Momenteel zijn de benoemingen van verschillende personen in diverse raden politiek hot items. Het schijnt steeds dat politiek Suriname niet begrijpt wat beleid inhoudt. Beleid is niets anders dan een uitgewerkt duurzaam strategisch plan dat een organisatie of land moet leiden van het ongewenste heden naar de gewenste toekomst. Een duurzaam strategisch plan kan alleen tot stand komen op basis van “evidence-based policy”, dat wil zeggen een plan dat tot stand is gekomen op basis van wetenschappelijk onderzoek en analyses.

De politiek heeft steeds haar mond vol over het creëren van duurzame ontwikkeling, maar haar handelingen zijn vaak het tegenovergestelde, waardoor Suriname niet verder vooruit kan komen. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen (definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987). De drie grootste vijanden van duurzame ontwikkeling zijn vriendjespolitiek, populisme en corruptie. Bij de benoemingen van raden spelen vriendjespolitiek en populisme steeds weer een grote rol.

Situatie Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB)

Bij de SBB voldoen alleen de voorzitter (wnd. GBB-directeur) en de ondervoorzitter (wnd. hoofd LBB) momenteel aan de statutaire voorwaarden als bestuursleden. Ter voorkoming van onstatutaire benoemingen heeft de SBB-directie in augustus 2025 de huidige GBB-minister aangeschreven en geadviseerd hoe om te gaan met de benoemingen binnen het SBB-bestuur.

In artikel 6.1C wordt aangegeven dat de overige bestuursleden gekozen kunnen worden uit vertegenwoordigers van de concessiehouders, binnenlandbewoners, milieu-ngo’s, het ministerie van Financiën & Planning, de technische wetenschappelijke instituten en het Nationaal Leger.
De wetgever heeft het woord “kunnen” gebruikt in plaats van “moeten”, omdat er zes organisaties zijn. Indien men alle zes organisaties in het SBB-bestuur zou opnemen, dan zou het bestuur samen met de voorzitter en ondervoorzitter uit acht leden bestaan, wat strijdig is met de statuten. In artikel 6.1 staat dat het SBB-bestuur uit maximaal zeven leden mag bestaan.

De SBB-directie heeft in haar schrijven aan de GBB-minister geadviseerd om het Nationaal Leger in deze fase uit te sluiten. Verder moet hij naast de vertegenwoordiger van het ministerie van Financiën en Planning (MinFin) de volgende organisaties aanschrijven voor het doen van voordrachten om zitting te nemen in het SBB-bestuur, te weten:
● Vertegenwoordigers concessiehouders: 
● Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en Associatie van Surinaamse Fabrikanten.
● Vertegenwoordigers binnenlandbewoners: Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) en Samenwerkingsverband Kwinti, Aluku, Matawai, Paamaka, Okanisi en Saamaka (KAMPOS). 
● Vertegenwoordigers milieu-ngo’s: Tropenbos Suriname (TBS), 
● Conservation International (CI) en Amazone Conservation Team Suriname (ACTS).
● Vertegenwoordigers technische wetenschappelijke instituten: Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) en 
● het Centrum voor  Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (CELOS).

Helaas is het advies van de SBB-directie in de wind geslagen door de politiek. Bij nadere navraag is gebleken dat men het woord “kunnen” heeft vertaald als: “het is geen verplichting om personen van deze organisaties in het bestuur op te nemen.” Men heeft vervolgens via de politieke partijen voordrachten gedaan, wat zeer jammer is.

Vermeldenswaard is dat het voor het eerst in de geschiedenis is voorgekomen dat MinFin geen vertegenwoordiger heeft in het SBB-bestuur, terwijl SBB een gesubsidieerd bedrijf is dat staatsmiddelen int en gebruikt. SBB speelt onder meer een cruciale rol bij het behalen van de SDG’s in 2030 en het tegengaan van klimaatverandering. Hopelijk zullen de genoemde organisaties, ondersteund door De Nationale Assemblée, ernstig protest aantekenen tegen hun uitsluiting in het huidige SBB-bestuur.

Conclusie
Het systematisch wetenschappelijk verzamelen, analyseren en interpreteren van belangrijke gegevens over een specifiek beleidsgebied speelt een cruciale rol in nationale beleidsontwikkeling. Wetenschappelijk onderzoek draagt bij aan de beantwoording van strategische vragen van diverse organisaties, burgers, ngo’s en overheid/politiek. Toch zien wij steeds vaker dat de politiek de wetenschap op afstand houdt en/of totaal negeert.

De politiek moet uiteindelijk weten en accepteren dat wetenschappelijke kennis zal bijdragen aan de transformatie van een hiërarchische, belerende organisatie naar een effectieve en efficiënte lerende organisatie of overheid, waardoor duurzame nationale ontwikkeling gegarandeerd is. Het uitgestippelde beleid moet een maatschappelijke kloof overbruggen tussen de vastgestelde feiten (probleemoorzaken) en wensen (beleidsstrategie), waarbij duurzame oplossingen op wetenschappelijke basis gegarandeerd zijn.

We moeten geen mensen gaan trainen die reeds in de raden zijn benoemd (uitspraak vicepresident), maar we moeten deskundigen in de raden benoemen. We streven ernaar deskundigen die naar het buitenland zijn vertrokken terug te halen en het vertrek van deskundigen te ontmoedigen (uitspraak minister van Buitenlandse Zaken), maar dat kunnen wij pas bewijzen met het uit te voeren beleid.

Met het huidige beleid zullen deskundigen blijven vertrekken, omdat ‘a systeem no kenki ete sref srefi’! Laat dat gezegd zijn!

Ruben Ravenberg, PhD, MBA, MSc
rub_rav@yahoo.com