De vernieuwing van de opleiding Lichamelijke Opvoeding aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) moet beginnen bij een fundamentele vraag: welke docent heeft Suriname in de toekomst nodig? Volgens deskundigen heeft een nieuw curriculum alleen waarde als eerst duidelijk is over welke kennis, vaardigheden en competenties de leraar van morgen moet beschikken.

Dat uitgangspunt stond centraal tijdens een workshop die de opleiding Lichamelijke Opvoeding onlangs hield als voorbereiding op de invoering van een Associate Degree (AD)-opleiding naast de bestaande bacheloropleiding. Docenten, schoolleiders, vakspecialisten en vertegenwoordigers uit het werkveld werkten gezamenlijk aan een toekomstgericht beroepsprofiel voor de docent Lichamelijke Opvoeding.

Nieuwe opleiding vraagt nieuwe visie
Volgens opleidingscoördinator Kathlyn Hasselbaink biedt de introductie van de Associate Degree een uitgelezen kans om niet alleen een nieuwe opleiding op te zetten, maar vooral opnieuw na te denken over het beroep van docent Lichamelijke Opvoeding. "Een opleiding begint niet met vakken, maar met de vraag welke professional je wilt opleiden," stelde zij. Volgens Hasselbaink moet eerst worden vastgesteld waarop het curriculum is gebaseerd en waarin de nieuwe opleiding zich onderscheidt van de bestaande bachelor.

De Associate Degree moet volgens haar vooral praktijkgerichte docenten opleiden die direct inzetbaar zijn in het basis- en onderbouwvoortgezet onderwijs. Dat vraagt om een beroepsprofiel waarin naast vakinhoudelijke kennis ook de vaardigheden centraal staan die van een docent in de 21e eeuw worden verwacht.

Meer dan een gymdocent
Docent Inspanningsfysiologie en Trainingsleer Ivan Fernald benadrukte dat de discussie niet alleen gaat over een nieuwe opleiding, maar ook over de maatschappelijke positie van het vak Lichamelijke Opvoeding. Volgens hem onderscheidt LO zich van alle andere schoolvakken doordat motorische ontwikkeling, sociale vorming, emotionele ontwikkeling en gezondheid daarin samenkomen. "Als wij het beroepsprofiel willen aanpassen, moeten wij eerst duidelijk maken waarin ons vak verschilt van alle andere vakken op school," stelde Fernald.

Naast de algemene pedagogische en didactische competenties moet de docent volgens hem beschikken over specifieke vaardigheden, waaronder vaktechnische kennis, motorische vaardigheid, improvisatievermogen, differentiatie en empathie.

Meetbare leerresultaten
Fernald pleitte ervoor om Lichamelijke Opvoeding nadrukkelijk als volwaardig leervak te positioneren. Volgens hem moet het vak niet uitsluitend worden beoordeeld op deelname, maar ook op concrete en meetbare leerresultaten, net zoals bij vakken als wiskunde, talen en economie.

Daarvoor is volgens hem een logisch opgebouwde onderwijsstructuur nodig, waarin beroepsprofiel, opleidingsprofiel, leerdoelen, eindtermen, curriculum, leermiddelen, didactiek en toetsing goed op elkaar aansluiten.

Waarschuwing voor achteruitgang
Tijdens de bijeenkomst werd ook gewezen op de kwetsbare positie van het vak. Volgens Fernald beschikt minder dan de helft van de basisscholen in ressort Zorg en Hoop over een vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding. Daarnaast ontbreekt het op veel scholen aan geschikte gymzalen, sportmaterialen en andere voorzieningen.

Volgens hem wordt de maatschappelijke waarde van Lichamelijke Opvoeding nog te vaak onderschat, terwijl het vak een belangrijke bijdrage levert aan gezondheid, sociale ontwikkeling, discipline en maatschappelijke samenhang.

Docent van 2030
Aan de workshop namen ongeveer veertig vertegenwoordigers uit onderwijs en praktijk deel. Onder leiding van facilitator Michael Watson werkten zij in vijf werkgroepen aan het beroepsprofiel van de docent Lichamelijke Opvoeding voor 2030.

De deelnemers kwamen uit op een profiel waarin vakinhoudelijke deskundigheid wordt gecombineerd met pedagogisch leiderschap, inclusiviteit, gezondheidsbevordering, digitale vaardigheden, samenwerking en professioneel handelen. De uitkomsten van de workshop vormen de basis voor de verdere ontwikkeling van het curriculum van de nieuwe AD-opleiding.