Bij elke regeringswisseling is het een vast ritueel: raden van commissarissen (RvC’s) en diverse directies bij staatsbedrijven worden vervangen. Nieuwe mensen, nieuwe koers, nieuw toezicht. In theorie, want in de praktijk lijkt er vooral één ding te veranderen: wie er aan de knoppen zit. De taak van een RvC is helder: toezicht houden, controleren, waken over goed bestuur. Maar wat gebeurt er als juist die toezichthouders zélf onderdeel worden van het probleem?

Nog voordat sommige nieuwe RvC’s en directies goed en wel waren geïnstalleerd, kwamen ze al in opspraak. Bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, de Melkcentrale en het Staatsziekenfonds doken al snel signalen op van onregelmatigheden. Bij Grassalco is het inmiddels een gebed zonder eind geworden: onderzoeken worden aangekondigd, maar resultaten blijven uit. Niemand wordt echt ter verantwoording geroepen.

En nu Canawaima.
Wat zich daar afspeelt, is geen incident meer. Het is een symptoom van een dieper probleem. De vakbond, onder leiding van Dayanand Dwarka, heeft het vertrouwen in de RvC opgezegd en luidt de noodklok. De beschuldigingen liegen er niet om: belangenverstrengeling, financieel wanbeheer en het structureel overschrijden van bevoegdheden. De RvC zou zich niet beperken tot toezicht, maar zich actief bemoeien met de dagelijkse leiding. Met andere woorden: de scheidsrechter speelt zelf mee — en bepaalt ondertussen ook nog de uitslag. Dat is geen slecht bestuur meer, dat is machtsmisbruik.

Maar het gaat verder. Er zijn aanwijzingen dat geldstromen binnen het bedrijf via constructies lopen die gelieerd zijn aan leden van de RvC. Bedrijven op naam van familieleden, facturen die vragen oproepen, transacties die niet transparant zijn. Het zijn geen losse incidenten meer, maar signalen van een systeem waarin publieke middelen worden omgeleid naar private belangen.

En dat terwijl Canawaima geen verlieslatend bedrijf hóeft te zijn. Integendeel: het heeft een sterke verdiencapaciteit en vervult een cruciale rol in de verbinding tussen Suriname en Guyana. Er gaat geld om. Veel geld. Maar waar blijft dat geld? En dat is sinds jaar en dag het geval. Er wordt grof geld gemaakt door bestuurders en directies die het systeem naar hun hand zetten. Dat is de kern van het probleem: staatsbedrijven worden niet bestuurd, maar uitgehold. Dit terwijl er relatief hoge salarissen worden betaald aan de toppers. 


Bij Canawaima woedt er een machtsstrijd. De terminal manager ligt onder vuur, terwijl hij op zijn beurt de RvC beschuldigt van grensoverschrijdend gedrag. Het resultaat is bestuurlijke chaos, terwijl de dienstverlening onder druk staat en burgers de gevolgen voelen.
En toch blijft ingrijpen uit.

De president heeft meermaals gesteld dat corruptie hard zal worden aangepakt en dat niemand wordt beschermd. Maar de realiteit laat iets anders zien: dossiers stapelen zich op, onderzoeken duren eindeloos en sancties blijven uit. Het systeem corrigeert zichzelf niet, het beschermt zichzelf. Corruptie is daarmee geen incident meer, maar een verdienmodel. Een systeem dat zich voedt met publieke middelen en standhoudt door gebrek aan consequenties.

De vraag die blijft hangen is even eenvoudig als confronterend: wie controleert de controleurs? Zolang RvC’s zelf onderwerp zijn van verdenking, is toezicht een farce. Zonder geloofwaardig toezicht is goed bestuur een illusie en worden staatsbedrijven speelbal van persoonlijke belangen. Wat nodig is, is geen nieuw onderzoek dat in een lade verdwijnt. De politieke wil moet er zijn om zonder aanzien des persoons in te grijpen en consequenties verbinden aan misstanden. Want zolang dat niet gebeurt, blijft het systeem intact. En blijft de samenleving betalen.

Nita Ramcharan