Suriname: geen roulerende diplomaten
06 Apr, 04:31
foto


(Ingezonden)

Suriname heeft geen roulerende diplomaten, omdat ons land op enkele uitzonderingen na in de periode 1975-1995, geen carrièrediplomaten kent. Suriname werkt met politiek benoemde diplomaten die net zo lang op een post blijven zitten als de regering die hen heeft benoemd aan de macht blijft.

Toen in juli 2020 een andere regering aantrad, is direct in september 2020 aangekondigd dat diplomaten teruggeroepen zullen worden. Het gaat voornamelijk om ambassadeurs die door president Bouterse in de periode 2010-2020 zijn benoemd. Volgens de regering-Santokhi hebben deze ambassadeurs de visie van de regering-Bouterse uitgedragen, zij kunnen volgens hem de visie van zijn in 2020 aangetreden regering niet uitdragen. Hieraan werd toegevoegd “zo werkt de diplomatie niet”. Bedoeld wordt, in Suriname niet!

In Suriname kiezen onze politici namelijk niet voor professionele carrièrediplomaten die het buitenlandse beleid van een land uitvoeren en dat ook zullen blijven doen wanneer een nieuwe regering aantreedt. Maar in de meeste landen is dat precies wat carrièrediplomaten doen. Met uitzondering van diplomaten die te geprononceerd politiek partijdig zijn, blijven de meeste diplomaten op hun post, ook bij verandering van regering of oriëntatie in het buitenlands beleid. Carrièrediplomaten worden namelijk gehandhaafd omdat het basisidee is, dat iedere regering het beste gediend is met personen, die continuïteit garanderen en diplomatiek ervaren zijn. Ter voorkoming van 'verinlandsing' worden deze carrièrediplomaten gemiddeld om de 2 tot 3 jaar gerouleerd i.c. overgeplaatst.

Suriname behoort nog steeds tot één van de weinige landen in de wereld die volhardt in 100% politieke benoemingen in zijn korps van diplomaten. Iedere keer als een regering plaatsmaakt voor een andere, gebeurt hetzelfde met de diplomaten. Zo bouwt het land geen reservoir op van goede en ervaren diplomaten; in het verleden is dit al getypeerd als te resulteren in een zig-zag koers in het buitenlands beleid en kan als één van de oorzaken worden genoemd van de geringe bijdrage van het buitenlands beleid aan de ontwikkeling van Suriname.

Wet op de Buitenlandse Dienst

Na 43 jaar onafhankelijkheid kwam de Surinaamse regering in november 2018 met de Wet op de Buitenlandse Dienst, waarin regels zijn geformuleerd voor de benoeming van diplomaten, maar reeds bij de eerste benoeming van een ambassadeur heeft de regering-Santokhi deze wet naast zich neergelegd. Net als alle vorige regeringen wil de  president blijven bepalen wie benoemd wordt tot ambassadeur.

Het lijkt erop dat van de regering-Santokhi ten aanzien van ambassadeursbenoemingen niets nieuws, niets innovatiefs en niets creatiefs hoeft te worden verwacht. Zij lijkt door te willen gaan met haar patronage benoemingen, haar vasthouden aan voorbijgestreefde ideologieën, haar politieke benoemingen, haar vriendjespolitiek en regelarij, haar financiële zelfzegeningen, haar onderling gekibbel en gebakkelei, haar onstandvastigheid, haar verspilzucht, haar achterklap en gekonkelfoes, haar boudoir diplomatie, haar Surfin, haar SIE en bovenal haar woordzwendel.
 
Terwijl deuren en ramen voor capabele, deskundige krachten gesloten blijven, hebben enkelen nog lef om te zeggen dat de beste stuurlui aan wal staan, terwijl zij zelf niemand uit andere kampen en segmenten willen toelaten.
Te pas en onpas, wordt het verleden erbij gehaald om schuldigen aan te wijzen. Als men zo nodig de geesten der tijden wil oproepen, laat dat dan zijn opdat wij leren van de bittere lessen en van wederzijdse fouten die gemaakt zijn.

Bij de benoeming van nieuwe ambassadeurs zal het van leiderschap en van staatsmanschap getuigen om ook uit het reservoir van andere kampen en segmenten de beste krachten te kiezen voor de ontwikkeling van het land. Of zal men op de oude voet doorgaan om de buitenlandse posten te verdelen onder de coalitiepartijen waarbij de VHP alvast beslag heeft gelegd op post Den Haag? Abraham Lincoln zei 150 jaar geleden dat hij als president niet het recht had om het land te beroven van de diensten van goede en sterke krachten

Bij de politieke benoeming van 7 nieuwe ambassadeurs op 11 april 1997, onder wie de huidige minister Albert Ramdin, merkte president Wijdenbosch op dat “Suriname als klein land van de 206 staten op de wereld, als het 17e rijkste land wordt genoemd. “Afzakken naar de 18e plaats is gezichtsverlies. Het streven moet zijn de 16e plaats te bereiken”. Helaas is dat niet gebeurd. Met politieke benoemingen komen goede ambassadeurs echt niet uit de lucht vallen!

Bij iedere wisseling van regeringen is er altijd hoop dat er een nieuwe wind zal waaien in het land en in de diplomatieke dienst, maar als steeds weer de bestaande partijen als een soort stuivertje verwisselen in het machtscentrum komen, is dat steeds valse hoop gebleken. De oude traditionele partijen, zijn ondanks de intrede van “jong en fris bloed” nu reeds opgezogen in de heersende elitaire sfeer, zij zijn en blijven ideologisch vastgeroest, moreel uitgeput en simpelweg niet in staat om hervormingen door te voeren, omdat zij volharden in hun onjuistheden, hun ongerechtigheden en hun dwaasheden.

Rudie Alihusain
Advertenties