Literatuurwetenschapper Thalia Ostendorf houdt haar inleiding.
Meer dan tachtig jaar na het verschijnen van Wij slaven van Suriname blijft het gedachtegoed van Anton de Kom inspireren. Tijdens de eerste Anton de Kom-lezing in Suriname werd vrijdag zijn nalatenschap opnieuw belicht, met aandacht voor onbekende archiefstukken en zijn brede literaire werk.

De lezing is gehouden door Stichting Skrifi, de Anton de Kom Stichting en de Bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Voor een goed opgekomen publiek werd in de universiteitsbibliotheek stilgestaan bij de nalatenschap van Anton de Kom.

Anton de Kom (1898–1945) was een Surinaamse schrijver, verzetsheld en antikoloniaal denker. Zijn boek Wij slaven van Suriname (1934) geldt als een mijlpaal in de strijd tegen koloniale onderdrukking en heeft blijvende invloed op het denken over vrijheid, rechtvaardigheid en emancipatie. Op 22 februari wordt zijn geboortedag herdacht.

In Suriname ligt de nadruk vooral op zijn betekenis als schrijver, verzetsheld en antikoloniaal denker. In Nederland was zijn gedachtegoed lange tijd vooral bekend binnen Surinaams-Nederlandse kringen. De laatste jaren wordt het daar echter steeds breder gelezen en ontstaat er meer ruimte voor onderzoek naar zijn werk.

De lezing werd verzorgd door literatuurwetenschapper Thalia Ostendorf. Zij is een Nederlands-Surinaamse literatuurwetenschapper en medeoprichter van de intersectionele uitgeverij Chaos. Daarnaast doceert zij Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft zij essays en korte verhalen. Momenteel verblijft zij in Suriname voor onderzoek ten behoeve van een biografie over de Surinaamse schrijfster Bea Vianen.

In het kader van dit onderzoek werkte Ostendorf in verschillende archieven, waar zij ook de literaire nalatenschap van Anton de Kom bestudeerde. In het Literatuurmuseum in Den Haag bestaat zijn archief uit twee dozen met documenten. “Het manuscript van Wij slaven van Suriname bevindt zich hier niet; het is nog altijd vermist. Wat er wél lag, bleek een rijkdom aan andere teksten,” zei Ostendorf.

“Tijdens zijn leven publiceerde De Kom slechts één boek. Uit het archief blijkt echter dat hij in werkelijkheid een veelzijdig schrijver was. Hij liet zich niet in één genre vangen en schreef romans, gedichten, anansiverhalen en zelfs een filmscript.”

In haar lezing zoomde zij in op diverse archiefstukken, waaronder correspondentie met zijn uitgever, handgeschreven gedichten en een volledig uitgewerkt filmscript met draaiboek.

“Een nalatenschap bestaat uit een materieel en een immaterieel deel. In deze lezing lag de focus op het materiële deel en op wat deze archiefstukken ons kunnen vertellen. Zowel in Suriname als in Nederland kan worden onderzocht hoe het gedachtegoed van Anton de Kom blijft inspireren — in het bijzonder een nieuwe generatie — om zich uit te spreken en zich in te zetten tegen onrecht.”

Tijdens de bijeenkomst werd tevens stilgestaan bij wijlen Carl Haarnack, voormalig voorzitter van de Anton de Kom Stichting, die betrokken was bij de voorbereiding van de lezing.