In Memoriam: Accountant Ramlal Hiralal
10 Jun, 20:30
foto
Accountant Ramlal Hiralal 1937-2024. (Foto: Roy Khemradj)


Woensdagmorgen, 5 juni 2024, overleed in het Leids Universitair Medisch Centrum in Nederland, accountant Ram Hiralal op 86-jarige leeftijd. Het bericht van zijn overlijden werd die ochtend sneller dan het spreekwoordelijke ‘als een lopend vuurtje’ gedeeld via sociale media in zowel Suriname als in Nederland. Bizar vond ik het, want Ram Hiralal was geen publieke of maatschappelijke hoogvlieger. Wel staat hij bekend als een stonfutu VHP’er, want vanaf de eerste algemene verkiezingen in 1949 tot aan zijn overlijden, heeft ‘Oom Ram’ zoals iedereen hem noemde, zich onbaatzuchtig ingezet voor de VHP en controleerde hij jarenlang de jaarrekeningen van de partij. Toen Chan Santokhi op 3 juli 2011 aantrad als voorzitter van de VHP, werd Ram Hiralal benoemd tot erelid van de partij.

Veel mensen kenden Ram en Ram kende veel mensen, sinds hij in 1977, na ruim 10 jaar als hoofd van de interne controle van het warenhuis Kersten gewerkt te hebben, zijn eigen accountantskantoor opende aan de Grote Combéweg. Accountants Maatschap Suriname breidde daarna snel uit met een kantoor in Nieuw Nickerie, zijn geboortedistrict, in Rotterdam waar hij een pand had gekocht en zelfs op Curaçao was hij korte tijd actief. Dit alles had Hiralal te danken aan zijn guru en mentor Frits Logeman van de Nederlandse Accountants Maatschap (NAM) die er ook voor zorgde dat Ram als eerste Surinaams accountantskantoor, vertegenwoordiger werd van het Amerikaanse Touch Ross International, later Deloitte.

Het was de tijd dat je op vrijdagmorgen vroeg met de SLM-Twin Otter naar Nieuw-Nickerie kon vliegen en aan het einde van de middag terug naar Paramaribo. Dat deed accountant Ram en ging op bezoek bij grote en kleine rijstbedrijven om de boekhouding te doen. Hij leerde kleine rijstondernemers hoe ze met een goede administratie, in de stad in aanmerking konden komen voor een lening van de bank voor nieuwe investeringen. In deze context was Jozef Brahim, directeur van de Surinaamsche Bank een vaste zakenpartner voor de rijstsector.

In die sector was rijstmagnaat Diepnarain Benie niet alleen klant, maar ook een goede vriend van Ram geworden. Wat hun bond was de liefde voor de baithakgáná-muziek. Benie was de sponsor van Rampersad Ramkhelwan – Sernami Sangeet Samaj – en Hiralal sponsorde Jagdish Oeditram – Indian Semi-Classical Group. In de jaren ’60 en ‘70 werden in Suriname nog regelmatig baithakgáná-wedstrijden gehouden waarbij Benie en Hiralal elkaar – ook al waren ze vrienden – stevig beconcurreerden.

In 1987 kwam Benie in een faillissement terecht en dreigde zijn rijstbedrijf, een areaal van 500 hectare, naar de veiling te gaan omdat de Surinaamsche Bank geen aflossingen meer kreeg op een verstrekte lening. Brahim benaderde accountant Ram Hiralal of hij iets kon betekenen voor zijn vriend Benie. Ram nam het areaal over met als onderpand zijn banktegoeden (Sf 2 miljoen) en de verkoopwaarde van zijn onroerend goed – het kantoorpand in Nickerie, aan de Grote Combéweg en het woonhuis aan de Anton Dragtenweg. 

Zo werd de accountant Ram Hiralal rijstplanter. En hij had er verstand van, want alles over rijst had Ram geleerd van zijn vader in de Paradisepolder. Drie jaar lang plantte Hiralal rijst, maar op enig moment ging zijn geweten knagen. Hoe kon een accountant die vele andere rijstbedrijven in Nickerie controleerde, nu ook zelf rijstmagnaat zijn. Imro Mangli kwam als verlosser en kocht het rijstbedrijf van Hiralal. Voor welk bedrag heeft Ram zelfs voor mij als zijn biograaf geheim gehouden, maar hij ontkent niet dat hij aan de transactie verdiend had en na aftrek van vele kosten, een belegging heeft gedaan voor zijn pensioen. Als het avontuur (accountant plant rijst!) was mislukt, dan was er geen biografie gekomen, grapte Ram, “want dan was ik alles kwijt”. Wie niet waagt die niet wint, dacht ik, maar afgezien van het heel groot risico, was dit handelen toch een fraai en uniek staaltje van hoe diep en ver een vriendschap kan gaan.

Toen ik in 2014 aan de biografie Ram Hiralal-De kaarten op tafel begon, werd ik gewaarschuwd. Kijk wel uit of jij je naam als journalist aan hem wil verbinden, want Ram heeft een niet al te beste naam in de samenleving. Lastige, onbeschofte man als hij een borrel te veel op heeft, kan niet van vrouwen afblijven enz. Ik heb Ram inderdaad in alle genoemde (voor)oordelen meegemaakt. Brutalen hebben de halve wereld is een spreuk die hem op het lijf geschreven staat. Zo stuurde ik hem een reiskostendeclaratie en de kosten van de aanschaf van een tweedehandse digitale recorder en idem een fototoestel – we zouden ook een week lang op De Plantage in Commewijne aan de biografie werken. 

Toen liet hij weten dat hij de recorder en het fototoestel niet zou betalen, want na hem ga ik de apparatuur ook voor andere mensen gebruiken. Toen ik de bijschrijving zag, was er niets aan de hand. “Zo is Ram”, is een uitdrukking die hij veel bezigde, of het nou om iets goeds of om iets kwaads ging. En als ik hem voorhield dat hij toch wel erg veel op de Indiase president Modi leek, was zijn reactie: “Niet waar. Modi lijkt op mij!”

Sinds zijn overlijden ben ik de biografie weer gaan lezen. Had ik sinds de presentatie op zijn 80e verjaardag in juli 2017, niet meer gedaan. Nu hij niet meer is overheerst een voldaan gevoel over een man die al zijn levenskaarten (behalve de financiële) op tafel heeft gelegd met mooie verhalen over zijn jeugd in Nickerie, hoe hij voor het hoogste ging (AA-accountant), dag en nacht werkte aan zijn zakelijk succes en ook tijd maakte voor maatschappelijk en sociaal-culturele betrokkenheid, niet alleen in de Hindostaanse samenleving, want Ram was ook 25 jaar lang voorzitter van de Surinaamse Cricket Bond.

Hiralal was er trots op kind te zijn van ouders die als Indiase contractarbeiders naar Suriname kwamen. Er zijn niet veel meer van zijn soort. Ram is de laatste van de zes kinderen die nog in leven was – zijn oudste zus overleed in 2005 op 90-jarige leeftijd. Hiralals overlijden op uitgerekend 5 juni, de dag van de herdenking en viering van de Hindostaanse immigratie, beschouw ik dan ook als de afsluiting van een levenscyclus van het gezin van Sukha Jaggoo en Chuadi Bachonya, die samen op een boot in 1912 naar Suriname kwamen.

Roy.khemradj@gmail.com
Advertenties