De Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos op audiëntie bij president Jennifer Simons. (Foto's: CDS)
Bij zijn afscheid van Suriname heeft de Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos de regering opgeroepen werk te maken van een formeel verzoek aan de Europese Unie voor visumvrij reizen. Volgens de diplomaat ligt de sleutel daarvoor niet in Den Haag, maar in Brussel. Tegelijk blikte hij tevreden terug op de ontwikkeling van de relatie tussen beide landen, die volgens hem steeds meer is gebaseerd op gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

Dat zei de vertrekkende ambassadeur dinsdag tijdens zijn afscheidsaudiëntie bij president Jennifer Simons op het Kabinet van de President.
Oostelbos, die op 14 augustus terugkeert naar Nederland, blikte terug op zijn ambassadeurschap en sprak de verwachting uit dat de bilaterale relatie zich de komende jaren verder zal verdiepen.

"Ik heb me altijd welkom gevoeld. Jullie wonen in een prachtig land. Vergeet goud en hout, want de absolute rijkdom van Suriname, dat zijn de mensen. En die ga ik het meest missen", zei de ambassadeur. Volgens Oostelbos hebben Suriname en Nederland sinds 2020 belangrijke stappen gezet in het herstel en de verdere ontwikkeling van de onderlinge betrekkingen. "Nederland en Suriname zijn familie en we kunnen eigenlijk niet zonder elkaar. In alle families heb je pieken en dalen, maar het allerbelangrijkste is dat je elkaar blijft vasthouden."


Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking omschreef de huidige samenwerking als een dynamische relatie waarin beide landen steeds nadrukkelijker uitgaan van wederzijdse belangen. Volgens hem werken Suriname en Nederland aan een partnerschap dat is gebaseerd op gelijkwaardigheid.

Nederland stelt voor de komende vijf jaar 10 miljoen euro beschikbaar voor projecten op het gebied van de versterking van de rechtsstaat, vergroting van het verdienvermogen van de overheid, infrastructuur, waterbeheer en maatschappelijke ontwikkeling.

Ook het visumbeleid kwam tijdens het onderhoud met president Simons aan de orde. Oostelbos benadrukte dat visumvrij reizen een aangelegenheid van de Europese Unie is en moedigde Suriname aan om in Brussel formeel het traject daarvoor in gang te zetten. Tegelijkertijd blijft Nederland zich volgens hem inspannen om de wachttijden voor visumaanvragen zoveel mogelijk te beperken.

Bouva noemde de visumproblematiek een belangrijk gesprekspunt tussen beide landen. Volgens de minister moet reizen voor Surinamers eenvoudiger, soepeler en menswaardiger worden georganiseerd.