Advocaat van de nabestaanden, Hugo Essed. (Foto: Ranu Abhelakh)
De bodemprocedure tegen de Staat Suriname, aangespannen door tien families van slachtoffers van de 8 decembermoorden, is dinsdag van start gegaan. De zaak is kort voorgedragen in de rechtszaal. De Staat wordt vertegenwoordigd door Murwin Dubois en Milton Castelen. Advocaat Hugo Essed, die optreedt namens de nabestaanden, gaf na afloop een toelichting aan de pers.

Volgens Essed gaat het nadrukkelijk niet om een kort geding, maar om een bodemprocedure. Gezien de voortvarende start verwacht hij dat binnen ongeveer een jaar een uitspraak kan volgen.

In totaal hebben zestig familieleden van de slachtoffers – onder wie John Baboeram, Cyril Daal, Edmund Hoost, Rudie Kamperveen, Harrie Oemrawsingh, Leslie Rahman, Cornelis Riedewald, Jiwansing Sheombar, Jozef Slagveer en Somradj Sohansingh – zich aangesloten bij de vordering. Zij eisen eerherstel en formele excuses van de Staat, evenals een schadevergoeding van 500.000 euro per familie voor materiële schade en 750.000 euro voor immateriële schade.

Daarnaast wordt per familie een bedrag van SRD 250.000 gevorderd voor proces- en advocaatkosten. Ook eisen de families een dwangsom van SRD 500.000 per dag per familie voor iedere dag dat de Staat in gebreke blijft om een eventueel vonnis uit te voeren.

Opvallend is dat vijf andere families geen vordering hebben ingediend. Essed gaf aan niet te weten waarom zij daarvan hebben afgezien. “Alle erfgenamen zijn in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan deze vordering. Waarom sommigen dat niet hebben gedaan, kan ik niet zeggen. Ik heb als advocaat geen contact met de niet-vertegenwoordigde families,” aldus Essed.

Hij benadrukte dat het contact met de nabestaanden is verlopen via de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV), die de families ruim een jaar geleden heeft geïnformeerd over de voorgenomen procedure. Het verzamelen van documenten, zoals verklaringen van erfrecht en volmachten, heeft volgens hem enige tijd in beslag genomen.

De keuze om de Staat aansprakelijk te stellen is volgens Essed juridisch onderbouwd. “De moorden zijn gepleegd door personen die handelden als ambtenaren of regeringsfunctionarissen, met gebruik van middelen en faciliteiten van de Staat, waaronder wapens en gebouwen van het Nationaal Leger. Daarmee is de Staat mede aansprakelijk,” stelde hij.

Volgens de advocaat is het voor de Staat mogelijk om vervolgens de daders of hun erfgenamen aan te spreken. Hij verwacht echter dat dit in de praktijk lastig zal zijn, omdat vermoed wordt dat veel van de betrokkenen geen noemenswaardige bezittingen op hun naam hebben staan.