Danielle Veira bij het verlaten van het gerechtsgebouw.
De Krijgsraad heeft vrijdag geoordeeld dat op basis van de feiten en omstandigheden niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat Danielle Veira, voormalig hoofd van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV), opdrachtgever was van de gijzelingsactie van Rodney Cairo op 16 april 2020. Zij kan ook niet als medepleger worden aangemerkt.

Veira werd volledig vrijgesproken van alle tenlasteleggingen, waaronder (mede)pleging van gijzeling en poging daartoe, huisvredebreuk, (mede)pleging van vrijheidsberoving, poging tot vrijheidsberoving en het onbevoegd verstrekken van wapenpasjes.

Volgens president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, stond tijdens de beoordeling centraal of daadwerkelijk sprake was van een DNV-operatie. “De hamvraag is of het inderdaad om een DNV-operatie ging,” stelde Valstein-Montnor. Daarbij werd vastgesteld dat slechts één veroordeelde medeverdachte, Imro Miedema, had verklaard dat Veira gebeld kon worden toen de politie om uitleg vroeg. Andere objectieve aanwijzingen die haar rol als opdrachtgever bevestigen, ontbraken.

Over de beschuldiging dat Veira onbevoegd wapenpasjes en wapens zou hebben verstrekt, overwoog de Krijgsraad dat het binnen DNV eerder is voorgekomen dat informanten en burgers van wapens en wapenpasjes werden voorzien. Daarbij werd ook gewezen op het feit dat dit in het verleden zelfs op instructie van een president kon plaatsvinden. De Krijgsraad achtte het daarom onredelijk om Veira als enige strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor een praktijk die structureel bestond binnen de organisatie.

Op grond hiervan oordeelde de Krijgsraad dat Veira niet strafbaar is en werd zij ontslagen van alle rechtsvervolging.