De regering heeft besloten de salarissen van landsdienaren en de met hen gelijkgestelden met 15 procent te verhogen. De verhoging moet eind september 2026 worden toegekend. Hoewel het besluit volgt op onderhandelingen met de vakbeweging, is er nadrukkelijk geen akkoord bereikt tussen beide partijen. Dat blijkt uit een gezamenlijke persverklaring van de regering en vertegenwoordigers van de vakbeweging. President Jennifer Simons deelde zojuist het resultaat mee op een persconferentie. Ze benadrukte dat er verder wordt gesproken met de vakbeweging. 

De loonsverhoging gaat volgens de verklaring per direct in en wordt eind september toegekend. Uit de formulering blijkt dat het gaat om een algemene verhoging van 15 procent op de salarissen van landsdienaren en de met hen gelijkgestelden. Tegelijkertijd zijn regering en vakbeweging overeengekomen een gemengde werkgroep in te stellen. Deze zal bestaan uit acht vertegenwoordigers van de regering en zeven van de vakbeweging.

Ook de gezamenlijke onderwijsbonden en de veiligheidsbonden hebben getekend. 

De werkgroep krijgt drie maanden de tijd om concrete voorstellen uit te werken voor verdere invulling van de arbeidsvoorwaarden en het financiële kader.

Opvallend is dat in de gezamenlijke verklaring uitdrukkelijk wordt benadrukt dat geen akkoord is bereikt. Daarmee lijkt de discussie over de arbeidsvoorwaarden, ondanks de aangekondigde salarisverhoging, nog niet afgesloten.

De verklaring is namens de regering ondertekend door minister van Binnenlandse Zaken Marinus Bee, tevens voorzitter van de presidentiële commissie, en directeur Financiën Vincent Fernandes. Namens de vakbeweging hebben ondertekend vertegenwoordigers van Ravaksur PLUS, BVL/ALS, de gezamenlijke onderwijsbonden en veiligheidsbonden.