De Rotskoepel (Dome of the Rock) op de Tempelberg.
In de jaren negentig van de vorige eeuw werden de Oslo Akkoorden gesloten tussen Israël en de Palestijnen. Dat was het begin van een proces van vredesonderhandelingen dat uiteindelijk in de kiem werd gesmoord door de moord op premier Rabin van Israël.
Een uitvloeisel van de Oslo Akkoorden was het ontwikkelen van toekomstplannen voor Palestina als er eenmaal vrede was.
Om die plannen te ontwikkelen zijn onder leiding van Faisal Husseini, die toen genoemd werd als opvolger van Arafat, tal van experts uitgenodigd om mee te denken over de toekomst van Palestina. Consultants uit verschillende delen van de wereld hebben met Palestijnse counterparts ideeën ontwikkeld voor een Palestijnse samenleving na een definitieve vrede.

Bij toeval werd ik door een vriend uitgenodigd om in een team van economen mee te denken over economische toekomstscenario’s en mee te schrijven aan een rapport hierover. In dat kader ben ik met drie missies geweest naar Palestina. Ik werkte in het Orient House in Oost-Jeruzalem. Mijn Palestijnse counterpart was een christen Palestijn die in Betlehem woonde.

Het gebied van Israël en Palestina is erg klein, kleiner dan Nederland. We spraken met ondernemers, politici, academici, mensen uit de culturele sector en allerlei sleutelfiguren uit de Palestijnse gemeenschap. We hielden meta plan sessies, een methode om wilde ideeën te genereren.
We bestuurden tal van documenten. Op basis daarvan schreven mijn counterpart en ik de economische paragrafen van een toekomstvisie op Palestina als er eenmaal vrede zou zijn. Allerlei wilde ideeën hebben de ronde gedaan: de ontwikkeling van het hele gebied tot een soort historische museum van de oudheid tot en met de ontwikkeling van een medische sector gebaseerd op wat de dode zee kon bieden aan mensen met huidproblemen.
Het klimaat kort na de Oslo akkoorden was voorzichtig optimistisch.

Maar je hoefde maar rond te rijden in Palestina om te zien hoe moeilijk de situatie op de grond is om tot vrede te komen. De grootste obstakels zijn de extremistische krachten in Israël die in opeenvolgende regeringen zitten. In Israël zijn er Joden verenigd in de beweging Vrede Nu die een rechtvaardige vrede met de Palestijnen willen. Maar het extremistische gedachtegoed wordt toch breed gedeeld in de Joodse samenleving.

Het dagelijkse leven van de Palestijnen is een continue aaneenschakeling van diepe vernederingen en een scherpe onderdrukking. Ik heb vaak bij checkpoints gestaan en gezien hoe Israëlische soldaten oude mannen en vrouwen behandelen alsof ze honden zijn. Het gesnauw, de ongevoeligheid, de onbeschoftheid, nota bene in je eigen land. Dat is voor velen moeilijk te verkroppen. Dan is er de continue diefstal van Palestijns land. Huizen die weggebuldozerd worden. Mensen die gewoon van de ene dag op de andere hun huis en grond moeten verlaten.
Het is misdadig wat de Israëliërs doen. En dat gaat jarenlang ongestraft zo door.

Ik logeerde in een prachtig hotel tegenover de Oude Stad in Oost Jeruzalem. Elke ochtend zag ik de Dome of the Rock, de rotskoepel, op de Tempelberg, of de Haram-As-Sjarief zoals de moslims deze berg noemen. Op die plek zou volgens de Joden Abraham zijn zoon willen offeren aan God. Op die plek zou de profeet Mohammed volgens de moslims door de engel Gabriel naar het paradijs zijn meegenomen op zijn paard Buraq. Ik ben geweest bij de koepel en bij de Al Aqsa moskee. Dat was een indrukwekkende ervaring.

Een keer had ik een afspraak met wetenschappers van de Bir Zeit Universiteit in Ramallah. Ik had een taxi genomen. Onderweg zag ik een opstootje. Palestijnse jongeren gooiden met stenen naar een Israëlische militaire jeep. Ik was nieuwsgierig en wilde uitstappen om het tafereel beter te kunnen bekijken, maar de taxi chauffeur was daar geen voorstander van en spoedde zich weg uit dat gebied. Ik voelde me helemaal niet onveilig. Ik ben in Nederland vaker in demonstraties geweest, maar hoewel er soms confrontaties zijn met de politie heb je niet het gevoel dat je leven in gevaar was.
Pas toen ik terug was in het hotel voelde ik me onveilig. Hoe dat kwam? Door beelden van CNN over die rellen. Ik zag vliegende stenen en razende jeeps. De Israëliërs schoten met scherp. Er zouden doden zijn gevallen. Door dat bericht voelde ik me onveilig terwijl ik gek genoeg ter plekke eerder bevangen was door nieuwsgierigheid dan door angst.

Ik ben ook naar Gaza geweest. Om Gaza binnen te komen moet je langs hele hoge torens zoals je die bij gevangenissen ziet met daarboven wachters met geweren. Gaza is een klein gebied met honderdduizenden mensen die in een soort open gevangenis leven. Het wordt van alle kanten gecontroleerd door de Israëliërs: de zee, de grens met Egypte en natuurlijk de grens met Israël.

De onderdrukking van de Palestijnen draait om één ding: land. Israël wil geen vrede met de Palestijnen. Israël wil zoveel mogelijk land en daarvoor heeft ze een systeem opgezet om iedere dag weer een klein stuk te onteigenen en de mensen die daar wonen te verdrijven.

Ik heb mooie en trieste herinneringen aan Palestina. De schoonheid van het gebied en het gevoel van aanraakbare historie betoveren me nog steeds. Maar de beelden van de checkpoints en vernederingen doen me denken aan de tijd waarin apartheid in Zuid-Afrika nog werd geduld door de wereld. Aan die apartheid is een einde gekomen. Wanneer gaat de apartheid in Israël ten einde komen? Pas als de pro-vrede krachten in Israël en Palestina krachtig ondersteund worden. De erkenning van Palestina als een Staat door de Verenigde Naties is een volgende stap in dat proces.

Sandew Hira