Rabin Parmessar, voorzitter commissie van rapporteurs, behandelt de Belastingwet.
De NDP-fractie ondersteunt de invoering van de Algemene Wet Belastingen (AWB), maar wil dat de wet pas volledig in werking treedt wanneer de Belastingdienst daadwerkelijk klaar is om het nieuwe stelsel uit te voeren. Fractieleider Rabin Parmessar stelde dinsdag tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee elf voorwaarden, met nadruk op rechtsbescherming, privacy, digitale veiligheid en de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst.

Parmessar, die tevens voorzitter is van de commissie van rapporteurs die de ontwerpwet heeft voorbereid, maakte duidelijk dat zijn fractie de noodzaak van één algemeen wettelijk kader voor de belastingheffing onderschrijft. De AWB moet de nu over verschillende belastingwetten verspreide formele regels harmoniseren en onder meer aangifte, aanslagen, bezwaar en beroep, informatieverplichtingen, controles en sancties uniformer regelen.

De NDP ondersteunt ook de modernisering en digitalisering van de Belastingdienst, een betere controle op belastingontduiking en winstverschuiving en internationale fiscale samenwerking. Volgens Parmessar moet daar echter een stevig systeem van rechtsbescherming tegenover staan. Een van zijn belangrijkste voorwaarden is dat de AWB niet geïsoleerd wordt ingevoerd. De wet moet volgens hem worden afgestemd op de Invorderingswet, de Invoeringswet en de Wet Rechtspraak Belastingzaken. Voorkomen moet worden dat de Belastingdienst nieuwe onderzoeks- en sanctiebevoegdheden krijgt terwijl de bijbehorende rechtsbescherming nog niet operationeel is.

Uitvoering vóór invoering

Parmessar plaatste vooral vraagtekens bij het moment van inwerkingtreding. In het ontwerp is bepaald dat de wet ingaat op de dag na afkondiging. Hij vindt dat de feitelijke gereedheid van de Belastingdienst bepalend moet zijn. De nieuwe wet veronderstelt volgens hem onder meer betrouwbare digitale systemen, elektronische communicatie, voldoende opgeleid personeel, veilige verwerking van fiscale gegevens, tijdige behandeling van bezwaren en functionerende fiscale rechtspraak. Hij opperde daarom ook de mogelijkheid van een gefaseerde invoering, waarbij onderdelen pas van kracht worden wanneer objectief is vastgesteld dat aan de uitvoeringsvoorwaarden is voldaan.

Voor volledige invoering wil Parmessar een concreet implementatieplan en een gereedheidstoets. Daarbij moet worden vastgesteld of het nieuwe systeem juridisch, organisatorisch en technisch gereed is en of de uitvoering financieel is gedekt.

Privacy en bevoegdheden
Een ander zwaar punt betreft de ruime informatiebevoegdheden die de Belastingdienst krijgt. De inspecteur kan gegevens, boeken, bescheiden en digitale bestanden opvragen en onder bepaalde omstandigheden zullen ook derden informatie moeten verstrekken. Parmessar vindt deze bevoegdheden noodzakelijk voor effectieve belastingcontrole, maar wil expliciete grenzen. Noodzakelijkheid, proportionaliteit, doelbinding, beveiliging en controleerbaarheid moeten volgens hem uitgangspunten zijn. Dat is volgens de NDP-fractieleider des te belangrijker omdat de ontwerpwet over bescherming van privacy en persoonsgegevens nog bij DNA in behandeling is.

Ook bij omkering en verzwaring van de bewijslast wil hij extra bescherming. Een belastingplichtige die volgens de inspecteur niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan, zou eerst duidelijk en schriftelijk moeten worden geïnformeerd over wat ontbreekt, welke hersteltermijn geldt en welke gevolgen niet-naleving heeft.

Kortere bezwaartermijn
De NDP-fractie heeft verder moeite met de normale beslistermijn van maximaal een jaar voor bezwaarschriften. Hoewel Parmessar erkent dat de Belastingdienst achterstanden heeft en ingewikkelde zaken tijd kosten, vindt hij een jaar als normale termijn te ruim. Verlenging moet volgens hem uitzonderlijk zijn en worden gemotiveerd.

Ook wil hij dat digitalisering niet leidt tot uitsluiting van burgers. Voor belastingplichtigen buiten Paramaribo en mensen die minder digitaal vaardig zijn, moeten ondersteunende voorzieningen beschikbaar blijven. Daarnaast moet vooraf duidelijk zijn wat gebeurt wanneer een digitaal systeem van de overheid uitvalt en een belastingplichtige daardoor bijvoorbeeld niet tijdig aangifte kan doen.

Parlement moet uitvoering blijven volgen

Parmessar wil bovendien dat het toezicht van DNA niet eindigt zodra de wet is aangenomen. Hij stelde voor in de wet zelf een evaluatie- en rapportageplicht op te nemen. Tijdens de eerste jaren zou jaarlijks aan het parlement moeten worden gerapporteerd over de werking van de AWB. Daarna zou ten minste eens per drie jaar een bredere evaluatie moeten plaatsvinden. Voor de eindstemming vraagt hij ook een laatste grondige wetstechnische controle van de ontwerpwet. Nummering, verwijzingen en de aansluiting tussen bepalingen en toelichting moeten volgens hem worden nagekeken om latere juridische problemen te voorkomen.

Parmessar vatte de positie van zijn fractie uiteindelijk samen als steun voor een sterkere Belastingdienst, maar niet voor onbeperkte bevoegdheden. Volgens hem moet tegenover effectieve belastingheffing duidelijke regelgeving, transparantie, controle en effectieve rechtsbescherming staan. De kwaliteit van de nieuwe wet zal volgens hem uiteindelijk niet alleen worden bepaald door wat DNA vastlegt, maar vooral door de vraag of het systeem in de praktijk kan functioneren.