Column: Politieke Borrelpraat 596
26 Jan, 22:46
foto
President Desi Bouterse bij het gerechtsgebouw afgelopen week woensdag. (Foto: Raoul Lith)


“Nou, jongens, dat was DLM, oftewel De Lange Mars naar de rechtszaal aan de monseigneur Wulfinghstraat en iedereen heeft zich netjes gedragen.”
“Tuurlijk, we beginnen het zo te zien te leren.”
“Wat te leren, meester?”
“Dat machten in den lande elkaar niet moeten bestrijden en kapot moeten maken, maar elkaar moeten leren respecteren en elkaar tot orde leren roepen.”
“Ik begrijp u niet, meester.”
“Als een veroordeelde militair tegen zijn verstekvonnis in verzet gaat, moet hij verschijnen, anders wordt het vonnis uitgevoerd, tot daar begrijp je het?”
“Jawel, meester.” 
“En al ga je voor wie dan ook stoer doen, hoe je flexy-style daar zal binnenlopen, je zal je netjes moeten gedragen, al vind je het maar een soort krijgsraad met een soort vonnis…”
“Tegen een soort militair.”
“Onderbreek me niet met een soort van interruptie, anders ga ik je een soort van antwoord geven.”
“Maar meester, hoe verklaart u dat overleg met de president en een lid van de Krijgsraad? Dat kan toch niet?”
“Natuurlijk wel, jonge vriend, net wat ik zo even al zei over machten enzo in een geordende samenleving. Het instituut van President vroeg om een onderhoud met het instituut van de Krijgsraad over het protocol m.b.t. het verschijnen van een veroordeelde militair die toevallig ook het instituut van president bemant.”
“Maar ik vind het flauw dat die zitting na een zes minuten werd verdaagd naar maart.”
“Een rechter was ziek, echt of zogenaamd?" 
“Maar hebben jullie gemerkt dat die militair in verzet daar problemen mee had? Nee toch? Hij leek eerder blij.”
“Misschien was dat allemaal volgens de afspraak tussen die twee instituten, zo van: verschijnt u dan in uniform, wij stellen u dan alleen vragen om na te gaan of u echt de militair bent die verzet heeft aangetekend. Zo ja, dan treedt het proces van verzet in werking en dan verdagen wij de zitting, want dan is voldaan aan de wettelijke procedure in dezen.”
“Ja, ja, en dan kunnen wij het proces dan rekken tot na 25 mei. Intussen kan dat Constitutioneel Hof na al die tientallen jaren eindelijk afgekondigd en bemenst worden en die tori van het wel of niet betrekken van amnestie in dat vonnis gaan natrekken, zo vertaal ik dit allemaal met mijn simpel juridisch verstand.”
“Want volgens topjuristen heeft de Krijgsraad in deze jarenlange zaak ook wat steken laten vallen.”
“Indien zo, dan zal ook dit instituut het hoofd voor een ander instituut moeten buigen.”
“En werkelijk; de veroordeelde en in verzet gegane militair voelde zich frank en vrij, sprak opgelucht in een wip en een zucht, soms met een klucht en niet op de vlucht, vanuit een kleine tribune op Het Plein zijn verzamelde aanhang toe. Dus men wist dat de zitting niet lang zou duren, het podium stond al klaar. En daar deed die militair enigszins dunnetjes de vergane revolutionaire glorie uit beginjaren 80 van de vorige eeuw even herleven: ‘Brada nanga sa, bakra basi a keba, mek den kon, do kies fonfon, stree def stree, un no sa lee; a revo e go, nanga trangaaah.”
“En politieke lastposten kregen weer eens een satirische veeg uit de pan; vroeger waren het ‘Lord Shorty, dames met hoge hakken, die boskabouter, opa in pyjama, schoonheidskoningin; nu was het ‘a sikiman fu Assemblee…”  
“Dat vond ik wel een kiek, want dat aangeduid Assembleelid, is het niet ‘Belle-for-ever’ heeft bepaalde politieke teleurstellingen maar niet kunnen verwerken en heeft echt last van storende storing.”
“Daar ben jij niet deskundig voor om dat te constateren.”
“Dan wattebout die dame, ex-lid van de Ellefant, die zonder adem te halen een half uur lang bij Bolim in de mic politiek-juridisch zat te preken, jeetje, bewonderenswaardig, echt een Vrouw-sa-dramt.”
“Wel kregen die barbaman Irrewien Kan-die-Hai en die ene Vander Sannie een beetje tak’taki met elkaar over een juridische kwestie, maar dat moet kunnen.”
“En ik vond zelfs onze ‘Hugo Es van Zet’ goed op dreef, helder, duidelijk, juridisch op niveau. Zelfs Vrouwsadramt erkende dat; ook dat moet kunnen.”
“Wel hadden ze een verschil van mening over dat wel of niet meeslepen van het presidentschap naar de rechtszaal, en ook dat moet kunnen.”
“Moest de man zich dan soms voor de Krijgsraad hebben aangemeld als sportinstructeur in de rang van sergeant-weet-ik-veel in het Nationaal Leger?” 
“En wattebout al die aantijgingen van ‘Gilt-meer Hoef-je-me-Draad’ in DNA tegen ex-CBvS-governor Robbertje de Trickerman?”
“In dezen vind ik de reactie van die Yogi-man uit Saramacca heel goed: mocht het allemaal waar zijn, van overfacturering van de Landrover en die tweede wagen ‒ waar staat die? ‒ tot te hoge betalingen aan consultancy's en wurgcontracten, dan wist onze Hoeffie er alles van, vanaf het begin. Hij jokt dus, om niet te zeggen: hij liegt dus dat het gedrukt staat dat hij er niets van wist. Maar ga dat bewijzen.”
“En waarom wordt er nu pas opgetreden tegen onze Robert von Trickey? Eerst laat je die jongen flink z’n gang gaan, en laat je hem ook ‘andere’ zaakjes tekenen, tot hij op een gegeven moment zegt: ‘dies mi no doe!’ Dan stuur je hem via de RvC op verlof en trek je de beerput van hem open, natuurlijk niet die van jou en je opdrachtgevers.”
“Daarom zal het OM in deze zaak niet ingeschakeld worden.”
“En waarom heeft Hoeffie Jokkiebroekkie niets gezegd over de ontslagindiening van mevrouw Pasensi als waarneemster van Robert de Trikkerman?”
“Haar ontslag is niet geaccepteerd.”
“En waarom verdedigt Von Trickey zich niet? Is het dus allemaal waar wat Hoeffie hem voor de voeten werpt?”
“Geen wonder dat een bekende columnist stelt dat je wel een ezel moet zijn als je nu de post van CBvS-governor op je wil nemen, na velen die zich al aan deze steen hebben gestoten.” 
“Maar ik ga eerder weg, heren, ik ga gratis boeken en een gesigneerde ‘Chan’ voor mijn schoolmediatheek halen.”
“Chan ze!”

Rappa

Friday 10 April
Thursday 09 April
Wednesday 08 April