SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid
26 Jan 2012, 16:00
foto


Reporters Without Borders (RFS) heeft op basis van een vragenlijst die ingevuld is door slechts één journalist bepaald dat persvrijheid in Suriname dertien plekken vooruit is gegaan. Suriname klimt op de wereldranglijst naar een gedeelde 22ste plek van 197 landen. De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) is verbaasd over de drastische positieve vooruitgang die Suriname krijgt over persvrijheid.

“De verbazing van d SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat RFS geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen”, zegt de SVJ in een verklaring, ondertekend door voorzitter Wilfred Leeuwin. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord. “De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd”, staat in de verklaring.

Schouderklopje
Reagerend op het rapport, dat overigens weinig of helemaal geen informatie geeft over het journalistiek gebeuren in Suriname of de beleving van persvrijheid, moet de SVJ constateren dat gezien de genoteerde redenen voor deze drastische vooruitgang, het niets anders is dan een schouderklopje voor instanties en instituten, zoals de overheid, die eventueel een gevaar kunnen vormen voor de persvrijheid in Suriname. Als reden voor deze drastische vooruitgang wordt in het rapport aangegeven dat er zich in 2011 geen noemenswaardige schendingen van persvrijheid hebben voorgedaan en er ook geen fysiek geweld heeft plaatsgevonden tegen journalisten. “Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.

Als de persvrijheid in Suriname met 13 posities op de ranglijst vooruit gaat ten opzichte van het jaar 2010, is het makkelijk de vraag te stellen wat het verschil is tussen beide meetmomenten. Wat is minder of meer geworden. De SVJ stelt vast dat in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media slechter is geworden. De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen. Hierover zijn bij de SVJ opmerkelijk veel klachten binnengekomen van journalisten. In 2011 is door de regering een aanzet gegeven voor het instellen van een mediaraad. Hierbij moet opgemerkt worden dat de eerste en voorlaatste keer dat er sprake was van een mediaraad, het in de jaren tachtig is geweest.

Contact met RSF gezocht
De SVJ benadrukt dat de vergelijking tussen 2010 en 2011 slechts van toepassing is op de met 13 plaatsen gestegen positie over de persvrijheid in Suriname. Op geen enkele manier wordt hiermee een beoordeling gegeven over de persvrijheid in de periode 2010, die zo zijn eigen kenmerken heeft gehad. Er moet wel worden vastgesteld dat de reden die verantwoordelijk zijn voor de stijging op de ranglijst niet reel zijn, omdat in elk willekeurig jaar, na de militaire periode vanaf 1980 die reden consequent is gebleven en niet slechts in 2011 als een ‘mijlpaal’ kan worden aangemerkt.

De SVJ heeft contact opgenomen met het kantoor van Reporters without Borders in Parijs en wacht op een reactie van de organisatie. De hoop is uitgesproken voor een heroriëntatie van hoe het gesteld is met de persvrijheid in Suriname en dat in de toekomst deze miscommunicatie voorkomen kan worden.
Advertenties