Notre-Dame en de monumentenzorg in Suriname
16 Apr, 19:21
foto
Notre-Dame verwoesting van het hoofddak.


Aangeboden

Te Parijs, Frankrijk is gisteren - 15 April - het hoofddak van de Notre Dame afgebrand. De kerk is - samen met de St. Pieter te Rome – de bekendste katholieke kathedraal ter wereld. Met 850 jaar oud, was zij niet alleen een uniek godsdienstig symbool, maar ook een 'levend' bewijs van de kunde en het vakmanschap van de bouwers van zolang geleden.

De oorzaak van de brand is nog niet bekend. De kerk werd gerestaureerd, en waarschijnlijk is er daar wat misgegaan.

Onder het afgebrande dak bevinden zich de massieve stenen plafondgewelven. Die hebben het interieur van de kerk voor het grootste deel beschermd. De brandende kap is op de gewelven gevallen, maar die zijn slechts op enkele plaatsen bezweken, en voor een groot deel intact gebleven.

Het blussen van de brand op zo’n 40 meter hoogte bleek voor de Parijse brandweer een groot probleem. Volgens de nieuwsberichten waren er 400 brandweerlieden bij betrokken, maar op geen enkel filmpje zie ik meer dan twee waterstralen op het dak gericht. Het lijkt erop, dat men niet heeft geprobeerd de brand daadwerkelijk te blussen, maar dat men in plaats daarvan het dak min of meer gecontroleerd heeft laten uitbranden. Al met al laat het bluswerk een onbevredigende indruk achter.

Parijs is een metropool van 12 miljoen inwoners – zijn er echt geen geavanceerdere blusinstallaties beschikbaar? De Notre Dame is van alle zijden goed bereikbaar, en de rivier de Seine is vlakbij. President Trump had vanuit Amerika voorgesteld om met blusvliegtuigen te werken, maar de Parijse brandweer heeft dat niet gedaan uit vrees dat de gewelven dan zouden instorten. Een correcte beslissing.

En nu begint een intensief proces van wederopbouw. Als eerste zal er een grote inventarisatie moeten plaatsvinden. Het verbrande dak kan nog steeds het verhaal van zijn constructie vertellen, en moet dus zorgvuldig worden bestudeerd en pas daarna verwijderd. Dan moet worden nagegaan of de enorme stenen onderbouw nog steeds stabiel is. En dan kan het grote werk beginnen. Al met al zal het wel 10 jaar gaan duren. Of meer. Want er is meer aan de hand dan alleen de brandschade. Het steenwerk schijnt te zijn aangetast door de luchtvervuiling van de metropool.

Kunnen we lering trekken uit de gebeurtenissen in Parijs? Kunnen wij onze monumentale gebouwen beter beschermen tegen brand? In alle eerlijkheid: nee. Een incidentele brand lijkt onvermijdbaar. Er is altijd wel iets dat over het hoofd wordt gezien. Dat hebben wij o.a. hier aan den lijve ondervonden bij de grote assemblee brand in 1996, waarbij overbelasting van de elektrische installatie de oorzaak was. Daarbij brandden 3 onvervangbare monumenten tot de grond toe af.

En ook dat lijkt onvermijdbaar. Onze monumenten zijn voor 100 % van hout, en als ze in de brand gaan, dan is er geen houden meer aan. Dan blijft er – in tegenstelling tot Parijs – helemaal niets over. Ons brandweerkorps is redelijk geoutilleerd, en meestal vrij snel ter plaatse, maar kan daar desondanks weinig tegen beginnen. Bij aankomst staat zo’n houten gebouw meestal al volledig in lichterlaaie.

Dus moeten we ervoor zorgen dat we onze monumenten na de brand weer voor 100% kunnen opbouwen en in hun oude glorie herstellen. Kunnen we dat? Daarvoor zijn goede tekeningen nodig, en honderden foto’s van de historische details van het gebouw. Zijn die beschikbaar? Bij de Notre-Dame, een van de belangrijkste monumenten ter wereld, zijn die ongetwijfeld beschikbaar. Maar bestaan er ook tekeningen van de Surinaamse monumenten?

In Suriname hebben wij een bestand van zo’n 600 monumentale gebouwen, groot en klein. Daar zitten A-monumenten tussen als het paleis en de kathedraal, maar ook kleine houten volkshuisjes. Van die 600 zijn er ruim 100 redelijk gedocumenteerd, waaronder de meeste “grote” monumenten, zoals de kathedraal en het fort Zeelandia. Ook het voormalige parlementsgebouw aan de Gravenstraat was goed gedocumenteerd, en kan worden herbouwd. Dat gaat binnenkort inderdaad gebeuren, tegen het einde van het jaar begint de bouw.

Maar de overige monumenten zijn nauwelijks gedocumenteerd. Als er dus brand uitbreekt, dan kan zo’n monument niet worden herbouwd. Weg is weg.
Dus moeten we doorgaan met documenteren, jaar in jaar uit, totdat het bestand volledig is. Het is een belangrijk onderdeel van onze monumentenbescherming.


Philip Dikland