en cultuurgroepen, integraal deel uit van het lentefeest. Saraswati is de hindoeïstische godin van kennis, wijsheid, kunst, muziek, wetenschap en technologie. Vasant Panchami of Saraswati Jayanti is eveneens aan haar gewijd, legt hij uit. “Cultuur en natuur gaan samen en dat vieren wij.”


Cautál is niet alleen de naam van een ritmische maat in de Hindostaanse klassieke muziek, maar ook een volkszangtraditie uit de Noord-Indiase Bhojpuri-regio. Tijdens deze zangvorm zitten twee rijen zangers en muzikanten tegenover elkaar en dagen zij elkaar zingend uit binnen een bepaalde context. De cautál-groepen bestonden uit jongeren, vrouwen en mannen. Het publiek waardeerde hun inspanningen en liet dat duidelijk blijken met applaus. “We zien in veel groepen echte verjonging. Een enkele oude kerel van zeventig springt dan nog op het podium om zijn kunnen te demonstreren… heel mooi.”

Voor OHM reikt de ambitie verder dan alleen de Hindostaanse gemeenschap. Zang wordt gezien als hét middel om eenheid te creëren onder de gehele Surinaamse bevolking. Het doel is om cautál ook op scholen te introduceren, zodat kinderen van alle culturele achtergronden samen deze traditie beleven. Volgens Baldew werkt het vrolijke en opgewekte karakter “grensverleggend: zodra je samen een lied zingt, of dat nu het volkslied is of een cautál-nummer, dat bindt. Dat scheidt niet.”

Met meer dan 150 beschreven teksten die voortbouwen op een duizenden jaren oude traditie, blijft cautál volgens hem een fundament onder de Surinaamse collectieve beleving. “Zodra je één lied samen zingt, dat bindt, dat scheidt niet. Elk lied dat je samen zingt, of het nu een ‘Blaka Rosu’ is of een lied van Lieve Hugo, het bindt. Waarom zou cautál dan niet kunnen binden? We beseffen te weinig hoe weinig onze kinderen samen ondernemen. De Hindostaanse cultuur in Suriname biedt volop gelegenheid voor een grote gezamenlijke emotie. En cautál is een emotie.”