Suriname staat op het punt zijn 50-jarig bestaan als staatkundig onafhankelijk land te vieren. Deze mijlpaal biedt gelegenheid om onze identiteit aan de wereld te tonen. Terwijl een volwassen status voor velen relatief vroeg bereikt kan worden, komen de ware levenservaringen vaak pas na het 45ste levensjaar.

Zelf ben ik, net zoals veel van mijn generatiegenoten, in mijn jongere jaren niet echt bewust geweest van de complexe realiteiten om ons heen. In de afgelopen decennia heeft Suriname verschillende cruciale ontwikkelingen doorgemaakt op bestuurlijk, economisch en maatschappelijk vlak. Deze veranderingen hebben ons gevormd als individuen én als natie.

Echter, de vraag of we werkelijk een hechte natie zijn, blijft controversieel, vooral als we kijken naar de uitdagingen en verdeeldheid die ons de afgelopen jaren hebben getroffen.

We zijn getuige geweest van een periode die werd gekenmerkt door zware leugens en loze beloftes. Het negatieve effect hiervan is nog steeds merkbaar in onze samenleving, zelfs drie maanden na de bevrijding op 25 mei jl. Vervreemding, onbegrip en onverdraagzaamheid zijn wijdverspreid, net als de angst om belangrijke kwesties en instanties ter discussie te stellen.

De afgelopen jaren waren gevuld met vele beloftes, maar die hebben voornamelijk gediend in het voordeel van een selecte groep. Dit heeft geleid tot een situatie waarin een bepaalde elite heeft geprobeerd ons land in een wurggreep te houden, met als doel het te exploiteren als een wingewest. Tijdens de laatste verkiezingen hebben meerdere politieke partijen zich gepositioneerd om regeringsmacht te verwerven. Opmerkelijk is dat veel van deze partijen vergelijkbare slogans hanteerden – en dat enkelen nu aan de macht zijn.

Met name tijdens de verkiezingscampagne van de huidige president, mw. Jennifer Simons, was er sprake van een opmerkelijke houding van transparantie en realisme. In tegenstelling tot anderen deed zij nooit beloftes over het binnen 200 dagen weer op de rails krijgen van het land. Zij moedigde de bevolking juist aan om zich voor te bereiden op een uitdagend proces, en benadrukte telkens dat we ons op het slechtste moesten voorbereiden.

Als sommigen nu menen dat er een vermeende 'stabiliteit' is nagelaten, moet de vraag worden gesteld of deze stabiliteit ooit het welzijn van het volk heeft gediend, of dat zij ons slechts heeft uitgemolken, zonder enige wederdienst.

Iedereen die de kans heeft gekregen om iets bij te dragen aan de samenleving, moet zich realiseren dat dit nooit zonder verantwoordelijkheid is. Zoals het gezegde luidt: "Als je met één vinger naar iemand wijst, wijzen er vier terug naar jou."

Het is tijd voor Surinamers om weer met trots deel te nemen aan onze belangrijke nationale feestdagen. Laten we samen op 25 november 2025, het Bigi Yari van onze Srefidensi, het nieuwe jaar van onafhankelijkheid inluiden – met de hoop op een eerlijke en inclusieve toekomst voor ons allen.

Steve Esser