Maandag stond ik opnieuw aan de leiding van een uitvaartdienst. Nog voordat de dienst begon, sprak ik een zorg uit die mij al geruime tijd bezighoudt. Ik zei tegen de aanwezigen dat ik het niet goed vind om door een uitvaartdienst te moeten rushen, terwijl je mensen probeert te troosten die afscheid nemen van een geliefde. Die woorden vormden uiteindelijk de aanleiding voor dit artikel.

Als predikant begeleid ik al vele jaren families in één van de meest kwetsbare momenten van hun leven. In die jaren heb ik een ontwikkeling gezien die mij steeds meer zorgen baart: de toenemende verzakelijking van uitvaarten.

Suriname kent tegenwoordig een groot aantal uitvaartondernemingen en crematievoorzieningen. Die vervullen een belangrijke maatschappelijke taak en bieden families waardevolle ondersteuning in moeilijke omstandigheden. Mijn zorg richt zich dus niet tegen uitvaartondernemingen, maar tegen een ontwikkeling waarbij tijdschema's soms belangrijker lijken te worden dan de nabestaanden (mensen) om wie het werkelijk gaat.

Steeds vaker krijgen families/nabestaanden een beperkte tijdsruimte toegewezen voor een uitvaartplechtigheid. Binnen een half uur moeten herinneringen worden gedeeld, familieleden afscheid nemen, liederen gezongen worden en woorden van troost worden uitgesproken. De praktijk leert echter dat verdriet zich niet laat sturen door een klok.

Een uitvaart is veel meer dan een ceremonie. Zij vormt een belangrijk onderdeel van het rouwverwerkingsproces. Op dat moment worden herinneringen gedeeld, emoties uitgesproken en wordt het verlies van een geliefde onder ogen gezien. Juist daarom is het belangrijk dat mensen voldoende ruimte krijgen om afscheid te nemen.

Mijn bezwaar is niet dat ik als voorganger langer zou willen spreken. Integendeel. Ik probeer mijn boodschap zorgvuldig voor te bereiden en binnen een beperkte tijd een woord van troost en hoop te brengen. Mijn zorg betreft nogmaals vooral de nabestaanden.

Wanneer een weduwe, een kind of een broer tijdens een korte herinnering wordt overmand door emoties, moet daar ruimte voor zijn. Niet alles kan worden gepland. Bij de uitvaart van gister zei de dochter van de overledene aan de aanwezigen: “Ik heb een begin en een einde voor mijn herinneringen”. Ze heeft ter plekke het midden van haar herinneringen ingevuld. De taak van een voorganger is niet alleen het bewaken van een programma, maar meer nog het begeleiden van nabestaanden in hun verdriet.

Ik herinner mij nog de begrafenis van mijn eigen broer. Ook daar werd druk ervaren om het afscheid bij het graf te versnellen. Op dat moment was ik geen predikant, maar vooral een broer die afscheid nam van zijn oudere broer. Die ervaring heeft mij nog sterker doen beseffen hoe belangrijk het is dat families voldoende gelegenheid krijgen om hun geliefden los te laten op een manier die voor hen betekenisvol is.

Ik pleit niet voor eindeloze uitvaartdiensten. Ik ben me ervan bewust dat uitvaartondernemingen, crematiecentra, dragers en andere betrokkenen moeten werken met afspraken en planningen. Maar naast een geplande duur van bijvoorbeeld 45 minuten zou er ruimte moeten zijn voor een redelijke uitloop wanneer emoties daarom vragen. Soms kan vijftien minuten extra het verschil maken tussen een gehaast afscheid en een waardig afscheid.

Mijn oproep is daarom eenvoudig: laten wij de mens centraal blijven stellen. Een uitvaart is geen logistieke operatie die exact volgens de klok moet verlopen. Het is een ontmoeting tussen verdriet, herinnering, liefde en afscheid.

Want wanneer de kist is gedaald in het graf of het lichaam aan de vlammen is toevertrouwd, moeten nabestaanden het rouwproces voortzetten en een waardige uitvaart is een goede basis daarvoor.

Verdriet en rouwverwerking mogen nooit ondergeschikt worden aan de klok.

Ds. Dr. S.M. Stewart