Van de 1.946 HAVO-kandidaten is voorlopig 34,3% direct geslaagd voor het eindexamen. Bij het VWO slaagde 50,2% van de 1.290 kandidaten. Daarnaast moet bijna een derde van de kandidaten op beide onderwijsniveaus een herexamen afleggen. Dat blijkt uit de voorlopige examenresultaten over het schooljaar 2025-2026 die het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC).

Volgens de voorlopige cijfers zijn bij de HAVO 668 kandidaten direct geslaagd, 414 afgewezen en 628 verwezen naar een herexamen. Daarnaast zijn 98 kandidaten aangewezen op een inhaalexamen en hebben 138 kandidaten zich teruggetrokken.

Bij het VWO slaagden 647 kandidaten direct. Verder werden 197 kandidaten afgewezen, moeten 370 kandidaten een herexamen afleggen, krijgen 57 kandidaten een inhaalexamen en trokken 19 kandidaten zich terug.


Het ministerie spreekt van een positieve ontwikkeling. Volgens de Inspectie Voortgezet Onderwijs op Seniorenniveau laten de voorlopige resultaten over het geheel genomen een stijgende lijn zien ten opzichte van het vorige schooljaar, al blijven er verschillen bestaan tussen de scholen. De inspectie verwacht dat de definitieve slagingspercentages na de herexamens hoger zullen uitvallen.

Minister Dirk Currie had eerder al uitgelegd dat de bekendmaking van de examenresultaten enkele dagen werd uitgesteld vanwege een noodzakelijke herbeoordeling van de examens Wiskunde 1 en Wiskunde Q. Daarbij werd vastgesteld dat een opgave bij Wiskunde 1 onvoldoende aansloot op de voorbereiding van de leerlingen en dat bij Wiskunde Q onderdelen van twee opgaven niet volledig waren. In overleg met vakdocenten en schooldirecties zijn correcties doorgevoerd, zodat geen enkele kandidaat hierdoor zou worden benadeeld.

Binnen het particuliere VWO springt het Arthur A. Hoogendoorn Atheneum eruit met een voorlopig slagingspercentage van 93,5 procent. Van de 77 examenkandidaten slaagden er 72 direct. Ook het Nassy Brouwer College noteerde met 69,8 procent een hoog slagingspercentage, terwijl het ACI uitkwam op 64,3 procent.

Bij de tweejarige HAVO zijn de resultaten minder gunstig. Het Christelijk HAVO behaalde een voorlopig direct slagingspercentage van 31 procent, terwijl HAVO-III met 35,9 procent een vergelijkbaar resultaat liet zien. Het driejarige HAVO-traject presteerde over de gehele linie stabieler.

Documenten: