Gajadien: Roemer loopt risico vervolging om geldcreatie
16 Mar 2020, 08:30
foto
Assembleelid Asiskumar Gajadien


Assembleelid tevens lid van de vaste commissie van Financiën, Asiskumar Gajadien, ziet de overeenkomst van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) met het ministerie van Financiën van 1 november 2019, een andere vorm van monetaire financiering. Minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, zei in De Nationale Assemblee dat het gaat om de verdisconteerde inkomsten van royalty's van Rosebel Gold Mines, als een andere vorm van monetaire financiering. De Bankwet is duidelijk over de maximale voorschotten welke verstrekt mogen worden aan de Staat. Alles daar boven kan leiden tot vervolging van de governor van de CBvS, zegt Gajadien in gesprek met Starnieuws.

Wat de CBvS doet, is de toekomstige inkomsten nu al uit te betalen. Van november 2019 tot maart 2020 er is er al SRD 2,2 miljard (US$ 293 miljoen) aan onttrokken. “Omdat de Staat geen voorschotten meer mag nemen bij de CBvS, vanwege de beperking conform artikel 21 van de Bankwet en strafbaarstelling bij verdere overschrijding, wordt een sluwe methode gebruikt om verder monetair te financieren,” stelt de volksvertegenwoordiger. Gajadien stelt dat deze handeling ook strafbaar is. Hij ziet de minister van Financiën de gevraagde informatie niet opsturen naar het parlement, zoals door hem beloofd.

Gajadien voert aan dat de dekking van de munteenheid inmiddels lager is dan de minimale grens van 35%. “Het moet de samenleving niet verwonderen dat de koers elke dag verder stijgt, als de regering constant ongedekt geld in omloop brengt en de waarde van onze munteenheid steeds lager wordt”. Gajadien zegt dat deze situatie ook al heeft plaatsgevonden vóór de verkiezingen van 2015, waardoor de koers na de verkiezingen meer dan 235% omhoog schoot. Gajadien stelt dat het de samenleving overduidelijk dient te zijn dat de regering nu slechts gefocust is op de verkiezingen en dat door deze handelingen het een kwestie van tijd is dat er zwaar gedevalueerd zal worden.

De politicus stelt dat juist de regering zich zou moeten beijveren om de inkomsten van de Staat te verhogen door stringente regels bij de havens vanuit de importen. Juist daar merken wij dat er een levendige handel is van invoerrechten die betaald moeten worden. Met de nieuwe leiding bij de douane wordt bijvoorbeeld de Staat zelf benadeeld door tarieven te hanteren van US$ 5 per lbs voor luchtvracht en US$ 10 per kubieke voet voor zeevracht, ongeacht de waarde van de goederen. Verder worden de importen van reeds bekende klanten, nu zelfs door malafide importeurs gedaan om het ontduiken van de invoerrechten te kunnen bewerkstelligen. Minister Hoefdraad heeft deze situatie bij de havens om tot nu toe onbekende redenen, zelf in de hand gewerkt. Hier zou de Economische Controle Dienst bij controle bij de importeurs kunnen checken de prijsvorming en hoeveel er betaald is voor invoerrechten, stelt Gajadien. 
Advertenties