Commissievoorzitter Rabin Parmessar
Met de behandeling van de gewijzigde begroting 2026 is De Nationale Assemblee maandag begonnen aan een van de belangrijkste politieke debatten van het jaar. Voorzitter van de commissie van rapporteurs Rabin Parmessar schetste bij de opening een somber financieel beeld, maar stelde dat de begroting vooral moet worden gezien als een "brugbegroting" die Suriname door een moeilijke overgangsperiode moet loodsen.

Parmessar merkte op dat de regering de afgelopen maanden geconfronteerd is met grote financiële uitdagingen, waardoor de oorspronkelijk ingediende begroting via een Nota van Wijziging moest worden aangepast. De gewijzigde begroting laat een tekort zien van 5,1 procent van het bruto binnenlands product (BBP). Daarmee is volgens hem nauwelijks ruimte om de overheidsuitgaven verder te verhogen en zullen scherpe politieke keuzes moeten worden gemaakt.

De commissievoorzitter wees erop dat de begroting uiterlijk op 13 juli moet worden goedgekeurd. Omdat daarna nog slechts enkele maanden resteren voor de uitvoering, kunnen volgens hem niet alle wensen tegelijk worden gerealiseerd. De behandeling is laat begonnen omdat de regering niet in de verwachte formatie aanwezig was. Dat leidde tot gekibbel over en weer. Vicepresident Gregory Rusland gaf aan dat de regering vaak uren zit te wachten voordat de vergaderingen kunnen beginnen. De behandeling is ruim twee uur later begonnen dan gepland. 

Geen begroting van overvloed
Parmessar benadrukte dat de begroting niet moet worden beoordeeld als een budget van overvloed, maar als een noodzakelijke tussenfase."Dit is geen luxe-begroting. Dit is een brug tussen crisis en herstel, tussen schulddruk en toekomstige verdiencapaciteit en tussen sociale nood vandaag en productie voor morgen," hield hij de Assemblee voor. Volgens hem moet de begroting aan drie voorwaarden voldoen: burgers beschermen tijdens de moeilijke economische periode, de overheidsfinanciën verder stabiliseren en tegelijk de basis leggen voor productie, werkgelegenheid en economische groei.

Sociale bescherming én productie
De commissievoorzitter stelde dat macro-economische stabiliteit alleen onvoldoende is wanneer burgers de gevolgen van de crisis blijven voelen. Hij wees erop dat ongeveer 30 procent van de begroting is bestemd voor sociale sectoren, waaronder Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Onderwijs en Volksgezondheid. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat sociale uitgaven doelgerichter moeten worden ingezet en dat misbruik van sociale voorzieningen harder moet worden aangepakt. Digitalisering en betere controle moeten daarbij een belangrijke rol spelen.

Volgens Parmessar kan sociale ondersteuning mensen overeind houden, maar is economische productie noodzakelijk om het land structureel vooruit te helpen. Hij pleitte daarom voor extra aandacht voor landbouw, ondernemerschap, infrastructuur, toerisme, olie en gas. Daarbij riep hij opnieuw op tot spoedige invoering van een Local Content-wet, zodat Surinaamse bedrijven daadwerkelijk kunnen profiteren van de komende olie- en gasontwikkelingen. Ook vroeg hij opnieuw aandacht voor de positie van Surinaamse ondernemers bij Zijin.

Schuldbeheer centraal
Een belangrijk deel van zijn bijdrage stond in het teken van de staatsschuld. Parmessar erkende dat de schuldenlast hoog blijft, maar maakte onderscheid tussen nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande schulden. Volgens hem wordt ten onrechte alleen gekeken naar de omvang van de aangegane obligatieleningen, terwijl een belangrijk deel daarvan is gebruikt om bestaande, duurdere schulden af te lossen en de aflossingsdruk te verlichten.

"Wie alleen zegt dat er 1,575 miljard Amerikaanse dollar is geleend, vertelt maar de helft van het verhaal," stelde hij. Volgens Parmessar moet iedere lening transparant worden verantwoord, waarbij doel, rente, looptijd, risico's en maatschappelijk rendement inzichtelijk moeten zijn.

Aanpak spookambtenaren
De commissievoorzitter sprak zich ook uit voor een efficiënter overheidsapparaat. Hij stelde nadrukkelijk dat duizenden ambtenaren hun werk naar behoren verrichten, maar dat misstanden niet langer kunnen worden genegeerd. Hij verwees naar eerdere mededelingen van de minister van Binnenlandse Zaken dat meer dan 2.000 ambtenaren niet of onvoldoende op het werk verschijnen, terwijl zij wel salaris ontvangen. Ook de zogenoemde terbeschikkingstellingen verdienen volgens hem nader onderzoek.

"Elke SRD aan loon moet gekoppeld zijn aan publieke waarde," zei Parmessar. Hij drong aan op een inventarisatie per ministerie en concrete maatregelen tegen langdurige afwezigheid zonder geldige reden.

Olie geen vrijbrief
Hoewel Suriname volgens Parmessar aan de vooravond staat van aanzienlijke olie-inkomsten, waarschuwde hij ervoor daarop niet vooruit te lopen. "Olie mag geen slaapmiddel worden," zei hij. Volgens de commissievoorzitter moeten juist nu de overheidsfinanciën, instituties, transparantie en begrotingsdiscipline worden versterkt, zodat toekomstige olie-inkomsten verantwoord kunnen worden beheerd.

Aan het slot van zijn presentatie omschreef Parmessar de gewijzigde begroting als een overgangsbegroting die het land door een moeilijke periode moet leiden. "Sociale steun houdt mensen overeind. Productie brengt het land vooruit. En goed bestuur zorgt ervoor dat elke SRD zichtbaar werkt voor het volk," besloot hij.