Samenleving kan DNA-leden zelf beoordelen
12 Jan, 06:37
foto
Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons heeft het jaaroverzicht 2019 van het parlement gepresenteerd. (Foto: Raoul Lith)


De Nationale Assemblee (DNA) heeft het afgelopen jaar 26 van de 37 wetten die behandeld zijn, goedgekeurd. De Assembleeleden hebben 59 keer in het openbaar vergaderd. Door gebrek aan quorum zijn zes (6) openbare vergaderingen niet doorgegaan. In huishoudelijk verband zijn de parlementariërs 21 keer bijeengekomen. Dit blijkt uit het jaaroverzicht van 2019, dat Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings- Simons heeft gepresenteerd. De statistieken opsommend zegt ze dat er vorig jaar 143 commissievergaderingen uitgeschreven zijn, waarvan 127 zijn doorgegaan. Van de uitgeschreven 21 openbare commissievergaderingen zijn uiteindelijk 18 voortgezet.

Geerlings-Simons geeft aan dat ook de gebruikelijke activiteiten met en voor de leden zijn uitgevoerd. Ze haalt in dit verband aan dat samen met de overheid een internationale conferentie ‘high forest, low deforestation countries’ is gehouden. Verder zijn er workshops over ‘Disaster risk reduction’ georganiseerd en zijn er een vervolg discussies met districtscommissarissen en de overheid gehouden om de bewustwording te verhogen en te verbeteren. “Dit om het feit dat we een nationaal rampenplan moeten hebben en het risico op rampen moeten inperken,” zegt Geerlings-Simons.

“In het kader van healthy lifestyle hebben we in september voor onze medewerkers een minibeurs gehouden. Om zo het personeel te attenderen op hun gezondheid”. Voor DNA-leden is er een sessie geweest over Diabetes Mellitus in verband met wereld diabetes dag. “Niet alleen voor hun persoonlijke informatie, maar omdat we als parlement ook vaker oordeel moeten vellen over allerlei beleid en zeker in verband met NCD’s “. Vorig jaar heeft ook de eerste steenlegging van de herbouw van het oude parlementsgebouw aan de Henck Arronstraat plaatsgevonden.

De Assembleevoorzitter zegt dat het parlement de afgelopen tien jaren internationale betrekkingen actief op een hoger pitje heeft gezet. Zo zijn er meer activiteiten ontplooid met andere parlementen, maar ook  met organisaties waar de assemblee lid van is. In februari is het contactplan tussen de parlementen van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Suriname ondertekend voor samenwerking. “We kunnen van elkaar leren hoe dat moet. We streven allemaal in de wereld naar open parlementen, meer professionele en effectieve parlementen en dat is een traject. Suriname is aardig gevorderd binnen de regio, maar we kunnen altijd van anderen leren en we kunnen anderen onze informatie en ervaring ook meegeven.”

Het Surinaams parlement heeft een vrije goede positie in vergelijking met de regio, zegt Geerlings- Simons, als zij kijkt naar de mogelijkheden om te functioneren, de technische en wetenschappelijke ondersteuning maar vooral ook de ondersteuning bij het indienen van initiatief wetten. De laatste mogelijkheid ontbreekt in de regio in de praktijk veelal.

In Suriname worden nu veel initiatiefwetten ingediend, zeker in vergelijking met de periode voor 2010 waar deze een hoge uitzondering waren. Dit komt deels omdat er samen met de overheid gewerkt wordt daar er in Suriname een grote achterstand was in sociaal, maatschappelijke, economische wetgeving. De achterstand is nog niet helemaal ingelopen. De DNA-voorzitter vindt dat het parlement het nog beter kan doen, maar je niet van het ene uiterste naar het andere kan, "maar het is een traject dat afgelegd wordt."

Over het gezamenlijk functioneren van de leden van het parlement, merkt Geerlings-Simons op dat zij niet tevreden is over het op tijd krijgen van quorum. De griffie is vooruitgegaan, maar ook daar is ruimte voor verbetering, vooral het vastleggen van processen en procedures zodat iedereen in de organisatie kan raadplegen hoe dit moet gaan. Het functioneren van elk individueel lid is iets wat de samenleving zelf beoordelen moet. De communicatie met de samenleving is goed te noemen, "alhoewel we nog niet zijn waar we willen zijn, maar we zijn op de goede weg."

Over de individuele spreektijd van leden, geeft Geerlings-Simons mee dat de voorzitter dit vroeger zelf moest beheren. Dit systeem is door haar afgeschaft, de voorzitter heeft dit zelf niet meer onder controle, maar het gaat automatisch. Alleen bij een punt van orde wordt dit door de voorzitter bepaald. Ze begrijpt dat er soms kritiek is over de spreektijd, maar dat is niet erg. De beurten en punten van orde die de leden krijgen zijn voor hen tijdens de vergaderingen zichtbaar.

Raoul Lith
Advertenties

Monday 25 May
Sunday 24 May
Saturday 23 May