Surinames buitenlandse diplomatie is geen instrument voor ontwikkeling. Het recente terugroepen van Rajendre Khargi, ambassadeur in Nederland, legt pijnlijk bloot hoe het beleid is verworden tot een speeltuin voor partijvrienden en familieleden.

Onze diplomatie verkeerde altijd al in de schaduw van vraagtekens, maar de afgelopen vijf jaar waren een absoluut dieptepunt. Buitenlandse posten die de belangen van het land moesten dienen, veranderden in verlengstukken van partijpolitiek, persoonlijke ambities en verkwisting. Terwijl de samenleving hier gebukt ging onder torenhoge prijzen, armoede en onzekerheid, bleken maar liefst tien diplomaten – allemaal gelieerd aan de VHP – in Suriname aanwezig te zijn. Niet om namens het ministerie van Buitenlandse Zaken beleid te maken, maar 'hoogstwaarschijnlijk' om de partijpolitieke verkiezingsmachine te dienen.

Wat moet een land met diplomaten die geen diplomaten zijn? Suriname heeft er de afgelopen jaren een specialiteit van gemaakt om buitenlandse posten te gebruiken als opvanghuis voor partijloyalisten en familieleden. Beloften dat ambassades en consulaten motoren van economische groei zouden worden, bleken holle frasen. In werkelijkheid zijn onze diplomatieke vertegenwoordigingen gedegradeerd tot politieke uitzendbureaus.

De rel rond Khargi in Nederland spreekt boekdelen. Zijn functie werd hem per direct ontnomen omdat hij zich gedroeg als ambassadeur van ex-president Chan Santokhi. Alsof het nog niet erg genoeg is dat onze diplomaten vaak partijmilitanten zijn, blijken ze ook nog eens niet te begrijpen dat hun loyaliteit bij de Republiek Suriname hoort – en niet bij een persoon.
Daar komt het gênante voorbeeld bij van de zoon van ex-president Santokhi, die op een lucratieve post in Miami werd gezet. Geen bijdrage geleverd, geen resultaten geboekt – behalve het spuien van persoonlijke kritiek op zijn eigen vader. Terwijl Washington een diplomatieke goudmijn voor Suriname had kunnen zijn, werd de post verlaagd tot een familie – en vriendenpodium.

Tijdens de vorige regering werd het beleid onder minister Albert Ramdin gekenmerkt door zijn constante afwezigheid. Hij vertoefde vaker in het buitenland dan in Suriname zelf. Kritische vragen daarover werden weggewuifd, als 'onbegrip' of weggezet als persoonlijke aanvallen. Maar wie goed keek, zag dat het weinig met diplomatie te maken had.

Intussen betalen de Surinaamse belastingbetalers miljoenen voor dit circus. Voor diplomatie die niets oplevert behalve dure recepties, lintjes en lege retoriek. In de wereld van vandaag horen ambassades aanjagers te zijn van handel, investeringen, kennisuitwisseling en toegang tot internationale fondsen. Maar daarvoor heb je mensen nodig die weten waar ze mee bezig zijn. Diplomatie hoort het visitekaartje van een land te zijn, geen cadeautje voor partijloyaliteit.
Zolang Suriname diplomatieke posten blijft vullen met vriendjes en familieleden zonder profiel of opleiding, zullen onze ambassades nooit meer zijn dan vergulde vakantieadressen. Een luxe die een straatarm land zich simpelweg niet kan veroorloven.

De remedie is even simpel als pijnlijk: stop met politieke benoemingen, begin met professionele diplomatie. Stel duidelijke profielen op, eis vakmanschap, selecteer op verdienste. Alleen dan kan Suriname voorkomen dat zijn diplomatieke posten verder afglijden tot dure speeltuinen zonder nut. Want wie diplomatie verwart met vriendjespolitiek, zet niet Suriname op de kaart, maar zichzelf te kijk.

Wilfred Leeuwin