In de rechtszaak rond de dodelijke schietpartij op Karan Chablani heeft de verhuurder van de auto die bij de aanslag werd gebruikt de verklaring van de verdachte fel tegengesproken. Volgens de verhuurder klopt het verhaal van de verdachte over het verwijderen van de kentekenplaat niet.

Tijdens de voortzetting van de zitting vrijdag werd de eigenaar van het grijsgelakte voertuig, een Toyota Ractis, gehoord door de Krijgsraad. De auto zou zijn gebruikt bij de drive-by shooting waarbij Chablani in oktober vorig jaar om het leven kwam.

Verdachte A.L. verklaarde eerder dat hij de kentekenplaat van het voertuig had verwijderd omdat deze volgens hem los zat. Tegenover de rechter zei hij dat hij tijdens het rijden een knetterend geluid hoorde en merkte dat de plaat “slap” zat en elk moment kon afvallen.

De verhuurder weersprak die uitleg echter stellig. Volgens hem was de kentekenplaat stevig bevestigd en kon deze niet zomaar losraken. “Hij liegt. Alles zat stevig vast. Wij bevestigen de kentekenplaten van onze verhuurde voertuigen bovendien met een L-sleutel,” verklaarde de getuige tegenover de rechtbank. De betreffende Toyota Ractis werd na het schietincident onbeheerd aangetroffen aan de Waakhuyzenlaan.

Een andere getuige, L.B., die ook als medeverdachte wordt aangemerkt, zou eveneens worden gehoord. Zijn advocaat vroeg echter om uitstel omdat het Gerechtelijk Vooronderzoek nog gaande is. De rechter ging akkoord met dat verzoek. L.B. zal pas worden gehoord nadat het onderzoek is afgerond.

President van de krijgsraad Anand Charan gaf daarnaast een toelichting op zijn rol in de zaak. Op een eerdere zitting was naar voren gekomen dat hij als rechter-commissaris betrokken was bij de verlenging van de bewaring van de verdachte.

Charan benadrukte dat een bevel tot bewaring niet wordt beschouwd als een onderzoeks­handeling in het strafproces. Daarom vormt dit volgens hem geen belemmering om de inhoudelijke behandeling van de zaak te leiden. Hij had de verdachte en diens advocaat Raoul Lobo gevraagd of zij bezwaar hadden tegen zijn rol als zittingsvoorzitter, maar dat bleek niet het geval.

De behandeling van de zaak wordt in mei voortgezet.