Er zijn nogal wat beroepsvoetballers van Surinaamse afkomst met de Nederlandse nationaliteit die op een behoorlijk hoog niveau acteren, maar niet geselecteerd worden voor Oranje. Ondanks de omstandigheid dat ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt en autochtone collega’s van hen die jonger zijn, wel worden opgeroepen, blijven ze hopen op het telefoontje van de bondscoach van Nederland. Onlangs hoorde ik van de nieuwe bondscoach van Suriname dat een speler wacht op een oproep van Oranje en dus een sportieve keus heeft gemaakt. Uitkomen voor Oranje lijkt misschien aantrekkelijk, maar dan moet je ook daadwerkelijk aan spelen toekomen. Helaas is de keiharde realiteit dat spelers weleens worden opgeroepen, maar na een paar invalbeurten van enkele minuten, er niet meer aan te pas komen. Zulke spelers hebben dan geen eerlijke kans gehad om zich te bewijzen en kunnen tegelijkertijd niet meer voor een ander land uitkomen.


Het behoeft geen betoog dat scouts van grote clubs, gretig gebruik maken van internationale meetmomenten om spelers te observeren en menige speler heeft na een schitterende beurt bij de nationale ploeg, een contract gehad bij een grote Europese club. Echter kan je pas opvallen wanneer je inderdaad aan spelen toekomt, dus het maken van speelminuten is minstens even belangrijk om een mooie transfer te kunnen maken. Gezien de moordende concurrentie hoeft een speler die goed presteert bij zijn club, niet verzekerd te zijn van een oproep voor het nationale elftal. Een speler die vierde of vijfde is in de pikorde, mag hopen op een oproep van de bondscoach, maar moet ook blijk geven van realiteitszin. Die speler zou zich moeten afvragen hoe reëel de kans is om opgeroepen te worden en indien die oproep komt, hoe groot is de kans dat hij daadwerkelijk aan spelen toekomt. Indien er een gerede twijfel bestaat op het daadwerkelijk maken van speelminuten, zou zo een speler juist moeten uitkijken naar een andere optie.


In het geval van Oranje is het overduidelijk dat spelers elkaar verdringen om deel uit te mogen maken van de nationale ploeg. Die bondscoach heeft de luxe dat spelers met de Nederlandse nationaliteit uitkomen voor topclubs in grote Europese competities en zal daaruit spelers uitkiezen die niet alleen regelmatig in actie komen, maar ook consistent zijn in hun prestaties en met hun club meedoen om de prijzen. Een speler die structureel onvoldoende speeltijd krijgt en daardoor ook mindere statistieken heeft, zal het over het algemeen afleggen tegen een speler die doorgaans een basisplaats heeft en ook nog belangrijk is voor zijn club. Een eventuele oproep zou dan afhangen van een blessure van de aanvankelijk beoogde speler.


Een speler die voldoende speelminuten maakt bij zijn club in een grote competitie, maar toch door de bondscoach wordt genegeerd, zou op basis van de realiteit kunnen beslissen om uit te komen voor de nationale ploeg van het land van herkomst van zijn ouders en of grootouders. Zo een beslissing is ook een sportieve keus, vooral vanwege de omstandigheid dat de bondscoach van die nationale ploeg niet die luxe heeft van meerdere spelers op het hoogste niveau, waardoor speelminuten gegarandeerd zijn. De mogelijkheid dat hij gescout wordt is dan reëel. Een ander punt is ook dat spelers die wereldkundig maken dat ze goed genoeg zijn voor Oranje en uiteindelijk worden opgeroepen, de kans lopen na een paar keer alsnog aan de kant geschoven te worden en dan geen uitzicht meer hebben op een overstap naar een andere federatie. Spelers doen er dus goed aan om al deze punten te overwegen en op basis van realiteitszin een keus te maken.


Mireille Hoepel

Mireille