Column: Wetgeving en moraal
20 Jun 2016, 08:47
foto


De constitutionele crisis die veroorzaakt is doordat de Krijgsraad als rechterlijke macht is gaan zitten op de stoel van de wetgevende macht is in volle gang. In een eerdere bijdrage ben ik ingegaan op de gevaarlijke dynamiek die deze crisis in zich draagt.
Hier zal ik twee manieren bespreken om de zaak te benaderen.
Ik doe dat aan de hand van de basisvraag: waarom hebben we een wetgeving in een land? In de wetenschap heb je twee benaderingen om de vraag te beantwoorden.

De eerste benadering - de koloniale benadering – heeft haar wortels in de Europese Witte Verlichting en stelt dat wetgeving bedoeld is om de relatie tussen de samenleving – vertegenwoordigd door de Staat – en individuen te regelen. Als iemand een moord pleegt, dan treedt de Staat op namens de samenleving om de moordenaar te straffen. Wetgeving is een vorm van wraak en genoegdoening voor het slachtoffer.
Een tweede aspect van de koloniale benadering is de scheiding van machten: het parlement is de wetgevende macht die wetten maakt, de rechterlijke macht past de wetten toe en spreekt recht en de Staat is de uitvoerende macht die zorgt dat de wet wordt nageleefd. Dit principe is geformuleerd door de witte racist Charles de Montesquieu (1689-1755) die Afrikanen als minderwaardige mensen beschouwde.
Het derde aspect is de scheiding tussen wetgeving en moraal. In de koloniale benadering is wetgeving een technische aangelegenheid, waarbij regels worden geformuleerd en de rechtspraak zich bezighoudt met de vraag of de regels goed worden toegepast. Moraal is uitgeschakeld. Het is een technische kwestie. Of de toepassing van wetgeving leidt tot hypocrisie, dubbele moraal en sociale onrust is niet relevant.

De andere benadering is de dekoloniale benadering die wordt toegepast o.a. door juristen in Zuid-Afrika. Ze bekritiseert het westerse concept van de samenleving als een verzameling van individuen. In niet-westerse beschavingen is er een ander concept over de relatie tussen samenleving en individu: een samenleving is geen verzameling van individuen, maar van sociale groepen waarbij individuen deel zijn van die groepen. In de Afrikaanse Ubuntu filosofie duiden ze dat aan met de spreuk: ”Ik ben, omdat wij er zijn.” Conflicten tussen sociale groepen zijn van een andere aard dan conflicten tussen individuen en de wetgeving moet daar rekening mee houden.
Bij conflicten tussen sociale groepen leidt de scheiding der machten niet tot een oplossing maar tot een verscherping van het politieke conflict. Rechters zijn politici in toga. Ze behoren met hun politieke opvattingen tot een bepaalde groep. Als ze hun positie in de rechterlijke macht gebruiken, dan is dat niet vanuit onafhankelijkheid, maar vanuit een politiek standpunt. Feitelijk is er geen scheiding van machten meer, omdat de rechterlijke macht eisen gaat stellen aan de uitvoerende macht in een politiek conflict vanuit politieke standpunten die ze inneemt.
Dat leidt dan weer tot hypocrisie en immoreel gedrag, omdat de wetgeving wordt toegepast op één groep en de misdaden van de tegenpartij worden verzwegen.
De koloniale benadering leidt onherroepelijk tot verergering van gewelddadige politieke conflicten. De rechterlijke macht is deel van het probleem geworden en niet deel van de oplossing.

Dat zien we nu in Suriname gebeuren. We zitten in de eindfase van een politiek conflict dat 35 jaar duurt. De afgelopen week kwam de ene na de andere opiniemaker – juristen, columnisten, advocaten, professoren – om op hoge poten de koloniale principes van het recht te bevestigen: de zogenaamde onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de zogenaamde scheiding der machten. En iedereen – écht iedereen – zwijgt over de misdaden van de tegenpartij in het politiek conflict. De hypocrisie is mindblowing. Geen woord over het in stukjes kappen van Tjokrodirjo. Geen woord over het wegslepen van Gerrit Weewee uit zijn huis om te bewerken met messteken en zijn wonden te overgieten met pure alcohol zodat hij van pijn zou bezwijken. Bij ieder artikel van de zogenaamde deskundigen vraag ik me af: waar is de schaamte over zoveel gebrek aan moraal en zo een openlijk vertoon van huichelachtigheid?

In mijn vorige bijdrage heb ik gewaarschuwd voor een dreigende militaire escalatie als de gewapende macht gedwongen gaat worden om te kiezen tussen de krijgsraad en de 'verdachten'. Waar staan we nu in deze crisis? Ik geloof dat er nog twee alternatieven zijn voordat we komen op het punt van een militaire escalatie.

Het eerste alternatief is dat er een correctie plaatsvindt binnen de rechterlijke macht. Het Hof van Justitie zou zich opnieuw kunnen beraden over de situatie vanwege de maatschappelijk onrust en concluderen dat het beter is om de krijgsraad tot de orde te roepen en het 8 decemberproces stop te zetten. Die kans acht ik klein, omdat het hier gaat om politici in toga. Maar wie weet, vergis ik me.
Het tweede alternatief is dat politici op de voorgrond treden. Zij moeten leiding geven aan het land en zij moeten de weg wijzen om uit deze crisis te komen. Ik had Santokhi en Brunswijk opgeroepen om staatsmanschap te tonen. In een verslag aan de pers over zijn onderhoud met de president gaf Brunswijk aan dat hij nog geen definitief standpunt heeft ingenomen en nadenkt over de volgende stap in deze crisis. Dat getuigt al van staatsmanschap. Hij is niet direct met gestrekte been in de crisis gestapt om de krachten die op confrontatie uit zijn, te steunen. Eenzelfde toonzetting zien we in de verklaring van Santokhi: “De VHP doet een dringend beroep op eenieder om ter wille van rust en harmonie in de samenleving altijd de nodige wijsheid en takt aan de dag te leggen en alles na te laten wat polariserend kan werken.”
Dat zijn stappen in de goede richting, maar nog niet voldoende om uit de crisis te geraken. De volgende stap zou kunnen zijn dat Brunswijk en Santokhi deelnemen aan de Dag van Nationale Rouw, waarmee ze aangeven respect te hebben voor alle slachtoffers van politiek geweld, en zich niet alleen beperken tot 8 december. Ze stellen zich dan neutraal op in het leed van alle nabestaanden. Maar uiteindelijk moeten ze komen op het punt om openlijk te verklaren dat een oplossing voor het 35-durend conflict niet via de rechter moet worden gezocht, maar via dialoog en verzoening.

In haar verklaring hinkt de VHP op twee gedachten. Enerzijds verklaart ze dat “in een geordende samenleving de weg van overleg en dialoog altijd gevolgd dient te worden”, anderzijds stelt ze dat ”vraagstukken van deze aard binnen het kader van wet en recht dienen te worden opgelost,” en ”in een democratische rechtsstaat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en door haar genomen beslissingen dienen te worden gerespecteerd.” De vraag is nu: als deze zaken op gespannen voet komen te staan met elkaar, welke weg wil moet je dan kiezen? Als de rechterlijke macht en de uitvoerende macht met elkaar in conflict zijn, wie moet volgens de VHP dan de baas zijn: een gekozen regering die de uitvoerende macht vertegenwoordigt of niet-gekozen rechters van de rechterlijke macht? Die vraag ligt nu al op tafel.

Sandew Hira