Asis Gajadien krijgt een award van hofpresident Iwan Rasoelbaks voor zijn inzet voor de rechtsstaat. Ook ex-DNA voorzitter Marinus Bee, Cheryl Dijksteel (voorzitter commissie van rapporteurs) en Geneviére Jordan kregen een award.
Toen politicus Asis Gajadien (VHP) samen met Geneviére Jordan (ABOP) in november 2024 in De Nationale Assemblee de wetten over de geldelijke voorzieningen van de drie machten verdedigde, was zijn boodschap ondubbelzinnig: dit ging niet om verhoging, maar om synchronisatie. Geen zelfverrijking, maar harmonisatie. Geen extra druk op de staatskas, maar juist een besparing voor de samenleving. Tegenstemmers werden weggezet als misleiders. De samenleving zou later begrijpen dat deze historische wetgeving in haar voordeel was.

We zijn anderhalf jaar verder. Wat de samenleving inmiddels begrijpt, is iets heel anders. Wat werd verkocht als synchronisatie, is uitgegroeid tot een salaristijdbom waarvan de lont al in de wet zelf zat ingebouwd. En dan dringt zich een ongemakkelijke vraag op: wist Gajadien toen werkelijk niet wat nu glashelder is geworden? Of wist hij het wél en nam hij het risico bewust? Beide scenario’s zijn ontluisterend.

De loonreeksen zijn op basis van de wet vastgesteld door de president van het Hof van Justitie en werken terug tot 1 januari 2024. De bedragen zijn geen theoretische exercitie; ze zijn uitgekeerd. De wet bevatte vanaf het begin de mechanismen die deze uitkomst voorspelbaar maakten: volledige doorwerking van dienstjaren in de basisbezoldiging, een jaarlijkse periodieke verhoging van 5 procent, substantiële toelagen die structureel meetellen, en vooral het ontbreken van een plafond, een afbouwregeling of een evaluatiemoment.

Wetgeving hoort niet alleen het gemiddelde scenario te regelen, maar juist het uiterste te voorzien. Wat gebeurt er als iemand dertig of veertig dienstjaren heeft? Wat doet cumulatieve groei van vijf procent per jaar over een lange periode? Wat is het effect wanneer toelagen niet incidenteel zijn, maar structureel? Dat zijn geen abstracte berekeningen. Dat is basaal wetgevingswerk.

Wanneer Gajadien nu stelt dat hij niet wist dat er magistraten waren met zulke lange dienstjaren, dan is dat óf een gebrek aan voorbereiding óf een ernstige onderschatting van de gevolgen van zijn eigen initiatief. Een initiatiefnemer kan zich niet verschuilen achter onwetendheid. Zeker niet wanneer hij destijds met verve betoogde dat dit alles in het belang van de samenleving was.

Was het moreel verantwoord om bedragen van deze omvang te toucheren, met terugwerkende kracht, in een land waar leerkrachten, verpleegkundigen, politieagenten, militairen en ambtenaren met academische titels moeten rondkomen van 10.000 tot 15.000 SRD per maand? Waar onderwijs in het binnenland nog altijd hapert? Waar veiligheidstroepen werken met structurele tekorten?

Assembleeleden zelf ontvangen netto rond de SRD 95.000 per maand. Tegelijkertijd wordt de samenleving verteld dat dit een rationele herstructurering is. CLO-voorzitter Michael Miskin heeft inmiddels terecht aangegeven dat deze loonreeksen onvermijdelijk doorwerken in bredere loononderhandelingen. Dat is geen dreigement, maar systeemlogica. Wanneer de top structureel losraakt van de basis, verschuift de druk naar het hele apparaat. Bovendien werkt elke procentuele verhoging door naar de drie machten! 

Een rechtsstaat leeft niet alleen van juridische correctheid. Hij leeft van legitimiteit en van proportie. Van het gevoel dat beloning, verantwoordelijkheid en maatschappelijke realiteit met elkaar in verhouding staan. Wanneer die verhouding zoek raakt, ontstaat erosie — niet alleen financieel, maar institutioneel.

Gajadien wringt zich nu in allerlei bochten en zegt dat bedragen altijd aangepast kunnen worden, dat er misschien een plafond moet komen, dat de vijf procent progressief kan afnemen. Maar waarom werd die rem niet ingebouwd toen het ertoe deed? Waarom werd kritiek niet verwelkomd als noodzakelijke scherpte, maar weggezet als misleiding?

De loonreeksen zijn binnen de wettelijke kaders vastgesteld door het Hof van Justitie. Juridisch kan men zich beroepen op de wet. Maar legaliteit is niet hetzelfde als morele rechtvaardigheid. Wanneer maatschappelijke verontwaardiging breed en diep is, kan men zich niet beperken tot de letter van de wet.

Juist daarom rust er ook een verantwoordelijkheid op het Hof zelf. Onafhankelijkheid betekent niet afstand van de samenleving. Moet de rechterlijke macht, die terecht haar positie bewaakt, niet zelf het initiatief nemen tot een proportionele herijking of een plafond? Niet uit politieke druk, maar op basis van moreel-ethische normen?

Synchronisatie werd beloofd. Wat ontstond is een constructie zonder rem. En zolang niemand expliciet verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen, groeit niet alleen het salaris, maar ook het wantrouwen. En wantrouwen kent geen plafond. Wat zal er gebeuren als deze kwestie op de groene tafel zou belanden! 

Nita Ramcharan

Gelukkig Nieuwjaar. Moge het Jaar van het Vuurpaard brengen wat nodig is: helderheid, moed en de zuivering die elke samenleving soms moet doormaken.