De N.V. Energie Bedrijven Suriname (EBS) heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter die het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vakbondsleider Marciano Hellings heeft afgewezen.

Uit stukken van het Kantongerecht Civiele Zaken blijkt dat EBS op 18 mei via haar gemachtigde, advocaat Rick Tjon-A-Joe, een verklaring heeft ingediend waarin het staatsbedrijf aangeeft zich niet te kunnen verenigen met het vonnis dat op 30 april 2026 werd uitgesproken. De zaak is inmiddels geregistreerd bij het Hof van Justitie onder hoger beroep nummer: 2026H00187. Het hoger beroep werd maandag officieel aan Hellings betekend door een deurwaarder.

De zaak vormt het vervolg op een arbeidsconflict dat al sinds medio 2025 speelt tussen de directie van EBS en Hellings, die voorzitter is van de werknemersorganisatie OWOS. De EBS-directie ontsloeg Hellings destijds op staande voet na uitlatingen op sociale media en publieke kritiek op de bedrijfsleiding. Zowel de Arbeidsinspectie als de Ontslagcommissie oordeelden echter dat de aangevoerde ontslaggronden onvoldoende waren en wezen erop dat Hellings handelde in zijn hoedanigheid als vakbondsleider, waarbij hij een ruime mate van vrijheid van meningsuiting geniet.

Nadat ook de Ontslagcommissie geen toestemming gaf voor beëindiging van het dienstverband, stapte EBS naar de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden. De rechter wees dat verzoek af en oordeelde onder meer dat niet alleen Hellings, maar ook EBS zelf een rol heeft gespeeld in de escalatie van het conflict. Bovendien werd onvoldoende aangetoond dat voortzetting van het dienstverband onmogelijk zou zijn.

Volgens eerder door EBS verstrekte informatie blijft Hellings gedurende de beroepsprocedure vrijgesteld van werkzaamheden, terwijl zijn salaris en medische voorzieningen gehandhaafd blijven. Hellings liet eerder weten het hoger beroep te hebben verwacht en sprak het vertrouwen uit dat ook het Hof van Justitie tot dezelfde conclusie zal komen als de kantonrechter.

Met het hoger beroep krijgt een van de meest besproken arbeidsconflicten binnen een staatsbedrijf opnieuw een juridisch vervolg. De uiteindelijke beslissing ligt nu bij het Hof van Justitie.