Een deel van het VES bestuur tijdens het gesprek met de president.
De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) zal president Jennifer Simons binnenkort een lijst met concrete voorstellen en maatregelen voor het nationale productiebeleid doen toekomen. Daarmee wil de organisatie bijdragen aan het versterken van het ondernemerschap en de economische weerbaarheid van het land. Dit zegt de secretaris van de VES, Swami Ghirdhari, in gesprek met Starnieuws. De toezegging volgt op een bespreking tussen het bestuur van de VES en president Simons waarin onder meer werd gesproken over stijgende brandstofprijzen, extra staatsinkomsten uit olie, het schuldenbeleid van de regering, de toekomst van staatsbedrijven en de noodzaak van versterking van de nationale productie en voedselzekerheid.

Tijdens het onderhoud gaf het staatshoofd aan behoefte te hebben de VES te informeren over enkele actuele economische vraagstukken en tegelijkertijd de visie van de vereniging hierover te vernemen. De bespreking richtte zich met name op twee onderwerpen: maatregelen gericht op het verhogen van de staatsinkomsten en de mogelijke effecten van de recente geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten – de zogenoemde Iran-crisis – op de economie van Suriname.

Effecten van stijgende brandstofprijzen

Een belangrijk punt van zorg is de stijgende internationale brandstofprijzen en de mogelijke doorwerking daarvan in de Surinaamse economie. Uit eerdere ervaringen blijkt dat stijgende brandstofprijzen vaak leiden tot bredere prijsstijgingen van goederen en diensten. Daarbij wordt in sommige gevallen disproportioneel gereageerd op de stijging van brandstofkosten. Het is onwenselijk dat een brandstofstijging van bijvoorbeeld 10 procent leidt tot een even grote of ruimere prijsstijging van bepaalde goederen, terwijl brandstof slechts een relatief klein aandeel vormt in de totale kostprijs van die producten.

De VES gaf aan dat verwacht kan worden dat hogere pompprijzen uiteindelijk ook zullen doorwerken in de prijzen van andere goederen en diensten. De vereniging benadrukte dat zij geen voorstander is van algemene brandstofsubsidies. Wel acht de VES het noodzakelijk dat de regering gerichte ondersteuning biedt aan kwetsbare huishoudens en sociaal zwakkere groepen in de samenleving.

Daarvoor is het volgens de vereniging belangrijk dat de overheid beschikt over actuele en opgeschoonde databestanden van het ministerie van Sociale Zaken, zodat ondersteuning effectief en doelgericht kan plaatsvinden. Daarnaast werd gewezen op bepaalde werkende groepen die momenteel eveneens zwaar onder druk staan en mogelijk ondersteuning behoeven.

Extra staatsinkomsten
Tegelijkertijd zal een stijgende internationale olieprijs ook leiden tot hogere staatsinkomsten via de afdrachten van Staatsolie aan de Staat. De VES gaf aan dat een deel van deze extra olie-inkomsten kan worden ingezet om de negatieve effecten van prijsstijgingen voor kwetsbare groepen te verzachten.

Daarbij werd het belang van transparantie benadrukt. Volgens de VES dient de samenleving duidelijk geïnformeerd te worden over welke middelen beschikbaar komen en hoe deze zullen worden aangewend.

Schuldenbeleid en staatsbedrijven

Tijdens de bespreking werd ook aandacht gevraagd voor het schuldenbeleid van de regering. De VES wees erop dat, net als bij de vorige regering, de aflossing van buitenlandse schulden naar de toekomst is doorgeschoven. De vereniging stelde daarom de vraag hoe de regering voornemens is de nationale en internationale schulden op middellange termijn af te lossen.

Daarnaast kwam het vraagstuk van staatsbedrijven aan de orde, zegt Girdhari. De VES vroeg naar de plannen van de regering met betrekking tot rationalisatie en mogelijke privatisering van staatsbedrijven, inclusief de vraag welke bedrijven hiervoor in aanmerking komen en binnen welk tijdsbestek dit zou kunnen plaatsvinden. Op dit punt kon nog geen concreet antwoord worden gegeven, aangezien de regering nog werkt aan een beleidskader voor rationalisatie en eventuele privatisering.

Nationale productie en voedselzekerheid

Ook het nationale productiebeleid werd besproken, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector. De president gaf aan dat de regering werkt aan plannen die binnenkort gepresenteerd zullen worden. Daarbij zijn ook middelen gereserveerd om jongeren op te leiden en te trainen voor activiteiten binnen de productiesector.

De VES vroeg tevens aandacht voor de situatie rond het Viskeuringsinstituut, dat een belangrijke rol speelt in het waarborgen van de kwaliteit en internationale reputatie van de Surinaamse visserijsector. Volgens de vereniging mag dit instituut, dat van groot belang is voor de exportpositie van Suriname, niet onder druk komen te staan door politieke ontwikkelingen. Verder werd gewezen op de noodzaak om de gevolgen van de cassaveziekte grondig in kaart te brengen en scenario’s te ontwikkelen om mogelijke voedseltekorten in bepaalde delen van het land te voorkomen.

De recente COVID-pandemie heeft volgens de VES opnieuw duidelijk gemaakt hoe belangrijk een sterke nationale productiecapaciteit is. In het licht van nieuwe geopolitieke spanningen, zoals de huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten, wordt dit belang nog eens onderstreept. Suriname dient in staat te zijn zijn eigen bevolking te voeden en minder afhankelijk te worden van import. Voedselzekerheid is volgens de vereniging een strategisch vraagstuk waarbij nationale regie essentieel is. Dit vereist een duidelijke visie, een samenhangend beleidsplan en een consistente uitvoering.

Integriteit en goed bestuur

Girdhari zegt dat de VES aandacht gevraagd heeft voor het belang van corruptiebestrijding en transparante benoemingen binnen de overheid en staatsbedrijven. In een periode waarin van de samenleving offers worden gevraagd, is het volgens de vereniging van groot belang dat de overheid het goede voorbeeld geeft. Dit betekent onder meer het tegengaan van verspilling, corruptie, nepotisme en vriendjespolitiek.

Het gesprek tussen de VES en de president verliep volgens de vereniging in een open, kritische en soms scherpe sfeer, maar werd door beide partijen als constructief ervaren.