Het Openbaar Ministerie (OM) heeft het verzoek van de veroordeelde ex-governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Robert van Trikt, om de uitvoering van zijn vonnis met drie maanden uit te stellen, afgewezen. Via zijn advocaat Chandra Algoe is Van Trikt meegedeeld dat hij slechts één week uitstel krijgt om de meest noodzakelijke persoonlijke zaken te regelen. Daarna moet hij zich melden bij de penitentiaire inrichting te Santo Boma. Het OM benadrukt dat na deze week het vonnis onverkort ten uitvoer zal worden gelegd.

Van Trikt en de overige verdachten in de spraakmakende CBvS-strafzaak zijn op 19 januari in hoger beroep opnieuw veroordeeld door het Hof van Justitie (HvJ). Het hof legde Van Trikt een gevangenisstraf van zes jaar op, een aanzienlijke vermindering ten opzichte van de acht jaar die eerder was opgelegd. Van die oorspronkelijke straf had hij reeds drieënhalf jaar uitgezeten, waarna hij om humanitaire redenen, vanwege zijn gezondheidstoestand, voorlopig in vrijheid werd gesteld.


Van Trikt zal samen met een nieuw team van juridische deskundigen zijn veroordeling op internationaal niveau aanvechten. Daarbij zal niet alleen nieuw en tijdens de nationale rechtsgang niet uitgeput bewijsmateriaal worden ingebracht dat zijn onschuld zou moeten aantonen, maar zal ook een beroep worden gedaan op fundamentele rechtsbeginselen.

Zo zal onder meer worden gewezen op het oordeel van het HvJ dat het voorarrest van Van Trikt, dat bijna twee jaar duurde, onrechtmatig is geweest. Daarnaast zal worden aangevoerd dat hij na zijn voorlopige invrijheidstelling gedurende een lange periode van circa drie jaar in een toestand van rechtsonzekerheid heeft verkeerd, totdat het vonnis in hoger beroep werd uitgesproken.

Van Trikt en zijn verdediging hebben gedurende de afgelopen jaren steeds betoogd dat zijn handelen voortkwam uit beleidsbeslissingen, waarbij de regering — en met name medeverdachte en voormalig minister Gilmore Hoefdraad — volledig op de hoogte was en expliciet goedkeuring zou hebben verleend. Volgens de verdediging heeft het hofvonnis nu jurisprudentie betekenis en kan het verstrekkende gevolgen hebben voor zowel publieke als private organisaties.

Op internationaal niveau zal tevens worden verwezen naar het onafhankelijke rapport van adviesbureau Kroll, dat door het OM zelf werd ingeschakeld. Kroll beoordeelde de contracten en handelingen die aan de verdachten ten laste zijn gelegd en concludeerde dat de contractueel overeengekomen vergoedingen voor projecten en diensten in lijn waren met vergelijkbare internationale opdrachten.

Volgens de verdediging heeft het OM zich echter vooral vastgebeten in een passage uit het rapport waarin wordt gesteld dat de betaalde voorschotten relatief hoog waren in verhouding tot de geleverde prestaties. Op basis daarvan zijn Van Trikt en zijn zakenpartner Ashween Angnoe van accountantskantoor Orion veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van 625.000 euro, dat volgens de contracten als betaling aan het bij de projecten betrokken bureau was uitgekeerd.

Kasreservezaak
Enkele weken geleden is Van Trikt ook opgeroepen om te verschijnen voor de rechter-commissaris in verband met een klacht uit 2020 van Finabank en veertien bezorgde burgers. Zij stellen dat door het gebruik van kasreserve-middelen van lokale banken — die normaal gesproken onder beheer van de CBvS vallen — spaargelden zijn ontvreemd dan wel in gevaar zijn gebracht. Deze handelingen zouden hebben plaatsgevonden in de periode waarin Van Trikt governor was van de Centrale Bank.