VES-voorzitter Steven Debipersad bedankt president Jennifer Simons voor haar toespraak.
President Jennifer Simons heeft tijdens de drukbezochte nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) de agrarische sector nadrukkelijk op de eerste plaats gezet binnen het economisch beleid van haar regering. Volgens de president vormt landbouw de ruggengraat voor voedselzekerheid, prijsstabiliteit, werkgelegenheid en duurzame economische groei, juist in een periode waarin Suriname zich voorbereidt op toekomstige olie-inkomsten. 

In haar toespraak maakte Simons duidelijk dat landbouw niet langer als een nevensector mag worden gezien, maar als een strategische pijler binnen de reële economie. “Echte welvaart ontstaat in de reële economie,” benadrukte zij, waarbij zij expliciet verwees naar landbouw als fundament onder een veerkrachtige en inclusieve ontwikkeling. Minder afhankelijkheid van voedselimport betekent volgens haar niet alleen meer werkgelegenheid en lokale productie, maar ook minder druk op de wisselkoers. 


Slim groeien binnen ecologische grenzen
De president onderstreepte dat de agrarische groei die haar regering nastreeft, niet ten koste mag gaan van het milieu. Suriname kiest volgens haar voor “slim groeien”, in balans met duurzaam bosbeheer en ruimtelijke ordening. Dat betekent productiever gebruik van bestaand landbouwgebied, rehabilitatie van infrastructuur en versterking van agrarische instituten, met als doel hogere opbrengsten en betere kwaliteit per hectare te realiseren. Daarbij speelt innovatie een sleutelrol.

Simons noemde onder meer agro-processing en geïntegreerde modellen zoals agroforestry als speerpunten. Door grondstoffen lokaal te verwerken en meer toegevoegde waarde in eigen land te creëren, kan Suriname zowel zijn exportpositie versterken als inkomens op het platteland verhogen. “Wij verschuiven van ruwe productie naar waardecreatie,” luidde de kernboodschap.

Onderwijs en vakmanschap onmisbaar
Een belangrijk element in de landbouwvisie van de regering is de koppeling met onderwijs en vakopleiding. De president legde sterke nadruk op middelbaar en hoger agrarisch beroepsonderwijs als voorwaarde voor modernisering van de sector. Zonder goed opgeleide boeren, technici en ondernemers is duurzame groei niet mogelijk, stelde zij.

Volgens Simons gaat het daarbij niet alleen om meer investeren, maar vooral om beter investeren. Kennisontwikkeling, toepassing van moderne productiemethoden en naleving van internationale standaarden zijn noodzakelijk om Surinaamse landbouwproducten concurrerend te houden op regionale en internationale markten.

Voedselzekerheid en prijsstabiliteit
De president koppelde landbouwbeleid expliciet aan sociaal-economische stabiliteit. Een sterke agrarische sector draagt bij aan voedselzekerheid en helpt prijsschommelingen te dempen, vooral bij basisgoederen. In een importafhankelijke economie als Suriname werkt prijsstijging snel door naar huishoudens. Lokale productie kan deze kwetsbaarheid verminderen.

“Minder voedselimport betekent ook minder druk op de wisselkoers,” stelde Simons, waarmee zij landbouw positioneerde als een indirect maar krachtig instrument binnen het macro-economisch beleid. In die zin is agrarisch beleid volgens haar geen sectorbeleid, maar integraal onderdeel van economische stabiliteit.

Landbouw vóór olie
Opvallend in de toespraak was dat Simons landbouw bewust vóór olie en gas plaatste. Olie-inkomsten worden door haar  niet gezien als vervanging van bestaande sectoren, maar als een middel om die sectoren te versterken. De president waarschuwde ervoor landbouw te verwaarlozen in afwachting van toekomstige olie-opbrengsten. Internationale ervaring leert volgens haar dat landen die hun traditionele sectoren laten verslappen, kwetsbaar worden zodra grondstoffenprijzen dalen.

Daarom moet landbouw nu worden versterkt, zodat Suriname ook ná de olie- en gasfase op eigen benen kan blijven staan. “Olie biedt kansen, maar geen zekerheid voor een duurzame toekomst,” stelde de president. 

Integriteit en beleidssamenhang

De president benadrukte dat succes in de agrarische sector alleen mogelijk is als beleid, uitvoering en toezicht samenkomen. Heldere regelgeving, betrouwbare instituties en handhaving tegen illegale activiteiten zijn noodzakelijk om vertrouwen te creëren bij boeren, investeerders en afnemers. Landbouwbeleid moet voorspelbaar zijn en ondersteund worden door goede infrastructuur, toegang tot financiering en marktinformatie.

Met de expliciete keuze om landbouw als eerste prioriteit te benoemen, gaf de president een duidelijk signaal af: economische groei moet breed gedragen zijn en geworteld blijven in productie, werk en voedselzekerheid. In die visie vormt de agrarische sector niet alleen het verleden van Suriname, maar vooral een onmisbare sleutel voor zijn toekomst.