De reële groei van het bruto binnenlands product (bbp) van Suriname voor 2026 wordt door economische instituten geschat op 3,4% tot 3,9%. De economie gaat vooruit, maar minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman, evenals het IMF, benadrukken dat begrotingsdiscipline en een solide financieel beleid onmisbaar zijn voor het behoud van de macro-economische stabiliteit.

Macro-economische stabiliteit betekent dat de economie van een land in balans is. Het doel voor de toekomst is verdere economische groei, stabiele prijzen en voldoende werkgelegenheid. Dat houdt onder meer in dat de financiële overheidsinstituten en controlemechanismen moeten worden versterkt. Zo staan de versterking van en de controle op de Belastingdienst en de Douane hoog op de regeringsagenda. De versterking van de Rekenkamer betekent dat er strenger wordt toegezien op de doelmatige en efficiënte besteding van belastinggeld.

Het Planbureau en het Bureau voor de Statistiek zijn deze maand geïnstalleerd ter versterking van de instituties. Het Bureau voor de Statistiek verzamelt gegevens over de samenleving met als doel betrouwbare en objectieve statistieken op te stellen die belangrijk zijn voor onderzoek, regeringsbeleid en maatschappelijke debatten. Het Planbureau zal de politiek ondersteunen met onafhankelijke cijfers en analyses door de gevolgen van beleidsplannen door te rekenen. Daarbij wordt rekening gehouden met de effecten op de economie, de samenleving en het milieu. Zo helpt het Planbureau de regering betere beleidskeuzes te maken.

Het IMF geeft wel aan dat het stabilisatieproces nog fragiel is en dat er altijd ontwikkelingen kunnen optreden waardoor Suriname weer van het goede spoor raakt. Daarom is het van belang de begrotingsdiscipline en het solide financiële beleid strikt te blijven hanteren.

Het sociaaleconomische en politieke klimaat van Suriname kan deze hervormingen belemmeren, omdat de regering onder politieke en maatschappelijke druk armoede moet blijven bestrijden. Hierdoor moest het begrotingsbeleid worden versoepeld en moesten de overheidsuitgaven worden verhoogd, zeker nadat de olieprijzen stegen als gevolg van de oorlog tussen Amerika/Israël en Iran. Denk hierbij aan het subsidiëren van brandstofprijzen en koopkrachtversterkende maatregelen voor diverse bevolkingsgroepen.

Andere risico's op korte termijn volgens het IMF zijn:
● beleidsfouten in de komende twee jaar;
● een hernieuwde droogte, waardoor de kosten van elektriciteitsopwekking opnieuw kunnen stijgen;
● hogere wereldwijde voedselprijzen, die de importinflatie kunnen verhogen, bijvoorbeeld als gevolg van een afsluiting van de Straat van Hormuz door de oorlog tussen Amerika/Israël en Iran;
● een daling van de goudprijs of een verdere afname van de goudproductie.

De hoge buitenlandse schuldenlast kan druk uitoefenen op investeringen in belangrijke sectoren, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs. Deze sociale risico's worden nu aangepakt om de levensstandaard en de werkgelegenheid op de lange termijn te verbeteren. In dat kader is de schuldsanering met succes ingezet.

In november 2025 gaven de autoriteiten voor USD 1,575 miljard aan staatsobligaties uit met looptijden van vijf en tien jaar, tegen een rendement van respectievelijk 8% en 8,5%. De opbrengst werd gebruikt om bestaande staatsobligaties met een looptijd tot 2033 terug te kopen. De resterende middelen worden aangehouden op een buitenlandse escrowrekening, bestemd voor de toekomstige schuldendienst. Deze rekening is een tijdelijke, geblokkeerde bankrekening bij een onafhankelijke derde partij. Het geld wordt daarop geparkeerd en pas vrijgegeven zodra aan de vooraf overeengekomen voorwaarden is voldaan.

De regering heeft de opbrengsten ook gebruikt om de boete, ontstaan door de schuldherstructurering van 2023 bij Oppenheimer, af te kopen, zodat de royalty's waarop Suriname recht heeft uit Blok 58 weer in Surinaamse handen kunnen komen en niet langer tot 2050 zijn verpand aan Oppenheimer.

De schuldherstructurering met de crediteuren van de Club van Parijs is afgerond en de onderhandelingen met China zijn bijna voltooid. De herstructurering van de schuld aan de resterende particuliere crediteuren werd in april al afgerond. Deze operatie heeft de bruto staatsschuld volgens het IMF echter verhoogd tot 106% van het bbp.

(Ter vergelijking: de Verenigde Staten hebben een staatsschuld van ongeveer 138% van het bbp, Japan tussen 235% en 250%, België 107,9% en Brazilië ongeveer 94%. Venezuela heeft zijn staatsschuld sinds 2017 niet meer afgelost, waardoor deze fors is opgelopen. Guyana heeft een staatsschuld van ongeveer 25% van het bbp. Dankzij de enorme olie-inkomsten is de relatieve schuld daar de afgelopen jaren sterk gedaald.)

De economische activiteit zal volgens het IMF naar verwachting solide blijven. Het banksysteem herstelt zich. De groei van de niet-grondstoffensector wordt voor 2026 geraamd op 4,7%, mede dankzij het positieve sentiment rond de olie-industrie. De activiteiten die verband houden met de ontwikkeling van nieuwe offshore-olievelden en de relatief stabiele goudproductie zullen de bbp-groei in 2026 en 2027 naar verwachting rond de 4% houden. In 2028 zal de offshoreproductie van koolwaterstoffen naar verwachting van start gaan, waardoor de economische groei kan oplopen tot ongeveer 30%.

Marie-Louise Vissers