Wurgcontracten en derogerende werking redelijkheid en billijkheid
22 Aug, 02:46
foto


Ik heb als jurist met bijzondere interesse kennis genomen van het op 17 augustus jl. op Starnieuws gepubliceerd artikel met als kop Ex-minister Chotkan tekent wurgcontract met NVB-directeur. Mijn eerste gedachte is: als vast komt te staan dat er sprake is van een wurgcontract, dan heeft een van de partijen kennelijk misbruik van de omstandigheden gemaakt, hetgeen een wilsgebrek oplevert zodat de overeenkomst (buitengerechtelijk) vernietigd kan worden. Een andere cruciale en bepalende vraag die beantwoord moet worden is de vraag: was de heer Guno Robertson toen hij met de heer Vijay Chotkan overeenkwam om zijn op 18 december 2020 aflopende arbeidsovereenkomst te verlengen wel te goeder trouw, in het licht van de destijds actuele politieke omstandigheden. Voor de goede orde: wanneer partijen met elkaar in onderhandelingen treden over de verlenging van een overeenkomst ontstaat er een rechtsverhouding en worden de hieruit voortspruitende feitelijke verhoudingen beheerst door rechtsnormen. 

Binnen het contractenrecht is de hoofdregel: pacta sunt servanda, (partijen moeten trouw blijven aan het door hen gegeven woord), ofwel contractuele afspraken moeten worden gerespecteerd en moeten worden nagekomen. Naar huidige juridische opvattingen vormt de goede trouw (ofwel de redelijkheid en billijkheid) eveneens een belangrijk beginsel binnen het contractenrecht die met elkaar contracterende partijen in acht behoren te nemen. Op grond van de goede trouw dienen met elkaar contracterende partijen hun gedrag mede te laten bepalen en af te stemmen op de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. De goede trouw, ofwel redelijkheid en billijkheid is een open norm en betreft toetsing aan sociaal aanvaardbare normen. Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen moet rekening gehouden worden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in het land levende rechtsovertuigingen en de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken. 

Uitdrukkelijk tussen partijen overeengekomen afspraken kunnen op grond van de beperkende en corrigerende werking van de redelijkheid en billijkheid opzij worden gezet, met name indien achteraf blijkt dat het resultaat van bepaalde afspraken voor een van de partijen zodanig ongunstig is dat die als onaanvaardbaar moeten worden aangemerkt. Bij de beoordeling of in het geval van een arbeidsovereenkomst van een onaanvaardbare afspraak sprake is - die met een beroep op maatstaven van redelijkheid en billijkheid opzij gezet zou kunnen worden - zullen onder andere de volgende omstandigheden van belang zijn:
i. de maatschappelijke positie en de onderlinge verhouding van partijen;
ii. de aard en de verdere inhoud van de overeenkomst;
iii. de wijze waarop de overeenkomst, respectievelijk het gewraakte beding tot stand is gekomen;
iv. de mate waarin de wederpartij van de benadeelde partij zich van de strekking van het beding bewust is geweest.
v. de voorzienbare nadelige gevolgen voor de wederpartij van de contractpartij die zich op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid beroept.

De derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid is een instrument waarmee onbillijk recht niet (of in ieder geval: zo min mogelijk) kan bestaan. Anders gezegd: er is géén contract dat zich gevrijwaard mag weten van de toets aan de goede trouw. De redelijkheid en billijkheid kan in de weg staan aan toepassing van een partijafspraak, regelend recht en zelfs dwingende wetsbepalingen, indien toepassing een resultaat zou opleveren dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Kortom: fraternalisme heeft in het contractenrecht een niet te stuiten opmars ingezet. Sterker nog: een contractpartij kan in een bepaalde situatie verplicht zijn zich als zijn/haar broeders hoeder te gedragen.

Ik kan niet beoordelen of de vaststaande feiten en overige relevante omstandigheden voldoende sterk, serieus en relevant zijn voor de conclusie dat de heer Robertson wellicht in strijd met de goede trouw heeft gehandeld. In dat verband merk ik op dat in artikel 1356 van het Surinaams BW is bepaald dat  een overeenkomst zonder oorzaak krachteloos is. Een oorzaak is op grond van artikel 1358 van het Surinaams BW ongeoorloofd als die oorzaak strijdig is met de goede zeden of met de openbare orde. Daarnaast geldt dat een werknemer op grond van artikel 1615d van het Surinaams BW zich als een goed werknemer dient te gedragen. Slecht werknemerschap vormt een grondslag voor het opzeggen/beëindigen van een dienstverband. Evenmin kan ik beoordelen of de heer Robertson bewust en opzettelijk heeft geprofiteerd van het feit dat de heer Chotkan wellicht misbruik van zijn bevoegdheid (onrechtmatige daad jegens de Republiek Suriname) heeft gemaakt. Van misbruik van bevoegdheid is sprake als de ex-minister het vooropgezet plan heeft gehad om in samenspanning met de heer Robertson over zijn graf heen te regeren.

mr. O.H.A. Mo-Ajok
Advertenties