Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden 8-decembermoorden. (Foto: Ranu Abhelakh)
De advocaat van de nabestaanden van de 8-decembermoorden, Hugo Essed, zegt in een interview met Starnieuws dat in de vordering tegen de Staat specifiek is vastgelegd hoe het eerherstel en de excuses aan de slachtoffers en nabestaanden moeten plaatsvinden. Het eerherstel moet vorm krijgen in een verklaring waarvan de exacte bewoordingen zijn opgenomen, evenals de media waarin deze moet worden gepubliceerd.

“Het komt erop neer dat de Staat moet erkennen dat de slachtoffers onterecht zijn beschuldigd, niet hebben deelgenomen aan een contracoup en dus geheel onterecht van het leven zijn beroofd,” zegt Essed. Wie de excuses zal aanbieden – of dat de president zal zijn of een andere regeringsfunctionaris – is volgens hem niet van belang, zolang het maar een vertegenwoordiger van de Staat betreft. Als voorbeeld noemt hij de excuses aan de nabestaanden van Moiwana, die op 15 juli 2006 zijn uitgesproken door wijlen president Ronald Venetiaan.

Dat het moment van indiening van de vordering bewust zou zijn gekozen nu een NDP-regering aan de macht is, verwijst Essed naar het rijk der fabelen. “Dit tijdstip is niet getimed. Nadat de strafvorderingen door het Hof van Justitie in een definitief eindstadium waren gekomen met een veroordeling in 2023, konden wij de voorbereidingen treffen om deze vordering in te stellen. Dat heeft veel werk gekost, vooral omdat de nabestaanden in verschillende landen wonen en de benodigde stukken verzameld moesten worden.”

De vordering werd al in december 2025 ingediend, maar Essed typeert de rechterlijke afhandeling in Suriname als traag. Hij benadrukt dat het proces niet via de media zal worden gevoerd en dat er niet publiekelijk zal worden ingegaan op argumenten van partijen in deze zaak.

Essed gaat ook in op kritiek op de hoogte van de gevorderde schadevergoeding. “Die bedragen klinken misschien hoog, maar ik kan u verzekeren dat ze niet absurd zijn. Als je tot in detail zou berekenen hoeveel inkomsten de families al die jaren zijn misgelopen, kom je mogelijk zelfs op een hoger bedrag. Immateriële schade is bovendien niet in geld uit te drukken.”

Volgens de advocaat is het uiteindelijk aan de rechter om te oordelen. “Het gaat er niet per se om dat we dat bedrag krijgen, maar vooral om het eerherstel en de excuses,” stelt hij.

In de vordering is een schadevergoeding opgenomen van 500.000 euro per familie voor materiële schade en 750.000 euro voor immateriële schade. Daarnaast wordt per familie SRD 250.000 gevorderd voor proces- en advocaatkosten. Ook wordt een dwangsom geëist van SRD 500.000 per dag per familie, voor iedere dag dat de Staat in gebreke blijft om het vonnis uit te voeren.

De advocaat toont zich positief over de uitkomst van de zaak en stelt dat de nabestaanden volledig in hun recht staan.