Kanttekeningen bij ontwerp Grondenrechten (3)
06 Nov, 04:53
foto
Chas Mijnals


Het eigendomsrecht der Inheemsen bestaat onafgebroken duizenden jaren. De koloniale occupatie ontbeerde rechtmatigheid en heeft geen wijziging gebracht in de rechtsaanspraken der Inheemsen. Rechtshandelingen en andere handelingen die voortsproten uit de onrechtmatige occupatie waren allen onrechtmatig. Naar aanleiding hiervan staat de wisseling van de regeermacht, op 25 november 1975, zonder verwijzing naar het inheemsenbeginsel onder druk, inclusief wetgeving die eveneens daaraan voorbijging, zoals BW-artikel 625 en volgende; het domeinbeginsel; de ontwerpwet Grondenrechten Inheemsen en Tribalen.  

In tegenstelling tot Prof. Quintus Bosz, in zijn boek Drie eeuwen grondpolitiek in Suriname, pagina 330, staat juridisch vast dat Inheemsen onwrikbare rechtsvoorstellingen hebben over de omvang van hun grondgebied.
Hun standpunt is: “De rechten van onze voorvaderen zijn naadloos op ons overgegaan. Net zoals hen zien wij geen grenzen. De rivieren en kreken, de bossen, de bergen de lucht behoren ons toe, zij hebben die aan ons nagelaten. In vrede willen wij die voortzetten”.

Hun rechtsvoorstelling is omvangrijker dan het geografisch gebied Republiek Suriname.

Het Inheemsenbeginsel is om bovenstaande redenen relevant en rechtvaardigt wettelijke vastlegging:

“Alle grond, waarop niet door anderen recht van eigendom wordt bewezen, is eigendom der Inheemsen”.


De erkenning van de eigendom der inheemsen is fundamenteel, voorafgaand aan een nationaal debat gericht op heroriëntatie en nadere definiëring van het eigendomsvraagstuk in Suriname.

De ontwerpwet Grondenrechten Inheemsen en Tribalen
De definitie van Grondenrechten in het ontwerp luidt:
De collectieve eigendomsrechten van de Inheemse volken en de Tribale volken op de grond,
grondgebieden en natuurlijke hulpbronnen die ze traditioneel hebben bewoond, in bezit hebben of hadden, of anderszins hebben gebruikt of verworven, en het collectieve recht om deze grond, grondgebieden en natuurlijke hulpbronnen die traditioneel in gebruik zijn in eigendom te hebben, te gebruiken, te ontwikkelen en te besturen.

Het betreft dus een collectief recht op de grond die traditioneel wordt bewoond en bewerkt en de vruchten die daaruit zijn voortgesproten. Dat collectief recht heet 'collectief eigendom'. Maar de ontwerpwet gaat eraan voorbij dat de traditionele rechten van inheemsen op de grond, hun eigendomsrecht is!

De ontwerpwet definieert collectief eigendom als volgt:
Het recht dat toekomt aan de Inheemse volken en de Tribale volken als collectiviteit om het vrij genot te hebben en op de volstrektste wijze te beschikken over zaken en goederen die zij als collectief bezitten of gebruiken, onder andere hun traditionele woon- en leefgebieden, traditioneel in gebruik zijnde natuurlijke hulpbronnen, traditionele kennis, collectief intellectueel eigendom en cultureel eigendom;

Het collectief heeft vrij genot van- en onbeperkte beschikkingsbevoegdheid over hun woongebied en de traditioneel daaruit voortvloeiende vruchten en natuurlijke hulpbronnen, zegt het ontwerp. Vrij genot en onbeperkte beschikkingsbevoegdheid zijn in overeenstemming met hun recht van eigendom.  

Ambivalentie, beperkingen en tegenstrijdigheden uit deze wet ontkennen echter vrij genot en onbeperkte beschikkingsbevoegdheid:
Er is wettelijk verbod op vestiging van zakelijke-, zekerheids- en genotsrechten op straffe van nietigheid van rechtswege. Hypotheek, gebruik en bewoning, opstal of erfdienstbaarheid zijn niet toegestaan alsook absolute onmogelijkheid tot zekerheidsstelling voor welk doel dan ook.
Verbod van vervreemding op straffe van nietigheid.  

Wat is het rechtskarakter van collectief eigendom

De ontwerpwet definieert geen rechtskarakter van collectief eigendom. Collectief eigendom past niet binnen het gesloten systeem van zakelijke rechten ondanks gedeeltelijke kopie van de definitie van eigendom (art.625 BW). Het mist zaaksgevolg als belangrijkste kenmerk van zakelijke rechten. Het is geen beperkt zakelijke recht. Een persoonlijk recht is het ook niet. Het heeft immers alleen betrekking op het collectief. Het rechtskarakter van collectief eigendom is zoek!
De ontwerpwet heeft trekken van een gedrocht.

 
'Grondenrechten' refereert naar meervoudigheid van zowel 'grond' als 'recht'. Het gaat in casu echter om één “recht” en wel op de eigen grond der Inheemsen, geen verschillende gronden en rechten. De Staat is onbevoegd om het eigendomsrecht der Inheemsen te beperken met het gedrocht 'collectief eigendomsrecht' op hun eigen grond. Deze warrige benaming heeft geen relatie met de inhoud en bedoeling van het te creëren recht. Het is geen dochterrecht afkomstig van het moederrecht eigendom. Het is een onbegrijpelijke benaming, gezien vanuit juridisch-historisch perspectief. Alle rechten op grond in Suriname zouden afgeleid moeten zijn van het moederrecht eigendom dat bij de Inheemsen zit. De ontwerpwet, negeert deze eigendom der Inheemsen en “schenkt” hen een flauw aftreksel van wat gedacht en bepaald wordt dat goed voor hen is. Dit is onrechtmatig en paternalistisch.  

De ontwerpwet is misleidend en kenmerkend voor misplaatste postkoloniale arrogantie, disrespect en agressie. Het wekt de indruk dat Inheemsen een recht verkrijgen terwijl in casu hun eigendomsrecht wordt ontnomen.

De volgende afleveringen betreffen: meer afwijkingen; strijdigheden met grondwet; eigendomsrecht der Tribalen.

PVRS
Ch. Mijnals
Voorzitter
advkantmijnals@yahoo.com

Zie ook: 
Advertenties

Saturday 13 April
Friday 12 April
Thursday 11 April