Column: Wereldnieuws nader belicht (Midden-Oosten)
15 Jan, 00:59
foto
Marten Schalkwijk


De Arabische landen willen geen oorlog in het Midden-Oosten

De situatie in het Midden-Oosten is 100 dagen na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 een stuk ingewikkelder geworden.  Er is nog geen algemene oorlog uitgebroken, maar de vraag is of dat alsnog kan gebeuren. In een eerder artikel beschreef ik de algemene situatie in de regio. In dit artikel geven we wat meer context voor het begrijpen van de situatie. In een volgend artikel gaan we dan in op de actuele situatie.

Bevolking Gaza betaalt dure prijs
Hamas erkent Israël niet en wil de Joden helemaal weg uit het gebied. Het doden en ontvoeren van Israëlische burgers op 7 oktober was bedoeld als een provocatie, waarbij men wist dat Israël terug zou slaan. Het grotere doel was echter om een meer algemene oorlog uit te lokken, waarbij de omliggende Arabische landen Israël zouden aanvallen.  Dat laatste is niet gebeurd, terwijl Israël -zoals verwacht- wel een oorlog tegen Hamas is begonnen. Omdat de infrastructuur van Hamas zich bevindt te midden van een niet-militaire burgeromgeving, kost de uitgelokte oorlog ook vele burgerdoden. 

De Palestijnse burgerbevolking heeft het dan ook zwaar te verduren en is uiteindelijk het grootste slachtoffer van de acties van Hamas, niet alleen qua doden en gewonden, maar ook qua huizen die vernield zijn en leven dat ontwricht is. Hamas zelf betaalt overigens ook een flinke prijs, omdat er vele Hamasstrijders zijn gedood en een belangrijk deel van hun infrastructuur -inclusief een groot onderaards tunnelnetwerk-, is vernietigd.

Vrede met Egypte en Jordanië
In de periode 1948-1973 zijn de Arabische buurlanden vijf keer verwikkeld in een oorlog met Israël. Ze hebben Israël nooit verslagen. Na 1973 zien we geen breed conflict met de Arabische landen meer en dit heeft twee oorzaken.
In 1977 bezocht de Egyptische president, Anwar Sadat, Jeruzalem, en hield een toespraak voor het Israëlisch parlement. Sadat heeft zelf het initiatief genomen en was al een paar jaar met het idee bezig. Egypte had buitenlandse hulp nodig en Sadat verwachtte dat bij vrede tussen Egypte en Israël de Westerse landen Egypte financieel zouden ondersteunen. In 1978 werd het Camp David akkoord gesloten tussen Egypte en Israël. In maart 1979 werd een vredesverdrag tussen beide landen ondertekend.

In 1994 werd tussen Jordanië en Israël een soortgelijk verdrag gesloten. Ook hier was Amerika tussenpersoon, ten tijde van president Clinton, die Jordanië over de streep trok door te beloven dat al hun schulden aan de VS (toen US$ 480 miljoen) zouden worden kwijtgescholden. In 2020 werden -mede door facilitering van president Trump van de VS- verdragen getekend tussen Israël en Bahrein, Israël en de Verenigde Arabische Emiraten, terwijl er ook documenten ter normalisatie van de relaties werden getekend met Marokko en Sudan (u kunt ze zelf lezen op de website). Er waren verder besprekingen gaande met Saoedi Arabië. De relaties tussen de Arabische landen en Israël zijn verbeterd en beogen vrede i.p.v. oorlog.


 

Islamitische revolutie in Iran
De tweede oorzaak dat de Arabische landen niet betrokken willen worden betreft de Iraanse revolutie in 1979. In dat jaar werd de Sjah van Perzië door Islamitische strijders o.l.v. Ayatollah Khomeini afgezet. De Iraniërs zijn geen Arabieren, wel overwegend moslims, maar Sjiieten en geen Soennieten. Deze splitsing is ontstaan rond de opvolging van Mohammed. Een groep vond dat de opvolger gekozen moest worden (Soennieten), terwijl een andere groep vond dat het leiderschap in de familie moest blijven (Sjiieten). De imams van de sjiieten worden als onfeilbaar gezien en als heiligen vereerd. De Sjiieten volgden Ali, de schoonzoon van Mohammed, maar Ali’s zoon, Hussein, werd in een strijd met Soennieten gedood. 85% van de moslims volgens de soennitische traditie, terwijl 15% de sjiitische traditie volgt. Dit speelt door in het Midden Oosten, waar Saoedi-Arabië, een Arabisch land, het belangrijkste centrum van de Soennieten is en Iran van de Sjiieten. Er is al jaren wedijver tussen deze twee groepen.

Iran exporteert ideologische islamitische staat
De Ayatollah Khomeini vestigde een Islamitische staat in Iran en begon dit model te exporteren naar de omliggende landen. In Irak regeerde toen de Soennitische dictator Saddam Hoessein, die de Sjiieten in zijn land onderdrukte. Hij was niet gediend van Khomeini’s ideologie en dat leidde tot een oorlog tussen Irak en Iran (1980-1988). De ideologie van Iran betreft niet alleen de godsdienst, maar ook een stuk militantisme, waarbij men gewapende groepen stimuleert.
De invloed van Iran strekt zich uit tot Irak, Syrië, Libanon (Hezbollah), Jemen (Houthi’s) en de Gazastrook (Hamas). De Palestijnen in Gaza zijn geen Arabieren, maar wel Soennieten; Hamas heeft zich echter gelieerd met Iran. Iran is de sponsor van Hezbollah, de Houthi’s en Hamas en levert hen training en wapens.

Iran is anti-Israël
Ayatollah Khomeini heeft Israël in 1979 een kankergezwel in het Midden Oosten genoemd, dat verwijderd moet worden. Dit is wat Iran met de aan hen gelieerde militante groepen beogen. De grootste vijanden van Israël zijn niet meer de Arabische landen, maar Iran en de aan hen gelieerde militante groepen. Dit is belangrijk wanneer men de situatie in het Midden Oosten wil volgen.

Marten Schalkwijk
Politiek Analist
Advertenties

Monday 04 March
Sunday 03 March
Saturday 02 March