Trefossa en het volkslied van Suriname
25 Nov 2018, 17:08
foto
Hans Breeveld


Elk jaar rond 25 november benaderen studenten of anderen mij met vragen over onze nationale symbolen of de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van het woord 'Srefidensi'. Dit jaar waren het vooral vragen over het ontstaan van het huidige volkslied. Puttend uit een lezing die ik op 27 juni 2007 in Tori Oso hield, wil ik proberen mijn kennis hierover voor een groter publiek beschikbaar te stellen.

De jaren vijftig
Ons huidig volkslied ontstond eind jaren vijftig van de vorige eeuw. Deze jaren worden in Suriname gekenmerkt door het vooruitgangsgeloof.
-Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden was in 1954 aanvaard. Voor de drie delen van het Koninkrijk der Nederlanden was er een nieuwe rechtsorde ontstaan. Suriname mocht vanaf toen zijn interne aangelegenheden zelfstandig behartigen.
-Er waren verdragsmiddelen beschikbaar. Na de beëindiging van het Welvaartsfond kon Suriname putten uit de middelen beschikbaar gesteld in het kader van het Tienjarenplan.
-De verbroederingspolitiek geïnitieerd door Jagernath Lachmon begon vorm te krijgen.
-In het kabinet Emanuels dat in 1958 aantrad, zaten enkele jong dynamische intellectuelen, die het nationalisme omarmden.

Het is dan ook niet vreemd dat in die tijd de Nationale symbolen voor Suriname werden ingesteld. In de regeringsverklaring was opgenomen dat de regering op kort termijn van plan was “… een Surinaamse vlag, het Surinaamse wapen en de nationale hymne een wettelijke grondslag te geven.”
Tot dan golden de Nederlandse Vlag, het Nederlandse volkslied en het Nederlandse Wapen ook als symbolen voor Suriname.

Nationale symbolen
Het kabinet Emanuels ging voortvarend te werk. Een vlag met vijf gekleurde sterren op een wit achtergrond werd ontworpen door Noni Lichtveld.
Het nieuwe wapen was een ontwerp van Lou Lichtveld, beter bekend als Albert Helman. Hij behield van het oude – officieuze - wapen de spreuk justitia, pietas, fides en de twee indianen als schildhouders. In de aanpassing die hij pleegde stonden het zeilschip, de koningspalm en de ster als symbool voor respectievelijk het verleden, het heden en de toekomst.
Het volkslied zou fundamentele verschillen van wat tot dan als officieus volkslied gold.

Het voorstel van Essed
Tot 1959 was dus ‘het (Nederlandse) Wilhelmus’ het officiële volkslied van Suriname. Het 'Surinames trotse stromen' was slechts een officieus volkslied. De tekst van dit lied was afkomstig van een lutherse predikant C.R. Hoekstra die in 1893 de tekst dichtte en als melodie daarvoor koos een ‘lentelied’ dat in 1876 door de Friese onderwijzer J.C. de Puy was gecomponeerd.

Het eerste couplet was:
Surinames trotse stromen,
Surinames heerlijk land
Surinames fiere bomen
Trouw zijn wij aan u verpand
Mochten weer de vloten varen,
Dat de handel welig bloei’
Dat fabrieken welvaart baren
Dat hier alles welig groei’

Er was ook een tweede couplet. Daar kom ik later op terug.
Ik heb in de gelukkige omstandigheid verkeerd om vaker over het nationalisme te mogen spreken met dr. Ir. Frank Essed en Henri de Ziel (Trefossa). Van hen kreeg ik afzonderlijk het volgende relaas.

Bij de besprekingen in de ministerraad over het vaststellen van de nationale symbolen deed minister Essed het voorstel om een vers in het Sranantongo toe te voegen aan ons volkslied. Als reactie op dat daaropvolgende vraag “maar wie dat zal dichten?” gaf Essed als antwoord dat hij de volgende week met het vers komt.

Diezelfde middag nog gaat Essed naar Henri Frans de Ziel. Onder zijn pseudoniem Trefossa had deze de eerste dichtbundel in het Sranan uitgegeven. Essed vroeg aan De Ziel of hij een vers in het Sranan kon dichten op de melodie van het officieus volkslied waarbij de eenheid van het volk en de verbondenheid aan het grondgebied moet worden benadrukt. Op de vraag van De Ziel hoeveel tijd hij daarvoor had zei Essed: “een week”. “Maar zo gaan deze dingen niet”, was de reactie van Trefossa “om een vers te schrijven is inspiratie nodig en ik weet niet of ik deze binnen een week zal hebben”.
Maar Trefossa kon niet bevroeden dat hij het vers al geschreven had.

Opo kondreman
Op 6 oktober 1959 verongelukt de verkeersvlieger en luchtvaartpionier Ronald (Rudy) Elwin Kappel samen met zijn Poolse collega vlieger Vincent Fajks tijdens een vlucht nabij de airstrip aan de samenvloeiing van de Tapanahony en de Paloemeu. Het bericht van hun overlijden dompelde Suriname in diepe rouw.
Rijen dik stonden mensen langs de route tijdens de uitvaart op weg naar hun laatste rustplaats in de Oranjetuin. Maar ook dagen daarna was deze vliegramp onderwerp van gesprek.

In zijn streven het Surinaamse volk een hart onder de riem te steken dichtte Trefossa toen:
Opo! kondreman un opo!
Sranangron e kari un.
Wans ope tata komopo,
Wi mu seti kondre bun.
Stree de f’ stree – wi no sa frede
Gado de wi fesiman.
Heri libi te na dede,
Wi sa feti dji Sranan.

Omdat hij deze woorden ook graag gezongen zag dichte hij deze op de melodie van het lied 'Welcome' dat Johannes Nicolaas Helstone in 1913 componeerde ter ere van de herdenking van 50 jaar afschaffing slavernij. Dat vers lag in een map, herinnerde hij zich. Nadat Essed vertrokken was haalde Trefossa die tekst tevoorschijn en merkte dat dat vers ook op de melodie van het ‘Surinames trotse stromen’ gezongen kon worden.

Trefossa deed echter nog meer. Als nationalist had hij zich altijd gestoord aan de negatieve kijk op Surinamers, dat in het tweede couplet van het officieus volkslied tot uiting kwam. Die tekst luidde zo.

God zij met ons Suriname!
Hij verheff’ ons heerlijk land!
Doch dat elk zich dan ook schame,
Die zijn ere maakt ten schand.
Recht en waarheid te betrachten,
Zeedlijk rein en vroom en vrij,
Al wat slecht is te verachten,
Dat geeft aan ons land waardij.

Trefossa boog dat negativisme literair om tot een positief vers, wat uiteindelijk het eerste couplet werd van ons huidig volkslied.

God zij met ons Suriname.
Hij verheff’ ons heerlijk land.
Hoe wij hier ook samen kwamen
aan de grond zijn wij verpand.
Strijdend houden w’ in gedachten
Recht en waarheid maken vrij.
Al wat goed is te betrachten.
Dat geeft aan ons land waardij.

En zo kon minister Essed op de eerste volgende ministerraad vergadering niet alleen een vers in het Sranan, maar ook een herziene vers presenteren. Het voorstel van Trefossa om het volkslied in de toekomst te zingen op de melodie van het eerder genoemde compositie van Helstone bleek – voor die dagen – een melodie te ver.

In de ministerraad was er slechts bezwaar tegen één woord. Minister Morpurgo had bezwaar tegen het woord 'strijdend' in de zin Strijdend houden w’ in gedachten. Nadat ook in het parlement het woord 'strijdend' niet goed viel, werd het veranderd in ‘werkend’. In die dagen ging men er kennelijk vanuit dat het Sranan vers een dood vers zou blijven, want het strei de f’ strei wi no so frede bleef ongedeerd. Fa sani de tide?

In de Statenvergadering van 7 december 1959 keurde de Staten met algemene stemmen zowel de vlag, het wapen als het volkslied goed.

Hans Breeveld
Politicoloog
hansbreeveld@gmail.com
Advertenties