Minister Adelien Wijnerman van Financiën & Planning.
Minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman heeft donderdagavond in De Nationale Assemblee het voorstel van de regering verdedigd om de volledige toepassing van de Comptabiliteitswet 2024 uit te stellen tot het begrotingsjaar 2029. Volgens haar zijn belangrijke regels, administratieve systemen en institutionele voorbereidingen nog onvoldoende uitgewerkt om de wet volledig uit te voeren. Daardoor blijft de Comptabiliteitswet 2019 voorlopig van kracht voor de begrotingen en financiële verantwoordingen tot en met 2028. In het parlement is uitvoerig hierover gedebatteerd. De verdere behandeling is uitgesteld naar dinsdag. 

Voorzitter van de commissie van rapporteurs, Rossellie Cotino (NDP), stelde dat de begrotingsaanschrijvingen voor het dienstjaar 2026 eigenlijk al in mei 2025 conform de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2024 naar de verschillende ministeries hadden moeten worden gestuurd. Volgens haar bleek echter bij het aantreden van de huidige regering dat de begrotingen voor 2026 al waren voorbereid op basis van de Comptabiliteitswet 2019.

Cotino zei dat de minister van Financiën daardoor voor een moeilijke keuze stond: de reeds voorbereide begrotingen intrekken en opnieuw opstellen volgens de nieuwe wet, of de Nationale Assemblee vragen om uitstel van de uitvoering van de Comptabiliteitswet 2024. Volgens haar is uiteindelijk gekozen voor een wetswijziging, omdat in de praktijk is gebleken dat er nauwelijks voorbereidingen waren getroffen om de wet uitvoerbaar te maken.

Tijdens haar presentatie wees Cotino op verschillende knelpunten die volgens haar de uitvoering van de wet momenteel onmogelijk maken. Zo ontbreken nog diverse uitvoeringsregels, begrotingsvoorschriften en institutionele hervormingen. Ook zouden afdelingen Financiële en Begrotingszaken (BFZ) op ministeries nog onvoldoende voorbereid zijn op hun nieuwe verantwoordelijkheden.

Daarnaast moeten volgens haar nog regels worden vastgesteld voor onderlinge samenwerking tussen de ministeries, standaardisatie van financiële processen, auditcomités, begrotingsadministratie en materieelbeheer. Ook zijn trainingsprogramma’s voor personeel nog niet opgezet en voldoet het huidige IFMS-systeem volgens haar niet aan de vereisten voor verslaglegging volgens internationale IPSAS-standaarden.

VHP-fractieleider Asis Gajadien sprak zich fel uit tegen het voorstel van de regering. Volgens hem betekent het uitstel feitelijk een terugkeer naar het oude systeem en een vertraging van noodzakelijke financiële hervormingen. Hij waarschuwde dat Suriname zich, met het oog op toekomstige olie-inkomsten, geen verzwakking van financiële discipline en staatsinstituties kan permitteren.

Hij stelde dat implementatieproblemen geen reden mogen zijn om hervormingen op te schorten, maar juist aanleiding moeten vormen om de uitvoering te versnellen. De VHP-fractieleider pleitte daarom voor een gefaseerde implementatie van de wet, met duidelijke deadlines, uitvoeringsregelingen en jaarlijkse rapportages aan het parlement.

Minister Wijnerman benadrukte dat de regering de Comptabiliteitswet 2024 wel degelijk wil uitvoeren, maar dat uit analyse is gebleken dat niet aan alle vereisten kan worden voldaan voor de begrotingsjaren 2026, 2027 en 2028. Zij noemde onder meer het ontbreken van een financieel vijfjarenplan, een budgettaire nota, begrotingsregels en plafonds voor primaire uitgaven zoals voorgeschreven in de wet.

Daarnaast wees de minister op de noodzaak van omvangrijke proces- en systeemveranderingen binnen de overheid. Volgens haar vereist de uitvoering van de wet een gestructureerde aanpak en aanzienlijke versterking van capaciteit, IT-systemen en financiële processen op de ministeries. Op basis van het uitgewerkte plan van aanpak acht de regering een implementatieperiode van drie jaar noodzakelijk.