Column: Crisis
07 Jan, 00:59
foto
Foto:digopaul.com


Sinds maart 2020 is er in Suriname niet meer georganiseerd gesport. Vanwege de eerste besmetting hier te lande werden alle activiteiten waarbij meerdere mensen aanwezig zijn, stopgezet. Scholen werden vroegtijdig gesloten, ambtenaren mochten thuisblijven, particuliere bedrijven bleven aanvankelijk dicht en natuurlijk werden alle sportactiviteiten verboden. Gaandeweg kwam er meer duidelijkheid over hoe om te gaan met de nieuwe situatie en zagen we dat de maatregelen grotendeels werden opgeheven. Zo openden de scholen hun deuren, startte het publieke leven langzaam op, bedrijven werden weer operationeel en zelfs particuliere lijnbussen werden weer toegestaan. Wat echter verboden bleef, was sporten. Hoewel de eerstgenoemde activiteiten haast allemaal in een gesloten ruimte plaatsvinden, terwijl veel sportactiviteiten in de open lucht geschieden en volgens internationale deskundigen de kans op besmetting in de buitenlucht, gering is. Wat de redenen tot deze stiefmoederlijke behandeling van de sport in haar totaliteit ook mogen zijn, het gevolg is dat het niveau van sport in zijn algemeenheid behoorlijk omlaag is gegaan.

Door deze ontwikkeling zien velen geen heil meer in de sport en kunnen we gerust spreken van een crisis. De toch al fragiele basis van sport is bezweken onder de gegeven omstandigheden. Niemand wil namelijk zijn of haar tijd en geld investeren in een onzekere activiteit. Terwijl aan de ene kant de roep om professionalisme steeds luider werd, zien we nu dat velen die emplooi vonden in de sport hun baan kwijt zijn. Het streven moet nu gericht zijn op het behoud van banen in de sport. Door het steeds toenemende aantal besmettingen is dit streven een behoorlijke uitdaging, want intussen is georganiseerd sporten weer verboden. Straks in maart 2021 is het al een jaar dat er geen sportcompetities zijn gehouden. Het zal niet eenvoudig zijn voor de bonden om de draad weer op te pakken, aangezien de sporters weer in een goede conditie moeten komen, voordat een aanvang kan worden gemaakt met de competities. Voor kwalitatieve krachtmetingen zonder veel blessureleed, zal het toch wel enige tijd duren alvorens de draad weer opgepakt kan worden.

Clubeigenaars en bestuurders zitten met de handen in het haar, omdat het nog koffiedik kijken is wanneer er weer groen licht komt voor sportactiviteiten. Hierdoor is de bedrijfsvoering onzeker geworden en wordt men voorlopig alleen maar geconfronteerd met uitgaven, terwijl de inkomsten uitblijven. Dit gegeven brengt de bestaanszekerheid van verenigingen in gevaar. Ook sporters zijn door de grote onzekerheid radeloos. Het is namelijk niet eenvoudig om steeds maar gedisciplineerd te blijven trainen, zonder enig vooruitzicht op een meetmoment. Als gevolg van het bovenstaande merken we dat sporters gaan slabakken en uit vorm raken. Dit is een groot probleem, omdat er hierdoor een enorme achterstand is ontstaan in de ontwikkeling van sporters en er vormverlies is opgetreden.

Vooral sporters die bij een nationale selectie zitten hebben het erg moeilijk, omdat ze nu helemaal niet trainen, terwijl ze dat juist extra zouden moeten doen. Doordat er niet wordt getraind hebben sporters over de hele linie een gigantische achterstand. Naar mijn mening zouden alle bondsselecties ontbonden moeten worden en zou er ongeveer een half jaar na hervatting van de competities opnieuw gescout moeten worden om tot nieuwe nationale selecties te komen. Voor dit half jaar zouden er dus geen uitzendingen moeten plaatsvinden.


Mireille Hoepel
Advertenties