De Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft de activiteiten van buitenlandse oliemaatschappijen opgenomen in de externe sectorstatistieken van Suriname. Met deze aanpassing wil de bank een realistischer beeld geven van de economische ontwikkelingen, nu de offshore oliesector steeds belangrijker wordt voor het land.

De herziening is met terugwerkende kracht doorgevoerd voor de periode van het eerste kwartaal van 2021 tot en met het vierde kwartaal van 2025. De aangepaste cijfers zijn eind februari gepubliceerd op de website van de centrale bank.

Volgens de CBvS was de aanpassing noodzakelijk omdat de offshore olieactiviteiten de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen. Vooral na de investeringsbeslissing voor Block 58 in oktober 2024 hebben buitenlandse oliebedrijven grote investeringen gedaan in de voorbereidingen voor toekomstige productie.

Door deze activiteiten nu volledig op te nemen in de statistieken krijgen beleidsmakers, investeerders en andere belanghebbenden een beter en internationaal vergelijkbaar beeld van de economische situatie van Suriname.

De opname van de activiteiten heeft een duidelijke impact op verschillende macro-economische cijfers. Zo stijgt het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans aanzienlijk. Voor 2025 neemt het tekort toe van 192 miljoen Amerikaanse dollar naar ongeveer 2,5 miljard dollar.

Dit komt doordat oliebedrijven zich momenteel in een investeringsfase bevinden en grote hoeveelheden diensten importeren, zoals technische, engineering- en constructiediensten.

Het grotere tekort op de lopende rekening wordt vrijwel volledig gecompenseerd door buitenlandse directe investeringen van moedermaatschappijen in hun Surinaamse dochterbedrijven. In 2025 bedroeg deze instroom ongeveer 2 miljard dollar. Volgens de CBvS betekent dit dat de hogere tekorten geen druk leggen op de internationale reserves van het land.

Door de opname van de activiteiten verslechtert ook de internationale investeringspositie van Suriname. Per eind december 2025 verschuift deze van min 2,8 miljard dollar naar min 6,6 miljard dollar. Dit komt vooral doordat de verplichtingen uit directe investeringen sterk zijn toegenomen.

Ook de externe schuldpositie van Suriname verandert door de nieuwe statistieken. De schuld van de buitenlandse oliemaatschappijen bedraagt eind 2025 ongeveer 3,9 miljard dollar. Hierdoor stijgt de totale externe schuld van Suriname naar circa 9,5 miljard dollar, een toename van ongeveer 70 procent.

Importdekking statistisch lager

De internationale reserves zelf blijven ongewijzigd. Omdat de olie-investeringen volledig worden gefinancierd met buitenlandse investeringen, heeft dit geen directe invloed op de reserves.

Wel verandert de berekende importdekking. Door de sterke stijging van de import van diensten daalt de importdekking van 7,1 maanden naar 3,5 maanden. Volgens de CBvS gaat het hierbij om een statistisch effect en niet om een verslechtering van de reservepositie. Om die reden zal de bank voor beleidsanalyses voorlopig ook een berekening presenteren waarbij de importen van de oliebedrijven buiten beschouwing worden gelaten.

De CBvS geeft aan dat inmiddels ongeveer 90 procent van de actieve buitenlandse oliemaatschappijen regelmatig gegevens aanlevert. Met de herziening sluiten de Surinaamse statistieken beter aan bij internationale richtlijnen en ontstaat een steviger basis voor economische analyse en beleid, vooral met het oog op de verdere ontwikkeling van de offshore oliesector.