Lang gekoesterde droom in vervulling
De toerisme industrie in Indonesië is booming. Volgens het Indonesisch Statiekbureau bezochten 15,8 miljoen toeristen het land in 2018 en voor de eerste helft in 2019 stond de teller al op 9,31 miljoen. Surinamers maakten een heel klein deel uit van de binnengekomen passagiers. In 2018 reisden 341 Surinamers naar Indonesië en tot september 2019 waren dat 248, zegt de Indonesische ambassadeur Julang Pujianto in Paramaribo.
Indonesië is niet erg bekend als bestemming onder de Surinaamse toeristen en reisbureaus. Reden genoeg voor de ambassade om in 2016 te beginnen met de familarization (fam) trips naar Indonesië. De interesse in Indonesië als vakantie-land neemt toe en meer Surinamers buiten de Javaanse diaspora tonen interesse in de reis. De ambassade gaat nu over om professionele Surinaamse tourorganisaties en reisbureaus te betrekken om de reizen naar Indonesië te organiseren, zegt Pujianto. De eerste gesprekken zijn reeds geweest en worden nu verder uitgewerkt.
Johannes en Harriëtte Moesredjo reisden onlangs mee in de vierde famtrip naar Indonesië. “Er is flink gespaard. De reis is een droom die werkelijkheid is geworden en Gods genade om het land van onze voorouders te bezoeken.” In Indonesië aangekomen krijgt het tweetal kippenvel; overal waar ze om zich heen kijken zien ze alleen ‘Wong Jowo’, Javaanse mensen. “Je beseft op dat moment dat je bent gekomen in het land van je voorouders. Voor ons is een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan.”
Toerisme
In de straten van de grote Indonesische steden wemelt het van de scooters. De meest geziene en hoorbare stedelijke brommertaxi’s ‘Gojek’ en ‘Grab’ razen van plek A naar B. En toch, “ondanks het drukke verkeer, was er toch een soort rust”, merkt Moesredjo op. “Niemand schold uit in het verkeer, geen getoeter, geen ongelukken; de mensen zijn gemoedelijk.”
De reis loopt door verschillende toeristische trekpleisters zoals de Indonesische hoofdstad Jakarta (Speciale Hoofdstedelijke Regio Jakarta; tot 1942 Batavia), de stad Yogyakarta in de gelijknamige speciale regio en Bali. De Moesredjo’s merken op dat alles in Indonesië is afgestemd op het toerisme. “Net als op Aruba, waar we iets vaker met vakantie zijn. Ook hier in Indonesië zijn ze er zich van bewust dat zij het toerisme nodig hebben en handelen ook ernaar.”
De inkomsten uit het toerisme nemen jaarlijks toe; die steeg van US$ 13,46 miljard in 2016 naar US$ 19,29 miljard in 2018. De Indonesische regering pompt gericht meer geld in deze economische sector, en participeert actief in de internationale marketing van het product, zoals de ambassade in Paramaribo.
Culinair
Binnen de toerisme-subsectoren geniet duurzaam dorpstoerisme grote aandacht. Vooral westerse toeristen willen het ‘gewone leven ervaren’ en kiezen vaker voor homestay: thuis logeren bij dorpelingen. Elk dorp heeft zijn eigen specialiteit, als ‘homestay’, kunst, houtsnijwerk of een traditionele keuken.
In het dorp Panjangan te Bantul in Yogyakarta staat Ingkung Kuali restaurant bekend om het overheerlijke kipgerecht Ayam Inkung. Verspreid in de tuin staan bamboehutten met elk een wastafel om de handen te wassen. Want hier nuttig je alles met je hand! “Ik keek al de hele reis uit naar dit moment en vroeg me af wanneer komt het moment van op traditionele wijze eten met je hand”, vertelt Moesredjo. “We hebben heerlijk gegeten in Indonesië, maar eerlijk is eerlijk”, bekent hij, “, ons Surinaams Javaans eten is lekkerder. Onze pindasambel heeft meer smaak.”
Traditionele sawa
Onderweg naar de Pura Ulan Danu Batur tempel in Bali stapt Moesredjo uit de bus voor een foto van een sawa, rijstveld langs de straat. De landbouwers snijden de rijstplanten tot driekwart met een sikkel en dragen de bundels op het hoofd naar een verzamelplek. Moesredjo wordt er even stil van. “Ik kom van de rechteroever van de Commewijne rivier en weet wat rijstplanten is; spelenderwijs hielp ik toen mee, echter dit verbaasde mij, want ik dacht dit zijn grote rijstvelden en ze oogsten machinaal. Maar het gebeurt allemaal nog zo traditioneel.”
In Indonesië is een bezoek aan rijstvelden en -terrassen een must see. De natte rijstveldjes liggen in terrassen leunend tegen de helling van het heuvelachtig land. Sommige zijn zelf uitgebouwd tot toeristische attracties compleet met restaurantjes, souvenirwinkeltjes en gidsen.
Javaanse contractarbeiders
De Surinaamse toeristen bezoeken ook Semarang, Ambarawa en Solo in de provincie Midden-Java, waar de voorouders van veel Surinaamse Javanen vandaan komen. Het gros van de contractanten kwam uit Oost-Java en reisde per spoortrein via Semarang, om in Batavia (Jakarta) de boot te nemen; enkele vertrokken rechtstreeks vanuit deze oude havenstad. Gebouwen uit de Nederlandse koloniale tijd sieren de Kota, de oude binnenstad van Semarang en betegelde straten hebben nog steeds Nederlandse namen.
Andre Risky is gids in het gerestaureerde hoofdkantoor van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij Lawang Sewu oftewel ‘Duizend Deuren’, dat nu duizenden bezoekers trekt. “Tachtig procent hiervan zijn Indonesiërs zelf, overige zijn buitenlanders waaronder veel Nederlanders”, vertelt Risky. Hier komen de verhalen over de koloniale periode van Nederlands-Indië en de bezetting door Japan, vlak voor Indonesië ’s onafhankelijkheid in 1945, weer tot leven. Door zelfstudie leerde hij meer hierover en vertelt hij die nuchter terug.
Gedeelde geschiedenis
De meeste toeristen trekken door naar de stad Ambarawa en het spoorwegmuseum op het oude treinstation ‘Willem I’. Hier staan oude Nederlandse en Duitse locomotieven uit de periode 1821-1928. “Het is indrukwekkend om de treinen van toen te zien en om de verhalen, de geschiedenis te horen”, vertelt Moesredjo. “Het geeft je ook een beeld van hoe het in de immigratieperiode een beetje aan toe is gegaan. Het gaat ook een beetje om onze gedeelde geschiedenis.”
De Moesredjo’s gaan overal gesprekken aan met plaatselijke mensen. Het overgrote deel heeft van Suriname gehoord. De conversaties lopen veelal in de alledaagse Javaanse spreektaal Ngoko en Allus. In Indonesië kent de Javaanse taal verschillende stijlen en afhankelijk van wie de gesprekspartner is, kiest men een vorm. “En precies daar merk je weer de gastvrijheid en beleefdheid; men probeerde zich steeds aan ons ‘lager’ taalgebruik aan te passen.”
Voorouders dankbaar
Voor de Moesredjo’s een reden genoeg om eenmaal terug in Suriname, zich te gaan verdiepen in het Bahasa Indonesia, de officiële taal. Het echtpaar behoort tot derde generatie Javanen in Suriname. “Ik ben mijn voorouders dankbaar voor hun stap naar Suriname. Dankzij hun offers mogen wij nu hier zijn”, zegt Moesredjo op eerbiedige toon. “Als zij die stap niet hadden gemaakt, zouden wij nu geen deel uitmaken van deze generatie Surinamers. Ik zou misschien nu een Gojek rijden.”
Al in Indonesië weet het echtpaar dat zij eens terugkomen. “Het wordt zeker een familiereis”. Het reisplan wordt dan aangevuld met een bezoek aan Surabaya en eventueel ook de dorpen van hun voorouders: Kederi en Madium (Madioen) in Oost-Java. “Niet direct om familie te zoeken, maar voor mijn eigen gemoedsrust wil ik weten en zien waar ze vandaan kwamen; uit respect en dankbaarheid voor hun offers.”
Roots zoeken
In de vorige trips zijn mensen echt op zoek gegaan naar hun roots, vertelt ambassadeur Pujianto. Het idee achter de georganiseerde reizen was dan ook om bewustzijn te creëren onder de Surinaamse Javanen: in plaats van een vakantie naar Miami of Nederland waarom niet in het land van je voorouders. Hiernaast stond de optie open om familie of het dorp van de voorouders te zoeken.
Diegenen die al wat data hadden verzameld, kregen ondersteuning van de ambassade in hun zoektocht. “Die loopt niet altijd even smooth”, weet de ambassadeur, “naam, dorp, regio zijn soms niet voldoende. In de registers staan namen niet correct en niet alle Javanen hebben een achternaam”. Hoewel de ambassade de georganiseerde reizen naar Indonesië nu wil overlaten aan de reisbureaus, zal zij faciliterend blijven in de zoektocht naar de roots.
Vandaag
Gisteren
- Prof. Donders: Universele mensenrechten laten ruimte voor culturele verschillen
- President Simons naar Engeland voor gesprekken over investeringen en offshoresector
- Honderden gelovigen trekken door Paramaribo tijdens elfde Kar-festival
- Nieuwe Britse premier Andy Burnham belooft 'nieuwe economie'
- Suriname heeft wel een wettelijke regeling voor ‘fiscale ringfencing’ bij O&G-contractors
- Suriname biedt Guyana hulp aan na tragische veerbootramp
- De grootste finale
- Regering roemt Hakrinbank als economische steunpilaar bij 90-jarig jubileum
- Guyana: Kapitein gearresteerd na schipbreuk, onzekerheid over aantal passagiers
- Oproep tot meer verbondenheid: 'Ontwikkeling begint met bruggen bouwen'
- Warm begin van de week met later kans op lokale regen- en onweersbuien
- Twee aardbevingen treffen Peru: minstens vijf doden in Junin-regio
- Column: Tussen glorie en realiteit
- Baitali gaat in hoger beroep tegen laatste vonnis in kwestie Van 't Hogerhuysstraat
Eergisteren
- Column: Borrelpraat no. 933
- Derde helft WK 2026: Spanje neemt de wereldkroon over, Messi verlaat WK-podium als verslagen grootheid
- Derde helft WK 2026: Spanje WK kampioen na 1 - 0 winst in finale tegen Argentinië
- Guyana MV Barima-ramp: 67 mensen gered, zoekgebied en middelen uitgebreid
- Trainingscentrum kinderen met een beperking in Geyersvlijt wordt heropend
- Bestuurder zonder rijbewijs na dodelijke aanrijding en doorrijden ingesloten
- Derde helft WK 2026: Spanje en Argentinië strijden in historische WK-finale
- Steekpartij aan Latourweg: verdachte aangehouden
- Suriname verdient openheid en geen mistgordijn
- Guyana: Meer dan 50 mensen gered na noodoproep passagiersschip MV Barima
- Handelsoorlog tussen VS en Brazilië escaleert na nieuwe importheffingen
- Warm WK-finaledag met kans op een lokale middag- of avondbui
- Iran waarschuwt VS voor 'onvergetelijke lessen' bij voortzetting aanvallen
- Ouders pleiten voor blijvende voortzetting van GRO-programma
- Adhin wil themavergadering over veiligheid; Jones hekelt afwezigheid DNA-leden in commissievergadering