Fernald: Markante persoonlijkheden in Onderwijs (2)
17 Nov, 04:41
foto
Ivan Fernald


(Een greep uit het tijdvak: 1963-1996)

Onderwijs moet in de maatschappelijke context beschouwd worden. Diverse onderwijsministers van voor en na de onafhankelijkheid, maar ook in en na de periode van de militaire dictatuur, hebben waardevolle ontwikkelingen op gang gebracht.

Elke minister van onderwijs heeft getracht om zijn of haar taak naar behoren te verrichten. De beschikbare middelen waren beperkt en veel ministers moesten onder minder gunstige omstandigheden functioneren. Daarom moesten er verstandige beslissingen genomen worden en de besteding van de gelden diende op een verantwoorde manier te geschieden. Elke minister heeft ‘gestaan op de schouders van zijn of haar voorganger’. Dit impliceert dat sommige ministers uitgevoerd hebben wat anderen eerder hadden voorbereid. In enkele gevallen zijn echter prachtige initiatieven en waardevolle instituties door het daaropvolgend regiem de grond ingeboord. Wij zien soms opmerkelijke prestaties die alleszins de moeite waard zijn om te memoreren. Er is door mij een selectie gemaakt uit de groep van ministers die gediend hebben in de periode 1963-1996. Deze ministers liggen wat verder weg in ons geheugen, maar zij hebben onmiskenbaar een positief effect gehad op het onderwijs in Suriname. De periode is afgebakend en daardoor blijven de verdiensten van ministers die met de scepter gezwaaid hebben vóór 1963 en na 1996, onbesproken.

Waarom is er speciaal voor de periode 1963-1996 gekozen?

Het kabinet Pengel, dat aantrad in 1963 wordt alom gekarakteriseerd door een hoge mate van dynamiek, die o.a. tot uiting kwam in vernieuwingen en investeringen in het ontwikkelingspotentieel. In deze periode is de Universiteit opgericht, de stuwdam opgeleverd, sociale woningbouw op grote schaal van start gegaan, de eerste Surinaamse indoor sporthal gebouwd (Ismay van Wilgen) en werd SOSIS aan de samenleving geschonken.

Het jaar 1996 markeert de introductie van het internet, dat voor een stormachtige technologische ontwikkeling heeft gezorgd. Een nieuw tijdperk was aangebroken. Nieuwe maatschappelijke behoeften hebben geresulteerd in nieuwe banen. Dit heeft druk gelegd op diverse onderwijscurricula. Landen die hun onderwijs niet hebben afgestemd op de arbeidsmarkt, hebben niet tijdig kunnen inspelen op deze veranderingen.

Verworvenheden
In enkele artikelen worden kernachtig opvallende ministers belicht, die in de periode 1963-1996 hebben gediend. Als toetsingscriteria voor de selectie van ministers zijn gehanteerd leiderschap en realisaties, geconcretiseerd naar: onderwijsinhoudelijke veranderingen, structuurwijzigingen, transformatie, institutionele versterking en infrastructurele investeringen.

Er is er niet voor gekozen om de verworvenheden per minister aan te geven, omdat die in bepaalde gevallen niet op het conto van slechts één minister geschreven kunnen worden. Daarbij zou ik ongewild één of meerdere ministers te kort doen.
Het vereist research om de volle omvang van de wapenfeiten te overzien en daaruit een selectie te maken. Toch is het interessant om een selectie, zij het summier, van noemenswaardige verworvenheden van alle ministers in het tijdvak 1963-1996, de revue te laten passeren. Deze zijn:
1. Vernieuwingen van het kweekschool onderwijs en versterking van het inspectie apparaat.
2. Invoering van het Lager Technisch Onderwijs.
3. Vernieuwingen op alle onderwijsniveaus en Introductie van de classificatie van het onderwijs na het glo in voj, vos en hoger onderwijs.
4. Oprichting van de Middelbare Technische School (MTS), dat later is vervangen door het Natin (Natuurtechnisch Instituut)  
5. Oprichting van het Didactisch Instituut dat naderhand vernoemd is tot het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL);.
6. Oprichting van de Universiteit van Suriname en geleidelijke uitbreiding van de faculteiten; Introductie van de Agogische opleidingen aan de UVS;
7. Opname van het buitengewoon onderwijs, later speciaal onderwijs genoemd, in de onderwijsstructuur en de oprichting en versterking van het Pedologisch Instituut;
8. Vaststelling van schoolgeld en collegegeld (niet te verwarren met inschrijfgeld) op nul gulden, voor alle niveau's van het onderwijs;
9. Hervorming en beter faciliteren van het onderwijs in het binnenland, met als specifieke maatregelen de afschaffing van de opleidingen voor hulponderwijzersakte en boslandakte en van de rang van districtskwekeling;
10. Ontwerp van een herstelplan onderwijs;
11. Inlopen achterstallig onderhoud fysieke infrastructuur en apparatuur.
•    Herstel van de schade aan het onderwijs in het binnenland.
•    Inhalen achterstand leermiddelen
12. Inhalen achterstand bibliotheken;
13. Afstemming beroepsonderwijs en bedrijfsleven en aanpassing curricula;
14. Studiefinanciering studenten in het buitenland (De focus werd verlegd van Nederland naar Brazilië, Cuba en andere landen in de regio)
15. De eerste stappen voor partiële verzelfstandiging van vos-scholen, in de vorm van volledig beheer van klein onderhoud.
Advertenties