De dood en het meisje
12 Jul, 04:44
foto
Carlo Jadnanansing


Verzoening mogelijk na militaire dictatuur? 

Op 7 maart 2000 schreef ik een recensie n.a.v. een toneelstuk dat in Thalia werd opgevoerd: ‘De dood en het meisje’. 
Bij mijn zojuist uitgekomen bundel ‘60 Recensies’ viel het mij op dat dit artikel nog een dusdanige actuele waarde heeft dat ik het verkort opnieuw onder de aandacht breng. 

De titel De dood en het meisje heeft niet zozeer betrekking op de inhoud van het stuk, maar is ontleend aan de componist Schubert: Der Tod und das Mädchen. Deze compositie speelt een cruciale rol in het toneelstuk. Genoemd muziekwerk werd door de dokter die Paulina (hoofdpersoon) tijdens haar gevangenschap martelde, steeds afgespeeld. Oorspronkelijk was dit ook haar favoriete muziek. Na haar vrijlating kon Paulina er echter niet meer naar luisteren.

De auteur, Ariel Dorfman, hoogleraar in de literatuurwetenschappen, heeft in 1990, het jaar waarin Chili na 17 jaar dictatuur formeel naar de democratie terugkeerde onder leiding van de wettig gekozen president Patricio Aylwin, het boek gepubliceerd. 

Inhoud
Een man (Gerardo Escobar) krijgt een lekke band en wacht lange tijd tevergeefs op hulp. Uiteindelijk stopt een hulpvaardige automobilist (Roberto Miranda) die hem een lift naar huis geeft. Thuis aangekomen meent de vrouw van Escobar (Paulina Salas) de behulpzame man te herkennen. Zij meent de stem te horen van de man die haar vijftien jaar geleden tijdens de militaire dictatuur herhaalde malen heeft verkracht en gemarteld. Ze bindt hem onder bedreiging met een vuurwapen vast op een stoel en besluit hem te ‘berechten’.

Gerardo probeert zijn vrouw van mening te doen veranderen. Hij is zelf advocaat en bovendien pas door de president van het land benoemd tot lid van de Waarheidscommissie. Deze commissie heeft tot taak de misdaden met dodelijke afloop in de periode van de dictatuur te onderzoeken. De afgetreden militaire machthebbers hebben via een Amnestiewet ervoor gezorgd dat zij zelf niet berecht kunnen worden. Er is dus geen sprake van gerechtigheid voor de slachtoffers en hun nabestaanden, maar slechts van een vorm van consensus tussen de oude en nieuwe machthebbers.

Paulina is zich ervan bewust dat haar zaak niet voor onderzoek in aanmerking komt aangezien ze nog in leven is. Berechting van haar aanranders door het wettig gezag is uitgesloten. Zij meent dat het lot haar gunstig gezind is geweest door haar in de gelegenheid te stellen één van haar beulen zelf te berechten.

Gerardo wijst Paulina erop dat het herkennen van de stem op zichzelf onvoldoende bewijs oplevert. Hij pleit voor Miranda zoals hij dat ook voor zijn eigen cliënten gedaan zou hebben. Hij wijst erop dat niemand het recht in eigen handen mag nemen. Dit zou ondermijning van de democratie, waar zij zelf voor vechten, betekenen. 

Dokter Miranda ontkent alle beschuldigingen en verklaart Paulina geestelijk gestoord. Hij smeekt Gerardo in te grijpen. Paulina wijst erop dat als de autoriteiten in gebreke blijven haar recht te doen, zij op grond van hogere morele principes bevoegd is zelf te handelen.

Hoewel Paulina zeker op de sympathie van het publiek mag rekenen, is het duidelijk dat er grenzen zijn aan haar moreel gezien misschien juist standpunt. Immers, een dergelijke houding kan gemakkelijk tot ondergraving van de democratie en zelfs tot anarchie leiden.

Gaandeweg het stuk wordt Gerardo verscheurd door een innerlijke tweestrijd. Hoewel hij weet dat hij als advocaat in strijd met zijn beroepsregels handelt, heeft hij toch veel sympathie voor de gevoelens van zijn vrouw. Uiteindelijk lukt het Paulina om Miranda onder bedreiging met de dood en met behulp van Gerardo tot een bekentenis te dwingen. De waarde hiervan is echter betrekkelijk, omdat Miranda tot het einde volhoudt dat hij onschuldig is, onder druk bekend heeft, en daarom ook geen berouw toont. Uiteindelijk besluit Paulina hem niet om het leven te brengen. 

Relevantie voor Suriname
Het drama vertoont grote gelijkenis met de toestanden die zich tijdens en na het militaire bewind in Suriname hebben voorgedaan. Als bij ons, evenals in Chili, de bestraffing van de daders achterwege gelaten zal worden, is het duidelijk dat volledige genoegdoening voor de nabestaanden en de Surinaamse gemeenschap in het algemeen, nimmer zal geschieden.
Indien daarmede een duurzame democratie in ons land als hoger doel bewerkstelligd kan worden, moet dat offer misschien gebracht worden.

De volgende vragen die uit het stuk naar voren komen, lenen zich niet gemakkelijk voor beantwoording:
Hoe kunnen degenen die gemarteld zijn, samen met de daders op vreedzame wijze co-existeren?
Hoe moet men een land helen dat getraumatiseerd is door onderdrukking als de vrees om vrijuit te praten nog aanwezig is?
Hoe moet men de waarheid achterhalen als liegen een gewoonte is geworden?
Hoe moeten wij het verleden levend houden zonder zijn gevangene te worden?
Is het legitiem om de waarheid op te offeren teneinde vrede te bereiken?

Carlo Jadnanansing 

Tuesday 04 August
Monday 03 August